Medische detectiehond Catoo

Hondenneus wapen in strijd tegen darmkanker

Dat honden meer in hun mars hebben dan menigeen voor mogelijk hield, is al langer bekend. Dat honden ook in staat zijn een waardevolle bijdrage te leveren aan medische detectie, dringt pas sinds kort door. Een van de pioniers op dit gebied is KNGF Geleidehonden in Amstelveen. Daniëlla van Gennep en Patrick Hilverink van KNGF Campus over de resultaten met de pilot om honden te trainen voor het opsporen van darmkanker.

Via een tv-spot brengt KNGF Geleidehonden de proef met medische detectie onder de aandacht van een breder publiek. Krijgt men in Amstelveen veel reacties op het filmpje? ‘Ook andere ziekenhuizen dan het VU Medisch Centrum, waarmee we de pilot doen, tonen interesse. Particulieren geven aan: jammer dat het nog een proef is, maar wanneer wordt het in de praktijk toegepast? Die reacties zijn begrijpelijk, want het is minder belastend en risicovol om een sample van poep te laten onderzoeken door een hond dan een coloscopie te ondergaan, want dat is een vervelend en risicovol onderzoek’, aldus Daniëlla van Gennep, hoofd van KNGF Campus, het kennis- en innovatiecentrum van KNGF Geleidehonden, dat in 2014 is opgericht.

Wat was voor KNGF Geleidehonden de aanleiding om vier jaar geleden ook een kennis- en innovatiecentrum op te zetten?
Van Gennep: ‘We zijn al een aantal jaren bezig met het uitbreiden van onze diensten. Iedereen kent het KNGF van de blindengeleidehonden, maar inmiddels leveren we ook honden aan (oud-)geïniformeerden met PTSS, aan gezinnen met autistische kinderen, en assistentiehonden aan mensen met een lichamelijke beperking in een rolstoel. We zien dat de hond een steeds belangrijker rol krijgt voor mensen met een serieuze zorgvraag. Dat bracht ons op het idee: als honden dit allemaal kunnen, wat kunnen ze dan nog meer? Als het gaat om medische detectiehonden, hadden we al wat rondgekeken in het buitenland, en zodoende dachten we: wellicht kunnen we op dit gebied ook in Nederland van toegevoegde waarde zijn. Om die reden hebben we contact gezocht met de medische sector in ons land. Een van de eerste ziekenhuizen die we benaderden, was het VU Medisch Centrum. In tegenstelling tot andere ziekenhuizen toonden zij wel serieuze interesse. Met als gevolg dat we met het VU Medisch Centrum een pilot zijn gestart.’

Waarom toonden zij wel belangstelling? Met welk verhaal wisten jullie bij hen een voet tussen de deur te krijgen?
Van Gennep: ‘We vertelden het verhaal dat in Engeland, Canada en Japan honden worden ingezet om kanker op te sporen en dat de resultaten hoopgevend zijn, maar nog onvoldoende gestaafd om het sluitende bewijs te leveren. Wij willen dat bewijs leveren, zeiden we vol zelfvertrouwen. Zeker met een partner als het VU Medisch Centrum moet dat lukken, en gelukkig stonden ze open voor deze redenering.’

Patrick Hilverink, verbonden aan het medische detectiehondenteam van KNGF, vult aan: ‘In landen die Daniëlla noemde doet men met name onderzoek naar borst-, longen blaaskanker. Het VU Medisch Centrum liet weten: “Onze interesse gaat vooral uit naar onderzoek op het gebied van darmkanker”. Dat had vooral te maken met het belang van vroegdiagnostiek van deze ziekte, een van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland. Daarnaast waren er monsters voor onderzoek beschikbaar.’

Hoe is men bij KNGF vervolgens te werk gegaan? Door dit onderzoek betrad men immers onontgonnen terrein?
Van Gennep: ‘In eerste instantie hebben we Adee Schoon aangetrokken. Zij is als bioloog-etholoog een internationale autoriteit op het gebied van detectiehonden. Adee schrijft de protocollen en zorgt voor de cijfermatige onderbouwing.’ Hilverink: ‘De methode die we gebruiken, hebben we mede ontwikkeld door bij andere onderzoekers in de keuken te kijken. Bijvoorbeeld bij Medical Detection Dogs in Engeland, waar men onderzoek doet naar blaas- en prostaatkanker, en in Noorwegen waar men research doet naar roestdetectie in oliepijpleidingen. Ook onze eigen ervaringen hebben we ingebracht. Maar als je dit soort onderzoek opstart, betreed je inderdaad onontgonnen terrein. Daardoor was het in aanvang een kwestie van vallen, opstaan, en weer doorgaan.’

Hoe ziet de gebruikte werkwijze er in hoofdlijnen uit?
Van Gennep: ‘We willen niet dat de honden aan mensen gaan snuffelen, dus dan kies je automatisch voor een trainingsruimte. Volgens een vast protocol krijgen we de poepmonsters van het ziekenhuis aangeleverd en daarmee gaan we in de training aan de slag. Dat klinkt simpel, maar er gaat een heel traject aan vooraf.’ Hilverink: ‘We maken de honden eerst gek op een speeltje en dat verstoppen we daarna op verschillende plekken. Die verstopplekken worden steeds moeilijker, zodat ze hun neus sterk ontwikkelen. Vervolgens maken we het speeltje steeds kleiner, totdat de honden in staat zijn om nog maar een flintertje van het materiaal te vinden. Dan volgt de stap waarin ze met behulp van dakjes en potten leren om in een sequentie te zoeken. De laatste voorbereidende stap is het aanbieden van de geur van het speelgoed op de carrousel. Als dat goed gaat, doen we er verleidingsgeuren, waaronder bloed, bij om uit te sluiten dat de honden hierop aanslaan. Nadien speuren de honden op de schaduw van de geur, dus dan gaat het nog slechts om minieme sporen. Daarna gaan we de geur combineren met de geur van darmkanker. En ten slotte wordt de geur van het speelgoed helemaal weggelaten.’

Zijn de resultaten hoopgevend?
Hilverink: ‘De sensitiviteit – het cijfer dat uitdrukt in welke mate de honden de kanker detecteren – zit op dit moment op 86%. De specificiteit – het cijfer dat uitdrukt dat honden terecht controlemonters negeren – zit nu rond 93%.’

Hoe wordt er bij het VU Medisch Centrum op deze uitkomsten gereageerd?
Van Gennep: ‘Elke keer als we de grafieken laten zien, zijn ze enthousiast.’ Ze vervolgt: ‘Toch is het lastig de deur naar vervolgonderzoek open te krijgen. Die deur staat hooguit op een kier. Hoe dat komt? Een hond is geen geijkt instrument. Waar wij mee bezig zijn, is een pilot, dus er wordt wel meegedacht over een praktische toepassing, maar dat is nog een lange weg te gaan.’ Hilverink: ‘Het zou mooi zijn dit onderzoek op grotere schaal toe te passen, maar dergelijke processen kosten tijd en geld.’ Van Gennep: ‘We gaan nu de laatste fase van het onderzoek in, met dubbel blind testen. Dat wil zeggen dat wij niet weten in welk sample de darmkanker zit en vervolgens gaan we de uitkomsten wetenschappelijk publiceren. De volgende stap op weg naar praktische toepassing. Maar onze interesse is ook gewekt voor onderzoek naar andere vormen van geurdetectie door honden. Want als honden dit kunnen, wat kunnen ze dan nog meer?’

Hilverink: ‘Toen we twee maanden met het onderzoek naar darmkanker bezig waren, lazen we een artikel over testen met een e-nose. In het begin schrik je dan wel even, maar algauw kwamen we tot de conclusie dat het belangrijk is onze krachten te bundelen met andere onderzoekers.’ Van Gennip: ‘Ook wij zijn slechts een puzzelstukje in het bestrijden van kanker. Wij hebben niet de illusie met onze medische detectiehonden het ei van Columbus te hebben gevonden. Samen sta je sterker.’

Wat is jullie droom als je pakweg drie jaar vooruitkijkt?
Van Gennep: ‘Het zou mooi zijn als er dan van praktische toepassing van dit onderzoek sprake is. Bij het VU Medisch Centrum wil men ook onderzoek doen naar poliepen – vaak het voorstadium van darmkanker – dus misschien kunnen we daar eveneens een rol in spelen. Maar alleen al het bewijs dat die hondenneus zo goed is, vind ik een prachtig resultaat.’ Hilverink: ‘Ik zou het zonde vinden als van ons onderzoek geen gebruik wordt gemaakt. Mijn droom is dat we over drie jaar een parallelspoor met een ziekenhuis of een medisch centrum zijn gestart. Met als doel dat we langzaam maar zeker richting de praktijk opschuiven.’ Van Gennep: ‘Stapje voor stapje, dat is de beste weg. Eerst deze pilot afronden, erover publiceren, kijken wat er nog meer kan en dan de volgende stap. Met dit onderzoek willen we bewijzen dat honden darmkanker kunnen ruiken op basis van poepmonsters. Die vraag kunnen we straks eenduidig en wetenschappelijk onderbouwd beantwoorden.’

Tekst: Emilie Pieters en Eimer Wieldraaijer | Foto’s: Anko Stoffels en Eimer Wieldraaijer

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email