Wat wil een hond het liefst

Wat wil de hond het liefst?

Samen met de mus, die je ook over de hele wereld kunt vinden, is de hond wat aanpassingsvermogen betreft een succesnummer. Van bitterkoude plekken tot tropische hitte: honden zijn er.Levenslang in een hok, op een fluwelen kleedje en alle omstandigheden daartussen, ze moeten zich maar aanpassen en kunnen er (soms) oud mee worden. Maar hoe zou hij leven als hij mocht kiezen?

Waar heeft een dier recht op? De Britse regering leverde in de zestiger jaren van de vorige eeuw de Brambell-lijst. Een summiere lijst van voorwaarden voor de intensieve veehouderij ofwel bioindustrie: voor een zekere vorm van ‘basisgeluk’ hoort een dier vrij te zijn van honger, dorst, ziekte, ongemak. Men voegde er ook nog een paar belangrijke mentale voorwaarden aan toe: leven zonder angst of stress plus de mogelijkheid tot het uitvoeren van normaal, soorteigen gedrag. Aan de laatste behoeften schort het nogal eens, waarschijnlijk omdat het voor de belanghebbenden – en dat zijn niet altijd de dieren… – niet van het grootste gewicht is. Voor de gemiddelde hond zou het voldoen aan deze voorwaarden een leven betekenen waarin hij de hele dag kan rondzwerven als een oerhond, vrienden bezoeken en spelen. Om pas naar zijn baas terug te keren als hij zijn gezelschap wil. En zo leven wolven nog steeds: als nomaden die veel mentale prikkels krijgen, van alles onderzoeken en veel beslissingen moeten nemen.

Bewezen: spelen vermindert stress

Maar hoeveel van onze dieren kunnen nog zo leven in onze overvolle menselijke steden, vol verkeer en andere gevaren? Meestal lopen ze op door de baas bepaalde tijden een stukje aan de lijn en als het tegenzit werkt die slenterende baas tegelijkertijd zijn Facebook bij in plaats van met een balletje te gooien of een andere vorm van positieve aandacht aan de hond te schenken. Is het dan zo vreemd dat hij zelf iets gaat bedenken voor onderweg (trekken, uitvallen naar soortgenoten)? Een studie wijst uit dat het bloed van een hond die drie kwartier gespeeld heeft, de volgende dag duidelijk minder stresshormoon bevat… Een uur aandacht van de baas, in de vorm van spelen, wandelen en iets nieuws leren of onderzoeken om het brein te stimuleren is het dagelijks minimum aan sociaal contact dat een hond nodig heeft. De gemiddelde werkhond heeft nog meer behoefte aan activiteiten. Het is ónze taak om hem dat te bieden als een vrij leven niet voor hem is weggelegd.

Wat zou hij zelf willen?

Deze vraag moeten we ons stellen bij ieder dier dat wij tot huis(knuffel)dier, werkhond, dierentuindier of vleesleverancier hebben gemaakt of dat we in een dierentuin willen houden. Ik ken in mijn kleine dorp met ruime wandelgelegenheid verschillende honden die nooit meer zien dan de binnenkant van hun huis en als ze ‘boffen’ een piepklein tuintje. Onlangs verscheurden drie grote hondenknullen op een kaal, ommuurd binnenplaatsje waar ze allang uitgekeken zijn, een buurtkat die niet snel genoeg was. Je moet toch wat als tijdverdrijf in zo’n treurig leven. ‘Ze hebben het gezellig,’ zegt de eigenaar desgevraagd: ‘ze hebben elkaar.’ Dat dan weer wel … Een Cairn Terrier verderop woont afwisselend tussen de vuilnisbakken in het achtertuintje en naast de geraniums in de vensterbank, waar hij verlangend de straat overziet. ‘Hij trekt aan de lijn, daar gaan we niet meer mee wandelen,’ zei men jaren geleden toen hij nog een pup was van drie maanden van evenzovele kilo’s. Dat ‘vergrijp’ heeft hem veroordeeld tot een leven dat slechts voldoet aan de eerste drie voorwaarden (eten, drinken en medische zorg) van Brambells opsomming.

Veel behoefte aan sociaal contact

De meeste wolvenroedels bestaan uit vader, moeder en de kinderen. Een jonge wolf blijft minstens tot zijn tweede jaar bij zijn ouders en familie. Dus kunnen we niet zomaar verwachten dat zijn hondenneven die – anders dan een wolf! – gedragsmatig eeuwig ‘kind’ zijn, hele dagen alleen thuis kunnen blijven zonder gefrustreerd of onzeker te worden. Honden zijn de jeugdversie, het speelse equivalent van wolven, omdat hun ontwikkeling eerder stopt, waardoor ze in de pupfase blijven steken. Vandaar hun speelsheid en hun behoefte aan (mensen)familie in de buurt. Honden letten de hele dag op ons en zijn hypergevoelig voor de signalen die we afgeven. Ze zijn makkelijk te trainen en voegen uit zichzelf gedrag toe waarvan ze weten dat wij er blij mee zijn; dat gedrag wordt nog versterkt door onze positieve, sociale reactie. Honden hebben menselijke ‘ouders’ nodig die hun door het leven leiden.

Goede mensenouders stellen grenzen en leren hun kinderen zich beleefd en sociaal te gedragen, net zoals we dat bij onze honden graag zien. En of je jezelf dan als leider of ‘pappie’ of ‘mammie’ beschouwt, voor je hond maakt dat niet zo veel uit. Hij wil graag duidelijkheid. Een eenzame hond is geen gelukkige hond Neem er in dat geval (na voldoende voorlichting!) zo mogelijk een hond bij of zorg voor een dagelijkse oppas. Of kies voor een ras dat geneigd is de hele dag te slapen totdat de baas thuiskomt die daarna voor de nodige aandacht zorgt. Voor weinig geld kun je een tuin(tje) voorzien van een hondenzwembadje voor warme dagen en een ballenbak. Een speciale hondenplek waar hij een fijne gore kluif mag begraven en een stukje gras om op te rollen en om te bestrooien met brokjes voor zoekspelletjes vindt hij ook leuk. Dit kan zelfs op een balkon. Zorg voor speelgoed, bedenk dat oud speelgoed niet meer lollig is en wissel af en toe iets, net als u bij kinderen zou doen. Emoties bepalen het gedrag van ieder wezen. Positieve emoties zorgen voor positief gedrag en omgekeerd. Als dat in orde is zullen er minder gedragsproblemen zijn, zo stelt Temple Grandin in ‘Making animals happy’, een van haar vele leeswaardige boeken. Het niet kunnen uitvoeren wat je natuur je ingeeft, kan frustratie opleveren die zelfs kan leiden naar woede en agressie. Met frustratie omgaan is aan te leren. Opdrachten als ‘wachten’ en ‘blijven’, op een prettige wijze aangeleerd, zijn daarvoor goede oefeningen.

Gedragselementen: wolf versus hond

Dr. Deborah Goodwin stelt na een gedegen onderzoek vast dat hoe meer een ras op een wolf lijkt, hoe meer volwassen wolvengedrag hij bezit in vergelijking met het blijvend ‘jonge hondjes/wolfjes’ gedrag van andere rassen. Zij maakte een lijst van de bij wolven meest voorkomende agressieve en submissieve (onderwerpende) gedragingen en constateerde dat Siberische Husky’s alle 15 beschreven gedragselementen bezaten. De Cavalier King Charles, die ook uiterlijk zeer weinig gemeen heeft met de wolf, heeft er slechts twee van de lijst. De Duitse Herder werd speciaal gefokt om op een wolf te lijken, maar wat zijn gedrag betreft heeft hij maar 11 van de 15 factoren. Onverwacht is de tamelijk hoge plek van de Cocker Spaniel, 6 van 15, samen met nog enkele jachthonden. Mogelijk omdat ze bij hun werk als jachthond meer wolveneigenschappen nodig hebben. Een ras dat een bepaald gedrag is verloren kun je dat niet meer teruggeven door alleen het uiterlijk ‘aan te passen’. Uiterlijk en gedrag gaan genetisch gezien samen maar kunnen ook genetisch gescheiden worden.

Wolf

Belangrijk verschil

Honden van een wolfachtig type passen zich makkelijker aan in door de mens samengestelde roedels dan de minder wolfachtigen zoals bijvoorbeeld kleine poedels en kleine terriërs. Deze rassen kunnen minder goed omgaan met conflicten omdat ze het submissief gedragselement dat echte ruzie voorkomt, grotendeels hebben verloren. Aanvullende onderzoeken (Fedderson-Peterson) bevestigen dat van Goodwin: hoe wolfachtiger de hond, hoe beter hij kan samenleven met anderen en hoe duidelijker hij zich kan uiten. Verrassend is dat een wolvenpup agressie ontwikkelt vóórdat hij submissief gedrag leert. Dat lijkt heel onlogisch, maar deze volgorde is noodzakelijk om zich als kwetsbare pup te kunnen verdedigen. Hij richt nog weinig schade aan en van een pup kan de roedel veel hebben. Later pas leert de jonge wolf de nodige submissie.

Bij mensen werkt het ook zo: peuters kunnen hun moeder slaan, zonder al te veel effect, maar een volwassen, normale knul van pakweg twintig jaar doet dat niet meer omdat hij inmiddels kan omgaan met frustratie. Aangezien een hondenpup eerder blijft steken in zijn ontwikkeling,gebeurt met het submissieve gedrag hetzelfde. Het is belangrijk dat honden gefokt worden met zo weinig mogelijk agressie omdat er mogelijk niet voldoende onderwerpende signalen – nodig om gevechten te vermijden – worden gegeven. Interessant is dat kruisingen weer genetisch dichter bij de verre voorouders kunnen gaan staan. Ze kunnen door zich buiten een ras te vermenigvuldigen meer uiterlijke wolvenkenmerken ontwikkelen: donkerder vacht en puntiger neus. Maar zelfs gedragsmatig kunnen ze veranderen door minder tam te worden. Wetenschapper Gregory Acland kruiste weinig tamme Husky’s (met alle 15 gedragskenmerken van wolven!) met uiterst sociale Beagles hetgeen in de tweede generatie al leidde tot een aantal extreem schuwe reuen. Hierdoor meent Acland dat we schuwheid of terughoudendheid mogelijk kunnen beschouwen als een dominante factor die bij kruisingen weer opnieuw de overhand kan nemen.

De emotie die gedrag veroorzaakt is essentieel

Bij een stukje basisgeluk hoort ook dat men je taal herkent en respecteert. Helaas wordt angstagressie vaak niet herkend door eigenaren, en nog minder door vreemden. Dat is heel treurig want angst is de meest intense emotie die levende wezens bezitten en het staat ieder leerproces in de weg: doodsangst overstijgt alles. Het is vooral jammer dat een hond daar vaak ten onrechte voor wordt gestraft, wat de zaak erger maakt omdat onbegrepen straf nog meer angst oproept. De hond is bijvoorbeeld bang (voor dierenarts of trimsalon) en laat zijn tanden zien, vaak als hij in een hoekje zit. Gaan we daarbij over de vluchtgrens (het punt waarop het dier nog kan wegrennen), dan zal hij het laatste doen wat hem nog rest: zijn tanden gebruiken. Hetzelfde doen wij als we onverwacht vast worden gepakt; we bijten weliswaar niet, maar slaan in angst en schrik om ons heen.

De hond tussen de fietsenrekken aan een haakje

Je ziet angstagressie soms bij honden die voor een winkel staan geparkeerd terwijl de eigenaar boodschappen doet. Het overkwam mijn vriendin: bij buiten komen trof ze een opstootje: een kind had met zijn fiets tegen het dier geduwd waaraan zijn lijn was blijven haken. De hond kon geen kant op en het kind ging slaan en schoppen. Tel daarbij op dat het dier werd aangezien voor een ‘vechthond’, omstanders maakten gretig foto’s en waren gaarne bereid om de politie te bellen. Ondanks het feit dat er geen bloed was gevloeid, was de chaos compleet. Agressie ‘hoort’ niet maar ik wil zo graag dat eigenaren én buitenstaanders begrip hebben voor agressie uit angst. Zolang dat niet de spuigaten uitloopt, is het vaak voldoende de hond even tot rust te laten komen. Dit wilde ik graag nog even kwijt voor ik afscheid van u neem. Na tien jaar is dit mijn laatste artikel voor Onze Hond. Ik hoop dat ik vooral begrip heb kunnen brengen voor het geweldige dier dat ons toegewijd is. Als er een probleem is, aarzel niet een deskundige te raadplegen. De meeste moeilijkheden gaan niet vanzelf over of verergeren zelfs, zeker als ze op niet juiste wijze worden aangepakt.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email