Schermafbeelding 2020-08-19 om 16.29.16

Wat is de invloed van castratie op het gedrag van reuen?

Castratie van honden komt veel voor in Westerse landen, en wordt regelmatig gezien als een teken van verantwoord houderschap. Het wordt ook regelmatig gezien als manier om het gedrag van vooral reuen te verbeteren, maar bemerken eigenaren dat ook? En wat beïnvloedt het besluit van eigenaren om hun hond wel of niet te laten castreren? Recent in wetenschappelijk tijdschrift PLOS ONE gepubliceerd onderzoek schijnt licht op deze vragen.

Dierenarts heeft veel invloed op het besluit van castratie bij reuen

Een van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek is dat reuen vijf keer vaker dan teven gecastreerd worden vanwege hun gedrag (58% versus 11%). Daarom is inge-zoomd op de 491 eigenaren van gecastreerde en intacte reuen. Bijna driekwart van hen (74%) gaf aan geadviseerd te zijn door een dierenarts, 48% door een hondentrainer en 38% door een gedragstherapeut. De dierenarts adviseert dus relatief vaak over het onderwerp castratie. Belangrijker nog is dat er een relatie gevonden werd tussen advisering door dierenartsen en het besluit tot castratie. Eigenaren van gecastreerde reuen ontvingen namelijk vaker advies van een dierenarts (81%) dan eigenaren van intacte reuen (63% ontving advies). Mogelijk is dit een gevolg van een relatief hoge mate positief (pro-castratie) advies door dierenartsen. Het advies van dierenartsen was pro-castratie in 49% van de adviessituaties. Bij hondentrainers was dit 40%, bij gedragstherapeuten 32%. De combinatie van frequenter advies door dierenartsen en meer pro-castratie advies door dierenartsen, wekt de indruk dat eigenaren vooral beïnvloed worden door dierenartsen in hun keuze om te castreren. Desondanks werd 58% van de gecastreerde reuen gecastreerd met de intentie het gedrag te verbeteren. Dat is opvallend, omdat juist hondentrainers en gedragstherapeuten geschoold zijn in hondengedrag. Zij lijken echter het castratiebesluit van eigenaren in mindere mate te beïnvloeden dan dierenartsen.

Heeft castratie zin?

Andere bevindingen betroffen de verandering in agressie na castratie, en de tevredenheid van de eigenaar. Eigenaren van gecastreerde reuen rapporteerden of de mate van agressie van hun hond na de castratie was afgenomen, onveranderd, of toegenomen. Eigenaren die hun reu castreerden met de intentie het gedrag te verbeteren rapporteerden vooral afgenomen (42%) of onveranderde (43%) agressie. Eigenaren die hun reu castreerden om andere redenen rapporteerden vooral onveranderde (65%) of toegenomen (22%) agressie. Het effect van castratie op agressie was lang niet altijd positief. Als we kijken naar de volledige groep gecastreerde honden, zonder onderscheid te maken op basis van reden voor castratie, zien we dat de mate van agressie juist toenam in 18% van de gevallen. Dat is bijna één op de vijf honden!

Als het gedrag niet verandert of zelfs verslechtert, veroorzaakt dat dissonantie

Afhankelijk van het doel dat eigenaren hoopten te bereiken door te castreren, rapporteerden ze verschillend over de gedragsverandering van hun hond. Eigenaren die hun reu castreerden om het gedrag te verbeteren rapporteerden positiever dan eigenaren die castreerden om andere redenen dan gedrag. Toch waren eigenaren die castreerden vanwege gedrag over het algemeen minder tevreden met de hond (53% zeer tevreden) dan eigenaren van intacte reuen of eigenaren die castreerden om andere redenen (beide groepen 69% zeer tevreden). De bevinding dat eigenaren die hun hond castreerden om het gedrag te verbete-ren minder vaak zeer tevreden zijn over hun hond is opvallend. Zij rapporteerden namelijk niet alleen positief over de gedragsverandering van hun hond, maar gaven ook aan tevreden te zijn specifiek met het effect van castratie op het gedrag (72% zeer tevreden of grotendeels tevreden).

Waarom castreer je een reu?

De bevindingen over agressie en tevredenheid onthullen een schijnbare tegenstelling. Eigenaren die castreerden om het gedrag van hun hond te verbeteren rapporteerden tevreden te zijn over het effect van de castratie, en een groot deel rapporteerde dat de mate van agressie na castratie afnam. Toch zijn deze eigenaren over het algemeen minder tevreden met hun hond. Een mogelijke verklaring hiervoor is het optreden van psychologische processen die invloed hebben op zowel de keuze van de eigenaar als het gevoel dat hij of zij daar achteraf over heeft. Een voorbeeld van een dergelijk psychologisch proces is cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie is een onplezierige mentale toestand, die het gevolg kan zijn van twee gedachten die niet met elkaar te verenigen zijn, of van een eigen actie die niet te verenigen is met een bestaande overtuiging. Neem als voorbeeld de overtuiging dat het belangrijk is om klimaatbewuste keuzes te maken. Het willen maken van een verre vliegreis is daar moeilijk mee te verenigen, waardoor er dissonantie ontstaat. Je kunt er dan voor kiezen de trein te nemen in plaats van het vliegtuig, en daarmee je actie (de trein nemen) in overeenstemming brengen met je overtuiging (het klimaat is belangrijk). Er is echter ook een andere strategie om de dissonantie op te lossen, namelijk het bedenken van redenen waarom die ene vliegreis helemaal niet zo erg is. Je kunt je bijvoorbeeld bedenken dat je in je eentje toch weinig invloed hebt op het klimaat: dat vliegtuig vliegt ook als jij er niet in zit, dus kun je er net zo goed ook in gaan zitten. Of dat je op andere manieren al voldoende bijdraagt aan een beter klimaat, door afval te scheiden, minder water te verbruiken en minder vlees te eten. Door deze gedachten kun je uiteindelijk met een gerust hart in het vliegtuig stappen.

Lees het volledige artikel in Onze Hond nummer 7.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook