Whippet

Whippet

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer de razensnelle Whippet.

De Whippet behoort tot de rasgroep ‘Windhonden’, net als bijvoorbeeld de Greyhound en de Saluki. Dit zijn allemaal honden voor de lange jacht, zichthonden, die niet zo zeer op hun reuk als wel op hun gezichtsvermogen jagen. Lang was het aan het gewone volk in Engeland verboden om een Greyhound in hun bezit te hebben of ermee te jagen. Dat voorrecht was voorbehouden aan de adel. Maar juist de arme sloeber, die keihard moest bikkelen om zichzelf en zijn gezin te onderhouden, had een grote behoefte om af en toe met een stuk voedzaam wild thuis te komen. De oorsprong van de Whippet is dan ook te vinden bij de Britse mijnwerkers in Noord Engeland, een bevolkingsgroep die tot de allerarmsten gerekend konden worden. Zij creëerden de kleine, maar bloedsnelle hond door grote windhonden te kruisen met diverse terriërs.

Door het kleinere formaat van de hond was hij een goedkope kostganger, terwijl hij toch snelheden kon bereiken die de snelheid van de veel grotere Greyhound dicht benaderde. De Whippet werd echter niet alleen voor de jacht en de stroperij gebruikt. Tot het verbod in 1835, was het gebruikelijk om honden los te laten gaan op stieren en andere dieren, een volksvermaak voor de arbeidersklasse. Dat die het er niet mee eens waren mag duidelijk zijn, dus werden er andere manieren gezocht om honden te kunnen inzetten. Dat werd onder andere het ‘snapdog coursing’ of ‘rabbitcousing’ waarbij de honden op een afgesloten terrein werden losgelaten op konijnen of ratten. De voorlopers van de huidige Whippet waren toen nog vaak ruwharig, door de invloeden van de terriërs en werden vaak ‘snapdogs’ genoemd vanwege hun snelle en harde manier van uitvallen en weer terugtrekken. Aan het eind van de negentiende eeuw kwam voorzichtig aan het rennen met windhonden van de grond, bekend onder de naam ‘ragracing’. In plaats van achter echt wild aan te gaan werd gekeken wie de snelste was door de honden achter een kunsthaas aan te sturen, een lap (rag), die met grote snelheid over een baan werd voortgetrokken. Het bleek een sport te zijn die binnen vrij korte tijd ongekend populair werd. Het is ook in die tijd dat men zich steeds meer ging toeleggen op het fokken van honden die een steeds grotere snelheid konden bereiken. Daartoe werd gebruik gemaakt van het wederom inkruisen van Greyhoundbloed, maar ook het Italiaanse windhondje speelde daarbij een rol. Daardoor kregen de honden langere poten, een lichtere constructie en een diepe borst die voldoende ruimte bood aan het hart en de longen. De Whippet is dus geen miniatuur Greyhound, zoals wel eens gedacht wordt.

De naam Whippet, die rond 1880 voor het eerst gehanteerd werd, is afkomstig van het Engelse ‘to whip’, wat onder andere ‘aanzetten’ en ‘uitgooien’ betekent. Dit staat dan in verband met de vroegere gewoonte om deze honden bij de start van een wedstrijd bij kop en staart te pakken en met een zwaai de renbaan op te werpen om zo een snelle start te creëren. In 1890 werd de Whippet in Engeland officieel erkend als ras en werd een rasstandaard opgesteld. Daarmee is de Whippet de nieuwste telg in een uitgebreid windhondengeslacht. Lang zal dat waarschijnlijk niet meer zijn want inmiddels staat de Whippet, samen met de Barsoi en de Sheltie aan de wieg van een nieuw windhondenras, de Silken Windhond. De eerste Silkens werden in 1985 geboren en op dit moment zijn ze hard onderweg naar erkenning.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/5. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email