fbpx
Clumber Spaniel

Rasportret Clumber Spaniel

Met een doodernstig gezicht en een zacht karakter

Met zijn brede hoofd en treurig hangende ogen ziet de Clumber Spaniel er waardig uit. Alsof hij continu bezig is de diepere dingen des levens te overpeinzen. Zelfs als pup lijkt hij de wijsheid al in pacht te hebben, maar ook een Clumberpup kan – met een doodernstige uitdrukking op zijn gezicht – kattenkwaad uithalen. Met een volwassen gewicht van 25 à 34 kilogram en een schouderhoogte van 45 tot 50 centimeter is de Clumber de meest forse hond onder de Spaniels. Een Clumber mag dan wel een Spaniel zijn, maar dat maakt een Spaniel nog niet tot een Clumber. 

Spaniel van de aristocraten

De Clumber Spaniel wordt als een van de oudste en meest raszuivere Spaniels beschouwd. Hoewel dit ras al in veertiende-eeuwse geschriften
voorkomt, weet niemand precies hoe het ontstaan is. Het zou zomaar kunnen dat de wortels van de Clumber Spaniel in Frankrijk liggen. De hertog van Noailles beschikte voor de jacht in gebieden begroeid met kreupelhout over een meute zware, witte en vrij laagbenige honden. Ten tijde van de Franse Revolutie, toen de adel zwaar onder vuur kwam te liggen, stuurde de hertog een aantal van zijn honden de Noordzee over om te voorkomen dat ze zouden lijden onder het tumult. Daar ontfermde de Duke of Newcastle, die in Clumber Park in Nottinghamshire woonde, zich over de dieren. Er wordt gezegd dat het hondenras zijn naam dankt aan het verblijf in Clumber Park. Of dat helemaal op waarheid berust is echter nog maar de vraag. De Britse rasclub gaat ervan uit dat de Spaniels die in Clumber Park verbleven, afstammelingen waren van Spaniels die al honderden jaren voor de jacht werd gebruikt. Via geïmporteerde honden zou een trager bewegende, maar sterkere Spaniel gecreëerd zijn die uitermate geschikt was voor het werk in de dichte onderbegroeiing van Sherwood Forest. Feit is wel dat de Clumber Spaniel vanaf de egentiende eeuw uitsluitend door de adel als jachthond werd gehouden en dan voornamelijk in de omgeving van Clumber Park. Hij werd echt de Spaniel van de aristocraten.

Op jacht met George V

In 1861 verscheen voor het eerst een Clumber op een tentoonstelling. Al gauw nam de bekendheid van het ras een vlucht. Dat het Engelse koningshuis belangstelling voor de Clumber Spaniel begon te tonen, speelde daar uiteraard ook een rol in. George V liet zich tijdens jachtpartijen bijvoorbeeld steevast vergezellen door enkele Clumber Spaniels. Zij deden het lang niet slecht als jachthond. Hoewel de Clumber niet de snelste of meest wendbare jager was, was hij wel uiterst volhardend, sterk en werkwillig. Het ras staat te boek als ‘een van de nuttigste en meest gewaardeerde variëteiten van de jachtspaniels’. In 1904 kreeg het ras een eigen vereniging, maar de belangstelling doofde na 1910 alweer snel uit. Later zou de populariteit van de Clumber Spaniel zo nu en dan toenemen.

Huiskamer vs. kennel

Van nature is de Clumber Spaniel een zachtaardige hond, die zijn vrolijkheid vaak niet demonstratief tentoonspreidt en die het gezelschap van ‘zijn’ mensen zeer op prijs stelt. Geef je hem de keuze tussen de huiskamer of de kennel in de tuin, dan kiest hij resoluut voor de gezelligheid binnen, hoe luxueus zijn kennel ook mag zijn. En ook al lijkt het soms dat hij een uitgesproken voorkeur heeft voor één
persoon, toch sluit hij het hele gezin in zijn hart. Van de ouders tot de kinderen, met wie hij uitstekend overweg kan en graag een spelletje speelt. Zeker als er een bal aan te pas komt, want de Clumber apporteert prima. Is op een dag de theedoek, mama’s handtas, een paar sloffen of een kussen verdwenen? Grote kans dat de hond de dader was, want de Clumber is dol op dingen rondsjouwen in zijn bek. Maar geen zorgen: de kans dat hij de spullen vernielt, is klein.

Dit is slechts een deel van het artikel wat je in Onze Hond 8 – 2023 kan lezen.  Benieuwd naar de rest van het artikel? Koop dan Onze Hond nummer 8 hier.

Deel bericht

Bekijk ook