Whippet

Whippet

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer de razensnelle Whippet.

  • Herkomst: Engeland
  • Levensverwachting:12 tot 15 jaar
  • Karakter: Intelligent, Levendig, Rustig, Vriendelijk, Aanhankelijk
  • Gewicht: 6,7–14 kg
  • Hoogte: Reu: 48–56 cm, Teef: 45–53 cm
  • Kleur: Zwart, Wit, Rood, Lichtbruin, Rood, Blauw
  • Snelheid: 56 km/h

De Whippet behoort tot de rasgroep ‘Windhonden’, net als bijvoorbeeld de Greyhound en de Saluki. Dit zijn allemaal honden voor de lange jacht, zichthonden, die niet zo zeer op hun reuk als wel op hun gezichtsvermogen jagen. Lang was het aan het gewone volk in Engeland verboden om een Greyhound in hun bezit te hebben of ermee te jagen. Dat voorrecht was voorbehouden aan de adel. Maar juist de arme sloeber, die keihard moest bikkelen om zichzelf en zijn gezin te onderhouden, had een grote behoefte om af en toe met een stuk voedzaam wild thuis te komen. De oorsprong van de Whippet is dan ook te vinden bij de Britse mijnwerkers in Noord Engeland, een bevolkingsgroep die tot de allerarmsten gerekend konden worden. Zij creëerden de kleine, maar bloedsnelle hond door grote windhonden te kruisen met diverse terriërs.

Door het kleinere formaat van de hond was hij een goedkope kostganger, terwijl hij toch snelheden kon bereiken die de snelheid van de veel grotere Greyhound dicht benaderde. De Whippet werd echter niet alleen voor de jacht en de stroperij gebruikt. Tot het verbod in 1835, was het gebruikelijk om honden los te laten gaan op stieren en andere dieren, een volksvermaak voor de arbeidersklasse. Dat die het er niet mee eens waren mag duidelijk zijn, dus werden er andere manieren gezocht om honden te kunnen inzetten. Dat werd onder andere het ‘snapdog coursing’ of ‘rabbitcousing’ waarbij de honden op een afgesloten terrein werden losgelaten op konijnen of ratten.

De Whippet is dus geen miniatuur Greyhound

De voorlopers van de huidige Whippet waren toen nog vaak ruwharig, door de invloeden van de terriërs en werden vaak ‘snapdogs’ genoemd vanwege hun snelle en harde manier van uitvallen en weer terugtrekken. Aan het eind van de negentiende eeuw kwam voorzichtig aan het rennen met windhonden van de grond, bekend onder de naam ‘ragracing’. In plaats van achter echt wild aan te gaan werd gekeken wie de snelste was door de honden achter een kunsthaas aan te sturen, een lap (rag), die met grote snelheid over een baan werd voortgetrokken. Het bleek een sport te zijn die binnen vrij korte tijd ongekend populair werd. Het is ook in die tijd dat men zich steeds meer ging toeleggen op het fokken van honden die een steeds grotere snelheid konden bereiken. Daartoe werd gebruik gemaakt van het wederom inkruisen van Greyhoundbloed, maar ook het Italiaanse windhondje speelde daarbij een rol. Daardoor kregen de honden langere poten, een lichtere constructie en een diepe borst die voldoende ruimte bood aan het hart en de longen. De Whippet is dus geen miniatuur Greyhound, zoals wel eens gedacht wordt.

De naam Whippet, die rond 1880 voor het eerst gehanteerd werd, is afkomstig van het Engelse ‘to whip’, wat onder andere ‘aanzetten’ en ‘uitgooien’ betekent. Dit staat dan in verband met de vroegere gewoonte om deze honden bij de start van een wedstrijd bij kop en staart te pakken en met een zwaai de renbaan op te werpen om zo een snelle start te creëren. In 1890 werd de Whippet in Engeland officieel erkend als ras en werd een rasstandaard opgesteld. Daarmee is de Whippet de nieuwste telg in een uitgebreid windhondengeslacht. Lang zal dat waarschijnlijk niet meer zijn want inmiddels staat de Whippet, samen met de Barsoi en de Sheltie aan de wieg van een nieuw windhondenras, de Silken Windhond. De eerste Silkens werden in 1985 geboren en op dit moment zijn ze hard onderweg naar erkenning.

Karakter van de Wippet

Als gezelschapshond voldoet de Whippet meer dan uitstekend. Zo actief als hij buiten kan zijn, zo rustig is hij vaak thuis. Hij is vrolijk en speels, zal af en toe komen verzoeken om een spelletje, maar zelden tot nooit proberen dit af te dwingen. In huis is het een kalme hond, die zich erg bescheiden opstelt en weinig opdringerig is. Naar hun eigenaar toe zijn ze erg aanhankelijk en erg op contact gesteld. Als het enigszins kan, zitten ze het liefst dicht tegen je aan of lekker op schoot. Kriebelende vingers worden vaak erg op prijs gesteld, maar zelden afgedwongen. En het is zeker geen straf om een Whippet te aaien – zijn velletje voelt fluweelzacht aan. Als kennelhond is hij niet op zijn plaats, een Whippet hoort gewoon opge-nomen te worden in het gezin. Om één of andere reden leven de meeste Whippets bij mensen zonder kinderen in huis. Waarom mag Joost weten, want over het algemeen gaat dit ras vriendelijk met kinderen om. Uiteraard dienen ze de hond wel in zijn waarde te laten en niet als speelgoed te beschouwen, maar ja, voor welke hond gaat dat nu wel op? Naar vreemden gedragen Whippets zich over het algemeen vriendelijk, al kan er wel eens sprake zijn van enige reserve. Hoewel de Whippet een uiterst alerte hond is, heeft hij niet zulke denderende waakkwaliteiten. Vreemden worden soms wel even aangekondigd, maar niet lastig gevallen. Een blaffer is het beslist niet. Mits goed gesocialiseerd en liefst ermee groot gebracht kan de Whippet best overweg met de huiskatten. Soms heeft hij er zelfs wel wat van weg, als hij zichzelf weer eens aan een vakkundige schoonmaakbeurt onderwerpt. Het feit dat hij met de huiskatten overweg kan zegt overigens niets over hoe hij met andere katten in de buurt omgaat. Het blijft natuurlijk een jager en hij kan het wel eens lollig vinden om de katten van de buren hoog de boom in te jagen. Tegen andere honden gedraagt de Whippet zich sociaal. Als hij eens een wat minder aangenaam exemplaar tegenkomt, gaat hij er liever vliegensvlug vandoor dan dat hij de confrontatie aangaat. Gelukkig maar dat er dan erg weinig honden zijn die hem ook maar enigszins bij kunnen houden.

Whippet

Opvoeding Wippet

De opvoeding van de Whippet begint met een vroege en gedegen socialisatie. Laat hem kennismaken met nieuwe situaties, verschillende mensen, jonge kinderen, andere dieren en andere honden. Een goede puppycursus kan daarbij zeker helpen. Laat hem echter niet onder de voet lopen door veel grotere soortgenoten. Aan het ‘hij doet niets hoor, laat ze het zelf maar even uitzoeken’ van sommige onbenullige hondeneigenaren heb je niets, als ondertussen je Whippet-baby de grond in gestampt wordt door een veel grotere onstuimige hond – ook al is het met de beste bedoelingen. Een getraumatiseerd hondje is vaak het gevolg. Niet iedere hond speelt op dezelfde manier, er zijn vrijworstelaars, boksers, bekkers, friemelaars en renners. En tot die laatste categorie behoort de Whippet. Spelen met andere honden vindt hij leuk, maar dan wel met eentje die op dezelfde lijn ligt als hijzelf. Leer de Whippet van jongs af aan gedoseerd dat het geen ramp is dat zijn eigenaar even weg is; hij komt wel weer terug. Laat hem echter niet te lang alleen, dan zou hij weleens de boel kunnen gaan slopen.

Training en beweging

De training van een Whippet is niet al te moeilijk. De hond leert vrij makkelijk en is graag met zijn eigenaar bezig. Als er op een positieve manier getraind wordt met op het juiste moment wat lekkers of een spelletje dan heeft hij snel door wat van hem wordt verlangd. Het beste resultaat wordt bereikt wanneer zijn training wordt afgewisseld met rennen en spelen. Van een te harde aanpak kan de Whippet echter helemaal over zijn toeren raken en veranderen in een zenuwachtige, schrikachtige hond. Voorwaarde is dat eigenaar en hond goed bij elkaar passen en respect voor elkaars hebbelijkheden kunnen opbrengen.

blijkt hij te beschikken over indrukwekkende spierbundels

De eerste indruk die een Whippet geeft is er eentje van fragiliteit. Sierlijk en elegant, met een verlegen aandoend hoofdje en pootjes die te tenger lijken om het gewicht van de hond te kunnen dragen. De laag gedragen staart geeft ook al niet de indruk van een erg zelfverzekerde hond. Maar schijn bedriegt echter want bij nadere inspectie blijkt de Whippet te beschikken over indrukwekkende spierbundels. En ben je dan nog niet overtuigd, kijk dan eens goed als de hond aan het rennen slaat. Hij accelereert als een Ferrari en binnen no time vliegt hij met enorme galopsprongen in volle snelheid voorbij. En dan kan je alleen nog maar met bewondering kijken naar de kracht die krap een halve meter windhond in zich heeft. En juist die snelheid, gecombineerd met zijn grote jachtpassie is een punt om goed rekening mee te houden als je een Whippet los laat. Een goed getrainde Whippet zal niet willens en wetens ongehoorzaam zijn maar het is een zichtjager, dus als er ineens iets snel voorbij komt, zit hij er binnen een oogwenk op topsnelheid achteraan. Dan is er niets meer te vinden van de rust een bescheidenheid die de Whippet in huis kan laten zien. Dan is het een knetterharde jager, die door roeien en ruiten gaat om zijn prooi te bemachtigen. Roepen werkt dan lang niet altijd en uitkijken bij een kruisende weg of een prikkel-draadomheining is er bij een Whippet in jachtmodus niet bij. Dat is niet gelijk reden om in paniek te raken want als hij uitgejakkerd is dan komt hij met zijn tong op zijn knieën, maar uiterst voldaan, wel weer terug. Het houdt echter wel in dat je hem alleen maar los kunt laten als de situatie en de omgeving absoluut veilig is. Menig Whippetje is aan zijn einde gekomen onder de wielen van een auto, die helaas toch nog net even sneller was. Is die mogelijkheid er niet, overweeg dat om de Whippet bij tijd en wijle te laten rennen op de renbaan. Dat kan bij de meeste windhondenrenbanen op recreatieve basis. Gewoon voor de lol. De hond zal er van genieten!Een functionele jas is een aanrader bij guur weer. Niet als hij aan het rennen is want dan houdt hij zichzelf wel warm, maar van een beetje slenteren aan de lijn kan hij het behoorlijk koud krijgen.

Whippet

Gezondheid

De Whippet is, evenals de andere windhonden, een gezonde hond met een grote weerstand tegen ziektes en kwalen. Eigenlijk spelen er vrijwel geen serieuze erfelijke kwalen een prominente rol binnen het ras. Oogafwijkingen, zoals PRA en cataract komen wel eens voor, maar de rasvereniging vraagt zijn fokkers dringend hierop te controleren. Wel kan een bepaalde overgevoeligheid voor narcosemiddelen optreden. Een dierenarts zal hiermee rekening dienen te houden. Doordat ze in staat zijn tot enorme snelheden kunnen verwondingen en blessures echter wel voorkomen. Tijdens een dolle ren wordt een tak of een stuk prikkeldraad gauw over het hoofd gezien, vaak met schrammen, krassen en winkelhaken tot gevolg. Maar, als je ernstiger ongelukken weet te voorkomen dan kan je heel wat jaren plezier hebben van een Whippet want ze worden in de regel stokoud.

Verzorging

De Whippet is met zijn ultradunne vachtje niet gebouwd op kou en nattigheid. Eigenlijk loopt deze hond het hele jaar door in een zomerjurkje. Een lekker warme slaapplaats stelt hij dan ook zeer op prijs, al ligt hij eigenlijk nog veel liever op de bank en ’s nachts gezellig bij de baas in bed. Het korte, fijne haarkleed van de Whippet heeft weinig verzorging nodig. Af en toe met een rubber borstel even de losse haren verwijderen is voldoende. Om hem extra te laten glimmen kan de vacht met een vochtige zeemleren lap afgewreven worden. Controleer de tanden regel-matig, geef de Whippet voldoende kauwmateriaal en poets desnoods zijn tanden want de Whippet kan aanleg hebben voor tandsteen. De nagels van de Whippet moeten echt kort gehouden worden.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook