Teckel

Teckel

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn deze rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer een kleine dappere jager: de Dashond, oftewel: Teckel.

  • Herkomst: Duitsland
  • Levensverwachting:12 tot 16 jaar
  • Karakter: Intelligent, Levendig, Onbevreesd, Speels, Toegewijd, Eigenwijs
  • Gewicht: 7,3 -15 kg
  • Bijnamen: Worsthond, Pijphond, Stoofbuishond
  • Kleur: Zwart, Bruin, Rood

Om te achterhalen waar de Dashond vandaan komt, moeten we naar de middeleeuwen. In die tijd liep er in West-Europa een kortbenige brak rond die voornamelijk gebruikt werd voor de jacht op vossen en dassen. De kortbenigheid was voor deze jacht een pre omdat die korte poten de hond in staat stelden de prooi te volgen in hun burchten en holen. Vooral in Duitsland werden honden geselecteerd met een kleiner formaat, die voor de jager nuttiger waren dan de grote en snellere honden die het wild achtervolgen over land. Al in 1719 beschreef Flemming in zijn boek ‘Der Volkommene Teutscher Jager’ een hond met het lichaam van een Dashond die ingezet werd als jachthond.

Waarschijnlijk had hij het hier al over een voorvader van de hedendaagse Teckel. Pas veel later, zo halverwege de negentiende eeuw, werd de Teckel ook gezien als gezelschapshond. Dat was voornamelijk te danken aan Queen Victoria die in 1839 een Dashond mee terug bracht naar Engeland. Rond 1870 kwam de Dashond ook in Amerika en Canada terecht, eerst alleen voor de jacht, later ook als gezelschapshond. Vanaf die tijd nam de populariteit van de Teckel een grote vlucht. Ook in Nederland en België werd het een graag geziene familiehond, waarbij de ruwharige Teckel veruit de meest gevraagde is.

Tegenwoordig behoort de das tot de beschermde diersoorten en wordt er niet meer op gejaagd. De jachtpassie is echter niet uit de Teckel verdwenen. Er kan nog steeds volop met ze gewerkt worden. Ze doen het prima in het zweetwerk, waarbij de hond het spoor van aangeschoten wild moet volgen. Er kunnen met Teckels ook verschillende jachtproeven afgelegd worden. Er zijn zweetspoorwedstrijden en drijfjachtoefeningen, waarbij de hond zelfstandig een bosperceel naar wild moet afzoeken en het moet opdrijven.

Karakter van de Teckel

Over Teckels wordt wel eens gezegd dat ze ‘een halve hond hoog en anderhalve hond lang’ zijn. Zou je het de Teckel zelf vragen dan zou het antwoord waarschijnlijk zijn dat hij daarnaast ook minstens twee honden groot is. Want hoewel de Teckel qua formaat maar een onderdeurtje is, heeft hij een groots karakter. Deze kleine jager is stoer genoeg om het op te nemen tegen een das, een roofdier dat bijna twee keer zo zwaar is als de gemiddelde Teckel. Geen wonder dat hij over een eigenzinnig en bij tijd en wijle behoorlijk koppig karakter beschikt! Zijn leven hing er nog weleens vanaf of hij in een oogwenk de juiste beslissing kon nemen. Hij heeft dan ook nog zijn eigen ideeën over wat ‘regels’ zijn en die komen niet altijd overeen met de ideeën van zijn eigenaar. Daarnaast is het ook een vrolijke en levenslustige hond die een warme schoot en kriebelende handen zeer op prijs stelt, maar … dat maakt toch écht geen schoothondje van hem.

De Teckel is vriendelijk en aanhankelijk naar zijn baas en ook met andere mensen kan hij vaak goed opschieten. Een allemansvriend is het echter niet. Hij heeft soms duidelijke voorkeuren en als je niet in zijn pulletje valt, kan hij zich behoorlijk gereserveerd gedragen. De omgang met kinderen is wisselend maar hij is niet bepaald dé kindervriend bij uitstek te noemen. Sommige Teckels kunnen er prima mee overweg, maar er zijn er genoeg die niet zoveel van kinderen moeten hebben.

Over inbrekers hoeft u zich niet bezorgd te maken met een Teckel als huisgenoot. Bij het minste geringste teken van onraad zal hij een keel op zetten van jewelste en hij heeft een blaf waarvan je zou denken dat ‘ie bij een veel grotere hond hoort. Helaas kan ‘onraad’ voor een Teckel nog wel eens iedere willekeurige passant inhouden. En als het er op aan komt dan is hij ook niet te beroerd om zijn tanden in een vermeende indringer te zetten. Reden genoeg dus om goed de vinger aan de pols te houden en zijn waaksheid van jongs af in goede banen te leiden.

Ook angst en terughoudendheid komen helaas bij de Teckel voor, vaak een gevolg van onvoldoende socialisatie en de hond teveel in bescherming nemen zonder duidelijke regels te stellen. Met de huiskatten gaat de Teckel in de regel goed om, zeker als hij er mee opgegroeid is. Dat geeft echter geen garantie dat er niet druk gejaagd wordt op katten die hij eventueel buiten tegenkomt. Met kleine huisdieren, zoals hamsters en cavia’s blijft het een beetje oppassen. Niemand zit te wachten op een leeg hamsterkooitje met een zeer voldaan kijkende Teckel ernaast.

dat maakt toch écht geen schoothondje van hem

De Teckel is tot op hoge leeftijd een speelse hond, die er een groot plezier aan beleeft om zijn speelgoed zonder pardon te vermoorden. Daarnaast behoort graven tot zijn passies. Laat een Teckel een uurtje alleen in de tuin en je komt er achter dat hij in staat is om in die luttele tijd je kunstig aangelegde bloemperken in een bouwput te veranderen. Als hij genoeg beweging krijgt is hij in huis vrij rustig, zo niet dan kan het een erg doenerig baasje worden.Hoewel de diverse Teckels allemaal tot één rasgroep behoren zijn er toch best wel wat karakterverschillen bij de diverse variëteiten. In zijn algemeenheid kan je zeggen dat de langharen het zachtst van karakter zijn, de kortharen de fanatiekste werkers en de ruwhaar de stugste leerling en het meest koppig.

Opvoeding van de Teckel

Teckelpups zijn met hun lange lijfje, korte pootjes, twinke-loogjes en koddige uiterlijk om op te vreten. Ze kunnen de gekste capriolen uithalen en daarmee de lachers op hun hand krijgen en als ze hard rennen dan hebben ze aanbiddelijke flappervoeten. In dat meer dan aantrekkelijke geheel schuilt een groot risico, namelijk dat je te toegeeflijk wordt, want ‘ach het is maar zo’n klein grappig hondje’. Maar de Teckel is een hond met karakter en om hem op te voeden moet je stevig in je schoenen staan; als hij ook maar enigszins de indruk krijgt je te kunnen manipuleren dan zal hij het beslist niet laten. Een goede opvoeding begint met een meer dan gemiddelde socialisatie. Zorg dat hij veel positieve ervaringen opdoet in die eerste maanden van zijn leven, maar neem hem niet tegen alles en iedereen in bescherming. Dan zou het puppy wel eens het idee kunnen opvatten dat hij onschendbaar is en een veel groter zelfvertrouwen aan de dag leggen dan goed voor hem is. Voorkom wel dat hij, vol goede bedoelingen, geplet wordt door overenthousi-aste honden die veel groter zijn dan hij. De kans op angst voor en daarmee gepaard gaande agressie naar honden is levensgroot aanwezig Een gedwee typetje is de Teckel niet en iemand die op zoek is naar een klein formaat hond met een makkelijk karakter kan beter voor een ander ras kiezen. Als je echter zijn eigenzinnige en koppige karakter kan waarderen en bereid bent de hond een vastberaden opvoeding te geven, met begrip voor zijn onafhankelijke aard, dan haal je met de Teckel een heerlijke hond in huis.

Teckel

Training en beweging

Iedereen die beweert dat je een Teckel niets kunt leren, is nog nooit serieus met een Teckel aan de slag gegaan. Feit is dat de gemiddelde Teckel zeer intelligent is en behoorlijk snel leert. Goed, dat kunnen ook de verkeerde dingen zijn, maar dat heb je zelf in de hand. Tijdens gehoorzaamheidscursussen is het regelmatig zo dat Teckels tot de uitblinkers in de groep behoren. De training moet wel leuk en motiverend zijn om kans van slagen te hebben. Het is zeker niet de makkelijkste hond om te trainen. Als hij een keer geen zin heeft kan hij je met treurige ogen aankijken of je niet goed bij je hoofd bent. En zelfs de best getrainde Teckel kan het op cruciale momenten af laten weten. Het feit dat hij zo goedleers is betekent echt niet automatisch dat hij ook altijd even gehoorzaam is. Hij kan, als hij zijn zinnen ergens op gezet heeft, een koppigheid bezitten die zijn baas soms tot wanhoop kan drijven. Maar met wat doorzettingsvermogen, een tikje relativeren en veel belonen is er bij dit eigenzinnige typje heus veel te bereiken.Voor zo’n kleine hond heeft de Teckel behoorlijk wat beweging nodig. Met een rondje om het blok neem hij geen genoegen. Hij gaat graag mee op lange wandelingen waarbij hij een uitzonderlijk uithoudingsvermogen aan de dag kan leggen. Ruig terrein deert hem niet, hij ploegt graag door het struikgewas. En als hij dan af en toe nog een lekker gat kan graven dan is hij helemaal in zijn element. Alleen van regen zijn de meeste Teckels niet erg gecharmeerd. Pas wel op in duingebieden en bossen, want voor je het weet is hij, gehoor gevend aan zijn altijd sluimerende jachtinstinct, vertrokken achter een lekker geurspoor aan. Het risico daarvan is dat hij uiteindelijk in een konijnenhol verdwijnt waar hij mis-schien niet meer uit kan komen.

Gebruiksmogelijkheden

In zijn algemeenheid kan je stellen dat er met een heleboel Teckels veel te weinig ondernomen wordt op sportief gebied. Af en toe een wandelingetje en verder wat in huis rondhangen. Geen wonder dat zoveel Teckels blèrend in de lijn hangen, ze vervelen zich af en toe kapot en dan is het niet zo gek dat je dan maar je eigen (ongewenste) activiteiten gaat ontwikkelen als rechtgeaarde jachthond zijnde. Jammer, want er zijn met een Teckel meer dan genoeg leuke dingen te doen. Jachttraining is daar natuurlijk één van, daar is deze hond voor gemaakt. Maar eigenlijk valt alles waarbij hij zijn goed ontwikkelde reukorgaan kan gebruiken wel in goede aarde. Praktijkspeuren of mantrailing bijvoorbeeld, waarbij de hond menselijke geursporten volgt. Gewone zoek- of sorteerspelletjes in huis vinden ze trouwens ook het einde. In de Gedrag & Gehoorzaamheid (G&G) kan de Teckel heel behoorlijk partij geven, mits je de training leuk, ontspannen en gevarieerd houdt. Hij moet het een uitdaging blijven vinden. Sporten waarbij veel en hoog gesprongen wordt zoals behendigheid en breitensport zijn voor de Teckel minder geschikt. Met zijn kwetsbare, lange rug is het risico op blessures vrij groot.

Gezondheid

Bij de Dashonden komt Hernia Nucleus Pulposis(HNP) voor. Bij deze kwaal, die ook wel ‘Teckel-verlamming’ genoemd wordt, puilen de stoot-kussentjes die zich tussen de wervels bevinden uit en drukken op het ruggenmerg. Hierdoor kan de hond moeilijk of helemaal niet meer springen of lopen en krijgt hij problemen met zijn ontlasting. De aandoening is erfelijk maar komt meestal tot uiting door overbelasting. Laat Teckels niet te hoog springen, traplopen en achter stuite-rende ballen aan gaan. Tevens is het belangrijk om tijdens het optillen van de hond zijn rug recht te houden en goed te ondersteunen. Een andere kwaal die zich nog wel eens manifesteert is Mitralisklepdegeneratie, waarbij de hartklep tussen de linker boezem en kamer niet goed meer sluit. Meestal ontstaat dit op latere leeftijd en verergert met het klimmen der jaren. Bij de Dwergteckel Ruwhaar komt tevens epilepsie voor. Oogafwijkingen probeert men binnen het ras zoveel mogelijk uit te sluiten door alle ouderdieren, als zij tenminste via de Teckelvereniging werken, daarop te controleren voor zij ingezet mogen worden voor het fokken. Een gezonde Teckel kan de vrij hoge leeftijd van 12 tot 15 jaar bereiken.

eigenlijk valt alles waarbij hij zijn reukorgaan kan gebruiken wel ingoede aarde

Hoewel de Teckel over het algemeen een robuuste en gezonde hond is, brengt zijn enigszins afwijkende lichaamsbouw toch wat consequenties met zich mee. Als laag-bij-de-grondse hond kan hij slecht tegen kou en vochtigheid. Tijdens de jacht of een fikse wande-ling zal hij er weinig tot geen last van hebben, maar eenmaal thuis moet hij goed worden afgedroogd en warm gehouden. Vlak boven de grond, waar de Teckel met zijn korte pootjes nu eenmaal leeft, is het doorgaans wat kouder en kan het ook flink tochten, wat niet bepaald bevorderlijk is voor de gezondheid van een hond.

Verzorging

De Teckel komt voor in drie verschil-lende vachten: de korthaar, de langhaar en de ruwhaar. De vachtverzorging van de korthaar is minimaal. Af en toe even een rubber borstel of een zeemleren lap er overheen en hij glimt weer als een spiegel. De langhaar vergt meer tijd omdat de lange haren klitvrij gehouden moeten worden. De ruwhaar zal ook regelmatig even geborsteld moeten worden maar ook ongeveer twee keer per jaar naar de trimmer. Geef Teckels voldoende dingen om stevig op te kauwen. Daarmee helpt hij zelf zijn tanden schoonhouden. En dat is geen overbodige luxe want Teckels hebben vrij snel te kampen met een slecht gebit. Zelfs als de hond veel kauwt is het aan te raden om zijn tanden regelmatig te poetsen. Als ze dat jong aangeleerd wordt dan hoeft het helemaal geen vervelend klusje te zijn voor de hond want de honden-tandpasta’s met wild- en gevogelte smaak vinden veel honden erg lekker. Check ook regelmatig de nagels, die raken soms de grond net niet waar-door ze niet voldoende afslijten bij het lopen. In dat geval zal de nagelknipper ter hand genomen moeten worden. Het kan natuurlijk ook zijn dat er te weinig met de hond gewandeld wordt. In dat geval is de oplossing heel simpel: ga eens wat meer met hem lopen! Te weinig beweging en te veel eten zijn er de oorzaak van dat er behoorlijk wat moddervette Teckels rondwaggelen. Jammer, want het is slecht voor hun gezondheid en een extra belasting voor hun lange rug.

Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook