shutterstock_417431530(1)(1)

Historisch portret: Lakeland Terrier

In oude geschriften, documenten en boeken of op prenten en schilderijen is de geschiedenis van honden vastgelegd. En ook het werk dat ze doen. Meegaan op jacht, het drijven en hoeden van een kudde, het bewaken van huis en haard en het gezelschap houden van de mens. Elke maand gunt ONZE HOND de lezer een inkijkje in de rijke historie van een rashond. Deze maand: de Lakeland Terrier.

TERRA-TERRAR-TERRIER

De benaming Terrier is al te vinden in ’De Canibus Britannicus’ (’Over de Britse Honden’) van Dr. Caius, dat in 1570 verschijnt. Daarin lezen we: Another sorte there is which hunteth the Foxe and the Badger Or Greye onely, whom we call Terrars, because they creepe into the grounde… Terrar is afgeleid van terra, het Latijnse woord voor aarde. Aardhonden dus, jagers op klein wild tot onder de grond.Deze groep terriers deelt gezamenlijke kenmerken; ze zijn robuust gebouwd, goed bespierd, klein tot middelgroot en in veel gevallen hebben ze driehoekige, gevouwen oren. vacht is meestal ruwharig, met een dichte ondervacht, en beschermt de ogen. Eeuwen later (rond 1800) publiceert Sydenham Edwards (1768-1819) zijn ’Cynographia Brittannica’. Hij stelt dat er twee soorten terriers zijn, waarbij hij niet alleen onder-scheid maakt tussen de kortbenige en de hoogbenige, maar ook tussen de types met kromme voorbenen en met rechte voorbenen. De terriers met rechte voorbenen hebben gewoonlijk een korte vacht en die met kromme voorbenen een lange vacht. Een witte vachtkleur is licht favoriet, met name bij de jagers, en, voegt Edwards er aan toe: … het is de gewoonte hun oren en staarten te couperen.
Tekst en illustraties: Ria Hörter. Je leest het hele verhaal in Onze Hond nr. 2.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook