Rottweiler

Historisch portret: De Rottweiler

Met het oog van een kunstenaar wordt, door de eeuwen heen, het uiterlijk van honden vastgelegd. Of het nu de 14de-eeuwse graveurs zijn, 18de-eeuwse schilders of fotografen in onze tijd, zij laten honden door hún ogen zien. ONZE HOND kijkt naar de uiterlijke ontwikkelingen van (ras)honden door de eeuwen heen. Niet langs afgesleten paden maar off the beaten track, met een vleugje historie voor het goede begrip.

Zijn de beschuldigingen dat rashondenfokkers ten prooi zijn gevallen aan de eisen van de markt terecht? Hebben fokkers met overdrijvingen de gezondheid van de hondenrassen bewust op het spel gezet? Dat is het verwijt dat tegenstanders van rashonden laten horen. ONZE HOND kijkt of zij gelijk hebben.

Rottweiler
Uit: The National Geographic Book of Dogs (1958). Tekening van Walter Weber.

Doorgeslagen eisen?

We zijn nu aangekomen bij de achtste aflevering in de serie ‘Met het oog van…’ De uiterlijke ontwikkelingen van rashonden is daarbij een belangrijk punt. Dat is bij elke aflevering te zien aan een grote hoeveelheid illustraties. Critici verkondigen luidkeels dat alle rashonden ten onder gaan, ten dode zijn opgeschreven dankzij die verfoeide uiterlijke ontwikkelingen en de doorgeslagen eisen in de rasstandaard.

We staan even stil bij de hondenrassen die de revue al zijn gepasseerd. Die rassen hebben uiteraard wel een uiterlijke ontwikkeling doorgemaakt, maar niet een zodanige dat hun gezondheid daardoor in gevaar is gekomen of zelfs maar is aangetast. Doorgeslagen eisen? We kunnen er kort over zijn: niet één van die acht hondenrassen voldoet aan dat criterium!

Rottweiler
Net als zijn ‘neef’, de Grote Zwitserse Sennenhond, is ook de Rottweiler als trekhond gebruikt. De jongens lopen op blote voeten, niet uit armoede maar omdat ze waarschijnlijk in de melkfabriek werken.

‘Romeinse honden’

Niet ten onrechte deelt de beroemde Zwitserse kynoloog  Dr. Hans Räber (1918-2008) de Rottweiler in bij de ‘Bauernhunde’ – Boerenhonden. In tegenstelling tot zijn 19de-eeuwse collega Richard Strebel (1861-1940)  vindt Räber het verhaal … dat alle drijfhonden of slagershonden die door de Romeinen op de oude heirwegen via Zwitserland en midden Europa naar Engeland komen slechts gedeeltelijk juist. Het is waar dat de Romeinen met honden over de Alpen komen en Europa binnenvallen. Het is juist dat de voorlopers van de Sennenhonden ‘rechtsaf sloegen’ en in Zwitserland bleven. Echter, lang daarvoor zijn er in Europa al honden die door de Kelten en Germanen worden gebruikt bij hun akkerbouw en veeteelt. Er bestaan diverse lokale types, ontwikkeld uit oude schaap- en herdershonden, waardoor de invloed van de ‘Romeinse honden’ relatief gering is. Het is dus niet waar dat Rottweilers één op één directe afstammelingen zijn van de honden van de Romeinen. Helaas vind men die stelling nog steeds in boeken en tijdschriften en op websites.

Rottweiler
Niet gedateerde foto met personen in burger en in uniform met hun Rottweilers, rond 1910.

Hardnekkig onjuist feit

Als het gaat om oorlogshonden bij de Grieken en Romeinen, is in ‘Toepoel’ te lezen… dat zij naast hun meester daadwerkelijk meevochten. Wie met dit hardnekkig onjuiste feit definitief afrekent, is drs. Robert van der Molen in zijn boek Honden bij de Grieken en de Romeinen.

Aan de hand van oude teksten en de vertalingen daarvan bewijst hij dat honden weliswaar soms aanwezig zijn bij de legers tijdens de grote oorlogen in de Oudheid, maar dat zij bij de gevechten zelf, dus op het slagveld, geen enkele rol spelen. Ze fungeren als gezelschapsdier, als jachthond tussen de gevechten door en als waakhond of boodschappenhond. Letterlijk schrijft Robert van der Molen: Legerhonden, Indische honden dan wel Mastiffs, die strijdend met de soldaten in de voorste linies een aanval uitvoerden op vijandige legerscharen hebben nooit bestaan, ondanks alle mooie verhalen in diverse kynologische boeken. De Rottweiler schijnt wel een rol te hebben gespeeld in de slag bij Murten,

in 1476, een van de veldslagen in de Bourgondische oorlogen. Misschien als berichtenhond of bewaker.

Rottweiler
Een zogenoemd ‘Zunftschild’ (uithangbord met verwijzing naar een beroep) van de slagers in Rottweil.
(Uit: A. Pienkoss, ‘Rottweiler’, 1986.)

Altaar van de Flaviërs

Rudolf Löns schrijft in zijn Die Deutschen Schäferhunde der Gegenwart (1927): Der Große Viehtreibehund ist die Grundform des großen Hofhundes für den Dauerlauf. Sie ging aus dem Hofhund hervor durch ihre hauptsächlichste Beschäftigung mit dem großen Vieh das sich nicht führen läßt, sondern getrieben werden muß.

Deze drijfhond – over het algemeen ‘Metzgerhund’ genoemd – moet sterk genoeg zijn om het zwaarste rund met een hap in de knie te dwingen en in te tomen. Löns vervolgt: De vachtkleur is over het algemeen zwart met roestbruin en witte aftekeningen.

Dat de grote Zwitserse slagershond – de Grote Zwitserse Sennenhond (een ras dat in deze rubriek van Onze Hond 04 wordt beschreven) en de Rottweiler één en dezelfde ‘Bauernhund’ als voorvader hebben, daarover kan geen twijfel bestaan.

De naam van deze oude Duitse drijfhond is afgeleid van de Duitse stad Rottweil in Baden-Württemberg, die is gesticht door de Romeinen in 74 na Christus. De naam is dan Arae Flaviae, hetgeen het altaar van de Flaviërs betekent.

Rottweiler
Standbeeld van een Rottweiler voor het Heimatmuseum in Rottweil.

Elegantie

Misschien verdient de term ‘slagershond’ nog enige toelichting. Overal in Europa zijn grote veemarkten waar handelaren het vee, veelal runderen, naar toe brengen. Daarvoor is een hond nodig die het vee drijft, en die groot en krachtig genoeg is om tegenstribbelende runderen in toom te houden en een die over veel uithoudingsvermogen beschikt om lange dagmarsen te kunnen maken. De slagers, die het op de markt gekochte vee naar het slachthuis brengen, hebben ook een hond nodig die grofweg over dezelfde kwaliteiten beschikt. De honden moeten ook een zekere bewakingsdrift hebben; een gestolen rund is een schadepost, terwijl veehandelaren in de ‘pre-pin periode’ grote sommen geld op zak hebben. Aan het einde van de dag ziet men in de grotere steden, voor de deur van de slager, de ‘slagershond’ liggen, die uitrust van een vermoeiende dag.

Dr. Hans Räber schrijft – en dat is helemaal correct – dat de huidige Rottweiler een krachtige, massieve, compacte hond is, die zich echter niet zonder enige elegantie presenteert. Met andere woorden: een boerenhond met een tikje gratie.

Zijn naam is afgeleid van de Duitse stad ­Rottweil

Trouw goedmoedig, volgzaam

De eerste rasstandaard wordt rond 1883 opgesteld door Albert Kull (1855-1921), die behalve kynoloog ook dierenschilder is. De Nederlander H.A. Graaf van Bylandt (1860-1943) en de Duitse kynoloog en dierenschilder Richard Strebel voegen daar in respectievelijk 1894 en 1905 nog het een en ander aan toe. Helaas hebben beiden een totaal verschillend beeld van de Rottweiler voor ogen, waarbij de afbeeldingen van Kull het meest geloofwaardig overkomen.

In 1906 doet Albert Graf uit Heidelberg een oproep om de Rottweiler te redden; in 1907 wordt de eerste ‘Deutscher Rottweiler-Klub’ (DRK) opgericht, in hetzelfde jaar gevolgd door de ‘Süddeutscher Rottweiler Klub’. Diverse rasverenigingen zullen nog volgen. Zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog betekenen een tegenslag voor de fokkerij. Met name het voeden van zulke grote honden kan soms niet meer worden opgebracht.

In alle beschrijvingen van de Rottweiler vind men kwalificaties als ‘trouw’, ‘goedmoedig’ en ‘volgzaam’. Echter, wie binnenkomt met kwade bedoelingen maakt kennis met een hond die niet van plan is u er even gemakkelijk weer uit te laten. Zijn kwalificaties maken deze oude werkhond nu geschikt voor een aantal hondensporten. Op deze zeer informatieve sites: https://www.rottweiler.network/ en https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-2/rottweiler/ is alle informatie te vinden over het ras en de sporten waaraan kan worden deelgenomen.

Rottweiler
Aan deze foto is te zien dat het nog niet eens zo heel lang geleden is dat de Rottweiler werd in gezet als trekhond. De trekhondenwet in Nederland dateert van 1911, maar deze foto lijkt mij ver daarna te zijn gemaakt.

Geen verkapte dog

H.A. Graaf van Bylandt besteedt in zijn werk Dogs of all Nations (1904) aandacht aan de Rottweiler en beeldt het ras driemaal af, allemaal naar originele afbeeldingen van Albert Kull. Het ras is dan al bekend onder de naam Rottweiler, maar Van Bylandt geeft daar in vier talen nog een toelichting bij: Duitse Veedrijvershond, Deutscher Metzgerhund, German Cattle Dog en Chien de Bouvier Allemand.

Lang voordat de rasvereniging wordt opgericht, zijn er in Nederland al Rottweilers, want als in 1910 in Utrecht een tentoonstelling wordt georganiseerd, wordt in de openklas reuen één Rottweiler ingeschreven: John. De eerste Rottweiler die in het Nederlandse stamboek wordt ingeschreven is Stumper, geboren in 1910. Een wat ongelukkige naam voor een Rottweiler, maar hier waarschijnlijk een verwijzing naar de gecoupeerde ‘stomp’ staart.

De Nederlandse Rottweiler Club (NRC) wordt op 23 februari 1952 opgericht, relatief laat in de geschiedenis. Al op 8 maart van dat jaar wordt door de Raad van Beheer een voorlopige erkenning afgegeven. De eerste voorzitter van de NRC is de bekende schrijver Jan van Rheenen (1909-1971), die zo’n 20 honden-boeken publiceerde, waaronder Rottweiler en Sennenhonden. Wie over het geharrewar, de onenigheden en de verschillende opvattingen over formaat, type en bruikbaarheid, die het eerste kwart van de twintigste eeuw tekenen, wil lezen, moet Van Rheenens boekje aanschaffen. Het is vrij gemakkelijk tweedehands te koop. Ook 40 jaar Nederlandse Rottweiler Club 1952-1992 is voor fokkers en geïnteresseerde eigenaren nog steeds een ‘Fundgrube’.

Als keurmeester Toepoel begin jaren vijftig vier Rottweilers keurt op de clubmatch van de K.C. Gooi- en Eemland, doet hij dat met in zijn achterhoofd het standpunt dat Rudolf Löns ten aanzien van de Rottweiler inneemt: Een echte veedrijvershond en geen verkapte dog.

Rottweiler
‘Soldaten op vier poten’. Vier pups die worden getraind als ‘military working dogs’ voor het Oostenrijkse leger.
In Duitsland is de Rottweiler sinds 1910 ook een officiële politiehond.

Meer adel

Het zal niemand zijn ontgaan dat de Rottweiler van huis uit dus een echte veedrijver is. Maar ook een trekhond in het boerenbedrijf; hij trekt de karren met melkbussen, met kaas en andere zaken. Bij het zoeken van illustraties is het lastig hem niet de verwarren met de Grote Zwitserse Sennenhond die, vooral in Zwitserland, hetzelfde werk doet. Het werk van de Rottweiler is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog drastisch veranderd; de stoere veedrijver wordt een gezelschapshond. Echter, er zijn voor hem talrijke sporten weggelegd: speuren, IPO (het vroegere Verdedigingshond), Gedrag en Gehoorzaamheid (G&G), Verkeerszekere Hond (VZH), kortom een ras dat geschikt is om beziggehouden te worden – nee, dat beziggehouden moet worden.

Is zijn uiterlijk veel veranderd? Is het type van de huidige Rottweiler ver verwijderd van de Metzgerhund? Laten we eens kijken naar de tekening van Reichenbach van rond 1835, naar ‘de ideale Rottweiler’ van Albert Kull en naar de Rottweiler van Richard Strebel. De laatste twee nota bene tijdgenoten, die elk een totaal andere hond hebben getekend. De huidige Rottweiler is forser geworden, het hoofd lijkt niet meer op dat wat Reichenbach tekent, maar is dat van een Molosser. Fokkers hebben die ‘boerenhond’ meer adel gegeven. 

Rottweiler
Standfoto van de moderne Rottweiler. (Foto: Alice van Kempen).

ROTTWEILER

Land van herkomst: Duitsland.

Gebruik: gezelschapshond, diensthond en werkhond.

Eerste rasstandaard: circa 1883

FCI standaard: http://www.fci.be/Nomenclature/Standards/147g02-en.pdf

FCI-nummer: 147

Rasgroep: 2, Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden.

Rasvereniging: Nederlandse Rottweiler Club (NRC).

Website: https://www.rottweiler.network/

VERZORGINGSTIPS VAN DE ABHB TRIMSALONS:

De Rottweiler behoort tot de stokharige rassen. De glanzende dekharen zijn middellang en voelen hard aan. Daaronder zit de zachte, dichte onderwol. In de hals en op de achterbenen zijn de haren rond de kruintjes iets langer. Een gezonde vacht glanst uitbundig en beschermt de huid. De vacht blijft in conditie door talg- en zweetkliertjes die de haren en de huid voeden en beschermen. Invloeden zoals UV-straling doen de haren slijten waardoor de vachtkwaliteit geleidelijk afneemt. Tussen voor- en najaar worden daarom alle haren successievelijk ver- vangen. In het voorjaar begint de vacht met het losraken van de zachte wolharen. Deze afgestoten onderharen zijn dof en piepen in bosjes tussen de dekharen uit. Eens per week lichtjes borstelen tijdens de wolrui kan niet veel kwaad, maar stevig ‘rossen’ (met rubber nopjes) versnelt het ruiproces en stimuleert een nieuwe ondervachtrui. Daarom wordt op het hoogtepunt van de wolrui, die enkele weken duurt, liever een wasbeurt ingezet. De oudste (poreuze) wolharen worden daar- mee geselecteerd, ‘losgeweekt’ en weggespoeld. In de zomermaanden zullen ook de dekharen wisselen; dit proces duurt wat langer. Was gerust elke week als er veel haarverlies is. Borstel liever niet tussen de wasbeurten, maar aaien met een microvezeldoek mag wel. De ABHB trimsalons (www.abhb.nl) zijn speciaal uitgerust voor hulp bij verharing en passen de professionele ‘wassen-blazen’ methode toe. Daarmee wordt het oude haar van de gezonde jonge vacht gescheiden en dat scheelt daarna heel veel haar in huis.

Er is geprobeerd om alle rechthebbenden op fotomateriaal te vinden. Dit is niet altijd gelukt. Wie meent auteursrechten te bezitten kan contact opnemen met de auteur: horter@tiscali.nl 

Openingsfoto: Shutterstock.com

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook