Engelse Bulldog

Engelse Bulldog

Zoals veel honden met een uitgesproken uiterlijk kent de Bulldog fanatieke aanhangers en critici. Zijn verschijning roept uitgesproken meningen op. Of je vindt hem geweldig of oerlelijk. Iets daar tussen lijkt niet te bestaan. Of het zou moeten zijn dat je hem mooi van lelijkheid noemt. De Britten hebben dit excentrieke ras reeds lang omarmd en uitgeroepen tot nationaal ras en landsymbool…

  • Herkomst: Groot-Brittannië.
  • Levensverwachting: 8 tot 10 jaar
  • Karakter: waakzaam, ondernemend, trouw, betrouwbaar, moedig, onbevreesd maar goedig van aard.
  • Gewicht: reu: 25 kg (55 Lbs.); teef 23 kg (50 Lbs.)
  • Hoogte: teef: 31–40 cm, reu: 31–40 cm
  • Kleuren: Wit, Lichtbruin, Piebald, Fawn & White, Brindle en Wit, Rood-wit, Red Brindle, Rood
    Uitgebreide rasstandaard onderaan de tekst

In het kort

De Engelse Bulldog is een relatief kleine, krachtige, zwaar gebouwde en zeer compacte hond. Hij staat graag in het middelpunt van de belangstelling en er wordt wel eens van hem gezegd dat hij lijdt aan grootheidswaanzin. Hij straalt rust en gemoedelijkheid uit. Hij blaft niet veel. Zijn knorrige, grimmige voorkomen werkt echter voldoende afschrikwekkend om mensen met kwade bedoelingen op afstand te houden. Dat is maar goed ook, want de doorsnee Bulldog zal een inbreker die het huis binnenkomt vriendelijk vergezellen als die de spullen van zijn baas inpakt. De Bulldog is een zelfverzekerde hond die doorgaans niet wantrouwend ten opzichte van vreemden staat. Hij heeft er meestal geen problemen mee als vreemden hem betasten. Komt iemand zijn baas te na, dan zal hij deze echter wel willen beschermen.

Hij ziet er misschien wat brommerig en knorrig uit, maar dit is bepaald geen afspiegeling van zijn innerlijke wezen. De Engelse Bulldog heeft een flegmatisch temperament. Hij is rustig en reageert niet snel heftig op een situatie. Hij maakt zich niet snel ergens druk om. Men noemt hem wel een ’passive coper’. Dit betekent, dat hij niet fel reageert op prikkels van buitenaf. Dat is ooit, in het begin van zijn bestaan, wel anders geweest.

Herkomst

De Engelse Bulldog is ontstaan uit de Alaunt of Allan, waar ook de Mastiff uit voortkomt. Ook de Talbot speelde een rol bij totstandkoming van het ras. Over deze Talbot is niet veel bekend; wel weten we dat het een witte hond was met een groot hoofd, korte schedel en massief front. Hij stond bekend om zijn moed en volharding. Als een Talbot zijn prooi vast had, liet hij hem niet meer los, zo wordt er gemeld. De Alaunt en de Talbot werden gebruikt voor de jacht op de vos, das en het wilde rund. Toen deze laatste uitgestorven was, kwam er een nieuw gebruik, namelijk het laten vechten van honden tegen de gedomesticeerde stier. Sommige bronnen melden dat dit in de tijd van Henry II (1154) reeds bekend was. Tijdens de regeerperiode van de Engelse koning John (1199-1216), ook Jan zonder Land genoemd, was deze vorm van vermaak in elk geval al gemeengoed.

Een gladharige, fors gebouwde hond, breed, krachtig en gedrongen….

Bullbaiting

In de middeleeuwen was men ervan overtuigd dat het vlees van de stier beter smaakte als deze voor zijn leven had gevochten. Men gebruikte hiervoor moedige honden die een dergelijke gevaarlijke opponent tegemoet durfden te treden. In de dertiende eeuw groeide dit fenomeen uit tot een volksvermaak dat ’bullbaiting’, of bullenbijten, werd genoemd. De stier werd met een ketting aan een paal vastgezet (the bull ring). Hij kreeg daarbij zoveel bewegingsruimte dat hij zijn kracht goed kon benutten. Vervolgens werden er honden tegen hem opgehitst. De honden grepen zich vast in de stier en hielden vast, wat er ook gebeurde. Soms werden de honden opgehitst tegen een geketende beer.

Deze honden waren aanvankelijk groot en van het Mastifftype. Toen de adel in 1272 het bezit van een ongeschonden Mastiff verbood aan het gewone volk, en honden van dit type die in het bezit waren van burgers mutileerde (bijvoorbeeld door teenamputatie), troostte de gewone man zich in de 14e en 15e eeuw met kruisingen met de Mastiff en honden die kleiner en wendbaarder waren, maar even vasthoudend en dapper. Deze honden werden ’bandogge’ of ’bolddog’ genoemd en zij worden beschouwd als de voorouders van de moderne Bulldog.

Engelse Bulldog

Naam

De Bulldog wordt voor het eerst genoemd in overgeleverde geschriften uit 1500: Cocke Sorrelles schrijft dan: ’Than come one with two Bolddogges at his tayle’. In hetzelfde jaar schrijft W. Wulcher: ’Hic molossus – a Bonddogge’. In 1576 vinden we de eerste vermeldingen over de ’bandogge’, geschreven door de geneesheer dr. Johannes Caius in ’Treatise on the Dog’. Dr. Caius geeft in zijn beschrijving ook de functie aan van de Mastiff of Banddogge. Deze werd gebruikt bij de jacht op vos, das en wild zwijn. Ook kon dit type hond volgens hem de stier bij de oren pakken als de situatie dat vereiste.

William Harrison verklaarde in 1586 de naam, in zijn ’Description of England’: ’so called because manie of them are tied up in chaines and strong bonds in the daie time for doing hurt abroad, which is an huge dog, stubborn, onglie, eager, burthenouse of bodie (and therefore of little swiftness), terrible and fearful to behold, and often more fierce and fell than anie Archadian or Corsican cur.’

In het toneelstuk ’Epicoene. Or the silent woman’ van Ben Johnson wordt de naam Bulldog voor het eerst gebruikt. Daarna komen we het ’ras’ Bulldog voor het eerst tegen in een persoonlijke brief uit 1631 of 1632. In deze brief van Prestwick Eaton uit St. Sebastian (Spanje) aan George Willingham uit London vraagt deze hem per direct een aantal zaken op te sturen, zoals flessen sterke drank, maar ook: ’procuer mee two good Bulldoggs, and let them be sent by ye first shipp.’ In dezelfde brief vraagt hij ook om ’a good Mastive dogge’, wat erop wijst dat deze twee typen honden op dat moment al duidelijk onderscheidbaar waren.

Type

De vroege Bulldog had een korte snuit, een groot en massief hoofd en een brede bek. Hij had een ondervoorbeet en een terugliggende (laid back) neus die de hond in staat stelde de stier direct goed vast te grijpen en te houden. De terugliggende neus zorgde ervoor dat de hond vrij kon ademen terwijl hij de stier vast had. De Bulldog was van gemiddelde grootte, met een zwaar beendergestel. Hij had een breed front en was zwaarder in de voor- dan in de achterhand, zodat zijn zwaartepunt bij de kop lag. Hierdoor werd hij niet zo snel losgeschud door de stier. De Bulldog maakte geen geluid bij een aanval. Hij deed dit in stilte en zocht altijd het hoofd van zijn opponent. De neus van de stier is zijn kwetsbare plek. Het was dan ook het meest effectief als de hond zich daaraan vastgreep. Hij liet niet meer los, als hij zich had vastgebeten. Men noemde dit ’pinning and holding’. Hij was ongevoelig voor fysieke pijn en had een enorm uithoudingsvermogen. Hij hield zijn tegenstander vast tot een van beide dood was. Deze Bulldog was dus nog niet de Bulldog zoals we die tegenwoordig kennen. Het was een felle, agressieve hond die hoog op de poten stond en lichter van bouw was dan de moderne Bulldog.

Engelse Bulldog

Hondengevechten

Langzaam maar zeker kwam er protest tegen de dieronwaardige behandeling van hond en stier. In 1802 sprak  eerwaarde dr. Barry er schande van in zijn preek: ’Two useful animals, the bull who propagates our food and the faithful dog who protects our property, to be thus tormented, and for what purpose?’

Aan het eind van de 18e eeuw waren het voornamelijk de ruwe arbeiders die de Bulldog hielden. Zij hielden zich in hun spaarzame vrije tijd bezig met drinken en gokken. Er kwam een nieuwe ’sport’ op, waarbij de honden tegen elkaar werden opgehitst om te vechten. Er werden weddenschappen afgesloten op de afloop. Aanvankelijk werd de Bulldog ook ingezet bij gevechten tussen honden onderling. Zijn handelskenmerk, het in stilte vastpakken en tegen de grond houden van zijn tegenstander, was hier echter minder gewenst. Het was voor de toeschouwers niet zo spectaculair om te kijken naar twee Bulldoggen die zich in elkaar vastbeten en vervolgens niet meer bewogen. Meer en meer werd er gebruikt gemaakt van Bulldogkruisingen, veelal met Terriers. Deze honden hadden de enorme moed van de Bulldog en de wendbaarheid, snelheid en vechttechniek van de Terrier.

In 1835 kwam er een wettelijk verbod op het bullenbijten, de beren- en hondengevechten in de ’Cruelty to animals Act’. Hoewel er ondergronds nog wel werd doorgegaan met dit soort praktijken, nam de grote belangstelling voor het ras hierdoor af. De Bulldog dreigde te verdwijnen.

De Engelse Bulldog moet de indruk geven van vastberadenheid, kracht en activiteit…

Ontwikkeling

Er bleven enkele fokkers trouw aan de Bulldog. Zij probeerden het ras te behouden en deden dit onder andere door te gaan selecteren op vriendelijkheid, om de honden zo een andere functie te kunnen geven dan de vechthonden die ze daarvoor geweest waren. Zo veranderde het ras langzaam maar zeker in een vriendelijke gezelschapshond. De opkomst van de kynologie bracht een nieuwe functie voor de Bulldog: showhond. De eerste Bulldog die werd ingeschreven in het register van de Engelse Kennel Club was Adam, die in 1864 geboren was. Rosa, een Bulldogteef, was vanaf 1840 het ideaalbeeld van de Bulldog. Haar zoon, Crib, werd de stamvader van de vier oudste bekende Bulldoglijnen.

Vereniging

In 1864 richtte men de eerste rasvereniging op, ’The Bulldog Club’. Ook werden een jaar later de raspunten opgesteld door Mr Samuel Wickens, onder het pseudoniem ’Philo-Kuôn’. De teef Rosa van het schilderij ’Crib and Rosa’ van A. Copper stond model voor deze standaard. Deze club bleef maar drie jaar bestaan. In 1874 werd ’The Bulldog Club (incorporated)’ opgericht. Na minimale wijzigingen accepteerden zij de oude standaard. Onder invloed van de gewijzigde functie van vecht- naar tentoonstellingshond veranderde het ras in korte tijd. Er werd erg op extremiteiten gefokt: zware bouw, kortere snuit, bredere borst. In 1894 werd Rosa van haar voetstuk gehaald en was zij niet langer het gewenste type Bulldog.

Veranderd type

Het is ongelofelijk hoe snel het ras veranderde. Ook in karaktereigenschappen. Eerst zocht men in hem gewenste eigenschappen als bijtlust, moed en fysieke hardheid. Nu moest hij lief, gezellig en gemakkelijk zijn. En deze eigenschappen bleek hij ook in zich te herbergen, want men bleek in staat te zijn om uit een ras dat geruime tijd uitsluitend werd gefokt en gebruikt als bijtmachine, een gezellige gezinshond te fokken. Dit lijkt erop te duiden dat de agressie van de oorspronkelijke Bulldog vooral een aangeleerde, verworven eigenschap was. Voor wat betreft de uiterlijke veranderingen die er onder invloed van de show plaatsvonden kan gezegd worden dat men ging selecteren op extremiteiten. Er wordt wel gezegd dat de Bulldog daarmee een karikatuur is geworden van de hond die hij ooit was.

Kritiek

In de afgelopen jaren is er veel kritiek geweest op de Bulldog. Televisieprogramma’s als ’Pedigree Dogs Exposed’ van de BBC op 19 augustus 2008, ’Einde van de rashond’ van Zembla op 11 december 2011 en ook de aflevering van Meldpunt op 10 maart 2011 laten weinig heel van het ras. Het ras heeft de twijfelachtige eer de hoogste score te hebben voor wat betreft gezondheidsproblemen.

De rasverenigingen zijn zich absoluut bewust van de gezondheidsproblemen van het ras. Steeds meer fokkers vinden ook dat er daadwerkelijk iets moet veranderen om het ras te redden. Op 1 juli 1998 is de EBCN (Engelse Bulldog Club Nederland) gestart met een populatieonderzoek, dat allereerst tot doel had een beter inzicht te krijgen in de vele (al dan niet erfelijke) gezondheidsaspecten van het ras. Het populatieonderzoek is nu omgezet in het gezondheidsonderzoek, verplicht voor alle fokkende leden. Tijdens het onderzoek wordt er een röntgenfoto gemaakt van de luchtpijp. Verder worden ogen, neus, longen, hart en het skelet gecontroleerd. De vereniging is verder momenteel bezig om het fokreglement aan te scherpen. Zo werden de gezondheidseisen voor de teven en reuen zwaarder gemaakt.

De nieuwe rasvereniging, Bulldog Club Nederland, die tegenwoordig naast de EBCN is erkend door de Raad van Beheer, heeft een visiedocument in het leven geroepen waarin men pleit voor een ’nieuwe Bulldog’ met als doel meer lucht, meer beweging en minder keizersnede. Men werkt samen met ’Bulldogs Online’ om de gezondheidsproblemen binnen het ras een halt toe te roepen.

Bulldogs online heeft hiertoe onder andere een keurmerk in het leven geroepen, het EB-KEUR. De hoop is dat er zo een duidelijke scheiding gaat ontstaan tussen malafide fokkers die (vaak buiten de verenigingen om) slechts vermeerderen en uit zijn op geldelijk gewin, en fokkers met hart voor het ras die de kwaliteit van het ras hoog in het vaandel hebben en de gezondheidsproblemen een halt toe willen roepen. Momenteel is deze scheidslijn echter nog niet zo strak te trekken. Het is echter wel duidelijk dat beide verenigingen er alles aan willen doen om het ras in samenwerking met de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied gezonder te maken.

Verantwoordelijkheid

Behalve bij de verenigingen ligt er ook een grote verantwoordelijkheid bij de (aspirant)eigenaar van de Bulldog. Voorkomen dat de hond overgewicht krijgt en zorgen dat hij een op de leeftijd van de hond aangepaste hoeveelheid beweging krijgt, zodat de hond conditie en bespiering kan opbouwen, zijn bijvoorbeeld essentieel om de hond op te laten groeien tot een gezonde Bull die niet amechtig neervalt na een lichamelijke inspanning van 200 meter. De Bulldog wordt wel eens geëtaleerd als de ideale hond voor een luie baas, maar ook een Bulldog heeft beweging nodig!

Karakter

De Engelse Bulldog wordt tegenwoordig uitsluitend gehouden als gezelschapshond. Hij leent zich prima voor deze functie en wordt wel eens omschreven als de ideale hond voor iemand die eigenlijk geen hond wil, maar een persoonlijkheid. Het is een zeer contactgerichte hond die een centrale plek in het leven van zijn baas opeist. Als hij onvoldoende aandacht krijgt, verkommert hij. Hij wil graag overal bij zijn.

De Bulldog is vrij koppig van aard. Hij kan heel stoïcijns zijn eigen gang gaan. Slaafse gehoorzaamheid hoeft u van hem dus echt niet te verwachten. U kunt hem zeker dingen leren, maar hij zal het nut van een oefening in moeten zien om die uit te voeren en hij zal zich niet laten opjagen, maar het in zijn eigen tempo volbrengen.

Engelse Bulldog

Kinderen

Het flegmatieke karakter en de fysieke hardheid van de Engelse Bulldog maakt hem tot een uiterst geschikte gezinshond. Hij zal niet direct toehappen als er eens een kind over hem struikelt. Hij is doorgaans heel geduldig met kinderen en is graag in hun gezelschap. Een jonge Bulldog kan echter wel wat lomp zijn in de omgang met kinderen. U moet niet vergeten dat hij een niet zo grote, maar wel behoorlijk zware hond is. Daarbij kent hij vaak zijn eigen kracht niet en houdt hij niet altijd rekening met obstakels (lees: mensen) die in de weg staan. U zult al moeite hebben om overeind te blijven als uw Bulldog op volle snelheid op u in loopt, maar een kind zal dan zeker onderuit gaan. Door zijn kracht is hij ook geen geschikte hond om door een kind uitgelaten te worden, maar ik vind eigenlijk dat dit voor ieder ras geldt. Hoe lief en gemakkelijk de eigen hond ook is, je weet nooit wat kind en hond onderweg tegen kunnen komen.

Met jonge kinderen blijft de stelregel van kracht dat kinderen en honden alleen dan in dezelfde ruimte samen mogen zijn als de baas van de hond daarbij actief aanwezig is. Zo kunt u hun omgang sturen en u ervan verzekeren dat ze alleen prettige ervaringen met elkaar zullen opdoen.

Andere dieren

De omgang met andere honden kan sterk variëren. Er zijn er die geen of weinig problemen geven naar andere honden, maar er zijn er ook heel wat die behoorlijk onverdraagzaam zijn naar vreemde honden. Als oorzaak hiervoor wordt weleens gezegd dat andere honden agressief op hem reageren, omdat hij veel geluiden produceert die de andere hond niet kan duiden (snurken), maar dit is slechts ten dele het probleem. De Bulldog kan ook zelf de agressor zijn. Het is zaak hem hierin goed te socialiseren en te blijven opvoeden. Als het niet lukt om hem veilig met andere honden te laten omgaan, zult u hem aangelijnd moeten uitlaten om te voorkomen dat hij problemen veroorzaakt. Er zijn ook Bulldoggen die buiten nogal heftig reageren op mensen die zich anders gedragen dan ’normaal’. Een opvallend loopje, harde geluiden produceren of te energiek de hond benaderen kunnen dan een agressieve reactie teweeg brengen bij deze Bullen.

De Engelse Bulldog kan doorgaans prima samenleven met andere dieren. Als hij hiermee goed gesocialiseerd wordt, accepteert hij dierlijke huisgenoten heel goed. Ook met honden van de eigen roedel geeft hij meestal geen problemen.

Opvoeding

Een harde opvoeding werkt averechts bij de Bulldog. Hij zal zijn kont tegen de krib gooien en het respect voor zijn baas verliezen. Het komt zelfs wel eens voor dat een Bulldog zich tegen zijn baas keert als hij echt onheus bejegend is. Beter is het om hem op vriendelijke, rustige, maar wel consequente wijze de huisregels bij te brengen die noodzakelijk zijn voor een veilig hondenleven. De jonge Bulldog kan bij het spelen nogal eens ’lomp’ zijn en harder bijten dan wenselijk is. Het is zaak om hem al vroeg te leren dat hard bijten tijdens spel niet geaccepteerd wordt. U kunt hier een commando aan verbinden, bijvoorbeeld ’zachtjes’. Sloopgedrag komt ook voor binnen het ras. Dit is vaak een teken dat de hond zich verveelt. Zorg ervoor dat uw Bulldog voldoende kauwmogelijkheden heeft door hem regelmatig kauwstaafjes of botten te geven. En laat hem in een ruimte waar hij geen kwaad kan doen als hij alleen moet blijven. Het is belangrijk om het alleen zijn stapsgewijs aan te leren vanaf het moment dat uw hond als pup in huis komt.

Hij is waakzaam, ondernemend, trouw, onbevreesd, maar goedig van aard…

Verzorging

De Engelse Bulldog heeft een gemiddelde lichaamsbeweging nodig. Een Bulldog met open neusgaten kan een normale wandeling prima aan. Veel Bullen zijn veel te dik. Men moet spek niet met spieren verwarren. Hij moet er stevig uitzien, maar daarmee wordt eigenlijk wel bespiering bedoeld, geen vet. Het is belangrijk om de huidplooien en rimpels goed te verzorgen om smetten te voorkomen. Ook onder het staartje kan zich nogal eens veel vuil en dode haren ophopen. Het is zaak om dit regelmatig te controleren en zo nodig schoon te maken. Doet u dit niet dan kan uw Bulldog hier erg veel hinder van ondervinden. Het is soms moeilijk om erbij te komen.

De Engelse Bulldog is brachycefaal (breedschedelig). Houd er in de zomer rekening mee dat de Engelse Bulldog heel slecht tegen de hitte kan. Zorg dat hij altijd een schaduwrijke plek tot zijn beschikking heeft en maak geen grote wandelingen met hem als het warm weer is, ook niet in de bossen. Laat hem met warm weer ook geen inspannende spelletjes doen, zoals achter de bal aan rennen.

Waar u als eigenaar van een Engelse Bulldog rekening mee moet houden is dat hij heel hard is voor zichzelf. Hij zal niet snel aangeven dat hij pijn heeft. Hierdoor komt u er waarschijnlijk pas laat achter als uw hond iets mankeert. Wees dus heel alert op veranderingen in zijn dagelijkse routine. Die zouden er dan op kunnen wijzen dat er iets niet in orde is.

Gezondheid

Problemen die voorkomen binnen het ras zijn ademhalingsmoeilijkheden, HD, rugproblemen, gescheurde kruisbanden, ingegroeide staart, huidproblemen, hartkwalen, niet kunnen werpen of dekken, doofheid en oogproblemen. Oogaandoeningen die bij de Bulldog een rol spelen zijn entropion (naar binnen gekruld ooglid), ectropion (naar buiten gekruld ooglid), een cherry eye (een uitpuilende traanklier achter het derde ooglid), droge ogen en distichiasis (ooghaartjes op de ooglidrand die de oogbol kunnen irriteren).

Bij de Bulldog komt symmetrische kaalheid voor in de flanken, die soms gepaard gaat met een huidontsteking. Het komt meer voor bij teven dan bij reuen en heeft doorgaans een hormonale oorzaak. Aandoeningen die hiermee in verband kunnen worden gebracht zijn de ziekte van Cushing, testikel- of ovariumtumoren en hypothyreoïdie (een tekort aan schildklierhormonen). Ook idiopathische kaalheid komt voor bij de Bulldog, waarbij onduidelijk is waardoor de kaalheid ontstaat. Bij deze laatste soort is er duidelijk een cyclus te onderscheiden van de kaalheid. In het voorjaar en de herfst zien we dan een toename van de kaalheid, waarna de haargroei weer herstelt.

Het radius curvus syndroom wordt gekenmerkt door een storing in de groei van de ellepijp, waardoor het spaakbeen, dat wel doorgroeit, wordt kromgetrokken.

Engelse Bulldog

Rasstandaard

Land van herkomst: Groot-Brittannië.

FCI-nummer: 149.

FCI-Rasgroep: 2: Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden, sectie 2.1: Dogachtigen.

Algemene verschijning: gladharige, fors gebouwde hond, tamelijk laag op de benen, breed, krachtig en gedrongen. Hoofd tamelijk groot in verhouding tot de grootte van de hond, maar geen onderdeel mag zozeer overheersen, dat het de algemene symmetrie afbreuk doet, of de hond misvormd doet schijnen, of zijn beweegkracht belemmert. Gezicht kort, snuit breed, stomp en opwaarts gebogen. Honden die ademhalings­ problemen vertonen zijn zeer onwenselijk. Lichaam kort, goed gevormd en geen neiging hebbende naar zwaarlijvigheid; ledematen fors, gespierd; achterhand hoog en sterk, maar enigszins licht in verhouding tot de zwaar gebouwde voorhand. Teven mogen niet zo massief of zwaar ontwikkeld zijn als een reu.

Karakteristieke indruk: de hond moet de indruk geven van vastberadenheid, kracht en activiteit.

Temperament: waakzaam, ondernemend, trouw, be-trouwbaar, moedig, onbevreesd maar goedig van aard.

Hoofd en schedel: schedel moet groot zijn in omtrek en de omtrek (gemeten voor de oren) moet ongeveer gelijk zijn aan de schouderhoogte van de hond. Van voren gezien moet het zeer hoog lijken van de hoek van de onderkaak tot het hoogste punt van de schedel; ook zeer breed en vierkant. Wangen moeten goed rond zijn en zijdelings voorbij de ogen uitsteken. Van opzij gezien moet het hoofd zeer hoog en kort zijn, vanaf de achterzijde tot de punt van de neus. Voorhoofd vlak noch bol, noch naar beneden voor het gelaat uitsteken en het vel op het voorhoofd en hoofd zeer los en fijn gerimpeld. Voorhoofdsbeenderen komen zeer ver naar voren, breed, vierkant en hoog; diep, wijd en een inkeping tussen de ogen. Vanaf de stop moet een brede en diepe stop, of vore, lopen tot midden van de schedel en deze moet tot op de top van de schedel te volgen zijn. Gezicht van voren gezien van jukbeen tot de neus kort en de huid gerimpeld. Snuit kort, breed en opwaarts gericht en diep van de ooghoek tot de hoek van de mond. Neus en neusgaten moeten groot, breed en zwart zijn en onder geen voorwaarde leverkleurig, rood of bruin; de top ligt terug, vrijwel tussen de ogen. De afstand van de binnenhoek van het oog (of van het middelpunt van de stop tussen de ogen) tot de uiterste punt van de neus, moet groter zijn dan de lengte van punt van de neus tot rand van de onderlip. Neusgaten moeten groot, wijd en open zijn, met daartussen een duidelijk zichtbare, rechte, verticale lijn. Snuit kort, breed en opwaarts gebogen en zeer diep van hoek van het oog naar hoek van de mond. De neusrol mag de lijn van de lay-back niet onderbreken. Bovenlippen ’chops’, moeten dik en breed, zeer diep neerhangen; zij moeten aan de zijkanten (niet van voren) geheel over de onderkaak reiken. Zij moeten van voren tot de onderlip komen en de tanden makkelijk bedekken. De kaak moet breed, massief en vierkant zijn; onderkaak moet duidelijk van voren uitsteken en opwaarts gericht zijn. Gezien vanaf de voorkant moeten de verschillende proporties van het gezicht volkomen gelijk zijn aan elkaar als men een denkbeeldige lijn trekt van de top van de schedel naar de punt van de onderkaak.

Ogen: moeten van voren gezien laag in de schedel liggen, zover mogelijk van de oren af. Ogen en stop moeten in een rechte lijn liggen, op welke de groef loodrecht staat. Zij moeten zover mogelijk van elkaar staan, maar de buitenste hoeken moeten wel binnen de buitenste lijnen van de wangen liggen. Rond van voren, matig groot, noch diep liggen of uitpuilen en in kleur zeer donker (bijna zwart); mogen geen wit tonen bij recht vooruit kijkt. Vrij van duidelijke oogproblemen.

Oren: moeten hoog zijn aangezet, d.w.z. de voorste binnenrand van elk oor moet (van voren gezien) de buitenste lijn van de schedel bij de hoek van die omtreklijn ontmoeten, zodat zij ver uit elkaar liggen en zo hoog en zover van de ogen als mogelijk. Zij moeten klein en dun zijn. ’Roze oor’ is juist, dat wil zeggen, het oor vouwt aan het achtergedeelte binnenwaarts, zodat een deel van het inwendige zichtbaar is.

Mond: brede vierkante kaak met zes kleine snijtanden tussen de hoektanden, in regelmatige rij; hoektanden ver van elkaar. Die tanden moeten groot en sterk zijn en niet zichtbaar als de mond gesloten is. Vanaf de voorkant gezien moet de onderkaak direct onder de bovenkaak en parallel hieraan zijn.

Hals: middelmatig van lengte, zeer fors, diep en sterk. Van achteren goed gebogen met veel losse, gerimpelde, dikke huid vanaf het strottenhoofd, die aan weerszijde ’wammen’ vormt, vanaf de onderkaak tot aan de borst.

Voorhand: de schouders moeten breed, schuin en laag zijn, zeer sterk en gespierd en indruk geven alsof zij aan het lichaam zijn aangehecht. Borstkas ruim, rond en zeer diep van het hoogste punt van de schouders tot haar laagste punt, waar zij de borst vormt. Borstkas goed tussen de voorbenen (dus geen vlakke zijden hebben) en de ribben moeten goed gewelfd zijn. De voorbenen moeten zeer stevig en sterk zijn, goed ontwikkeld en ver uit elkaar geplaatst, fors, gespierd en recht, een tamelijk gebogen buitenste lijn vertonen, maar de beenderen der benen moeten zwaar en recht zijn, geen kromme of O-benen en kort in verhouding tot de achterbenen, maar niet zo kort dat de rug er lang door schijnt, of dat het de beweeglijkheid van de hond hindert en hem slecht ter been maakt. De ellebogen moeten laag zijn en goed vrij van de ribben staan. De middenvoeten moeten kort, recht en sterk zijn.

Middenhand: borstkas moet ruim, aan beide zijden rond, in het oog vallend en diep zijn. Rug moet kort, sterk en breed bij de schouder en betrekkelijk smal bij de lendenen zijn. Een lichte daling in de rug, direct na de schouder (laagste punt), waarna de ruggengraat moet stijgen naar de lendenen (top moet hoger zijn dan de top van de schouders), waarna zij weer plots naar de staart afbuigt, een boog vormend, ’Roach Back’, een bijzonder kenmerk van het ras. De ribben moeten ver naar achteren doorlopen; onderbelijning is met een opgetrokken buik, welke niet mag hangen.

Achterhand: de achterbenen moeten zwaar en gespierd zijn, in verhouding langer dan de voorbenen, zodat de lendenen hoger komen te staan. De hakken lichtelijk gebogen en een regelmatig verloop; benen lang en gespierd van de lendenen tot aan de sprongen; de onderbenen moeten sterk, kort en recht zijn. De spronggewrichten neigen daardoor naar elkaar en de achtervoeten draaien hierdoor naar buiten.

Voeten: de voorvoeten moeten recht zijn en iets naar buiten gedraaid, van middelmatige grootte en vrijwel rond; achtervoeten rond en compact. Tenen aaneen- gesloten en stevig, duidelijk van elkaar gescheiden, waardoor de knokkels hoog zijn en in het oog vallend.

Staart: moet laag aangezet zijn, nogal uitsteken en vervolgens neerwaarts buigen. Hij moet rond zijn, glad zonder franje of ruwe haren, matig van lengte, eerder kort dan lang, dik bij de wortel en snel afnemend tot een dunne punt. Hij moet benedenwaarts gedragen worden (geen opwaartse krul aan het einde vertonende) en de hond mag hem niet over de rug dragen.

Gangwerk: is typerend, zwaar en gedrongen, waar- door het lijkt of hij met korte, snelle stappen op de punten van zijn tenen loopt en zijn achtervoet nauwe- lijks opheft en daarmee over de grond schijnt te sche- ren. Hij loopt met een van zijn schouders lichtelijk vooruit. Een vitaal gangwerk is van het grootste belang.

Beharing: fijn van samenstelling, kort, dicht en glad (hard omdat zijn vacht kort en dicht is, doch niet ruw).

Kleur: moet eenkleurig zijn of eenkleurig met een zwart masker of een zwarte snuit ’smuts’. De kleur moet glanzen en in haar soort zuiver zijn, n.l.: gestroomd, rood met zijn verschillende variëteiten, reekleurig, vaalbruin, etc., wit en wit gevlekte (d.w.z. een van de genoemde kleuren met wit). Leverkleurig, zwart en zwart met rood ’black and tan’ zijn zeer ongewenst.

Gewicht: reu: 25 kg (55 Lbs.); teef 23 kg (50 Lbs.)

Fouten:  elke afwijking van genoemde punten moeten beschouwd worden als een fout. De hoedanigheid van de fout moet in zijn juiste proporties ten aanzien van de fout en het effect op de gezondheid en welbehagen van de hond worden beoordeeld.

Keurmeesters zijn strikt vereist akkoord te zijn met deze standaard en dienen de navolgende fouten in hun oordeel in overweging te nemen:

Fouten: neusrol die de neus geheel of deels bedekt.

Eliminerende fouten: agressie of overdreven schrik, ademhalingsproblemen, ingegroeide staart.

Een hond die duidelijk een lichamelijke- of gedragsafwijking vertoont, dient te worden gediskwalificeerd.

VERZORGINGSTIPS VAN DE ABHB TRIMSALONS:

Heerlijk vinden ze dat, als je met je duim krachtig wrijft in de diepe stop van de Engelse Bull. Met krachtige streken duw je als het ware alle losse haren uit de kuil. Altijd met de haren mee natuurlijk. Het gesnuif klinkt nu duidelijk van genoegen. Want ondanks het gladde uiterlijk kan er héél wat haar uit een Bull komen. Kleine, korte haartjes die zich razendsnel aan en in kleding hechten. Vooral de witte haren vallen natuurlijk op. Om het verharen wat in de hand te houden is het belangrijk om niet iedere dag te borstelen. Dagelijks ’polijsten’ met een glansspray en vochtige zeem is prima, maar met het forsere werk moet je voorzichtig omgaan. Is de verharing duidelijk op zijn hoogtepunt dan is het tijd voor het grove geschut. Voor de Engelse Bulldog is dat vooral de rubber noppenborstel. Met ronddraaiende bewegingen borstel je hele matten haar los. Daarnaast is het zogenaamde poetsblok (welbekend bij paardenliefhebbers) een goed hulpmiddel. Stevige streken met de haargroei mee en vooral niet te lang op één plek blijven in verband met kans op ’brandgevaar’. Een badje met een stevige massage werkt ook heel veel los haar weg. De massage mag gerust 10 tot 15 minuten duren! Een verharingsperiode hoort een week of 2 à 3 te duren, daarna is er weer rust voor de vacht. Hulp nodig bij baden en borstelen? De ABHB-trimmers staan voor u klaar. Deze gediplomeerde vakmensen vindt u via www.abhb.nl

Informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van de twee rasverenigingen die door de Raad van Beheer zijn erkend:

Tekst: Natasja van Hout, foto’s: Alice van Kempen

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook