West Highland White Terrier

De West Highland White Terrier

Schotland kent verschillende kortbenige terriers: de Schotse Terrier, de Skye Terrier, de Dandie Dinmont Terrier, de Cairn Terrier en de West Highland White Terrier. Deze terriers werden oorspronkelijk ingezet als ongedierteverdelgers…

In het kort

De West Highland White Terrier is een grote hond in pocketformaat. Hij is een onverschrokken, pittige terrier, die soms tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Hij is levendig, ongecompliceerd, speels en vindingrijk.

De Westie kan echt een clowntje zijn. Hij is gevoelig voor stemmingen van zijn baas en probeert hem met allerlei capriolen op te vrolijken als hij denkt dat dit nodig is. Hij blijft tot op hoge leeftijd speels.

Herkomst

Kleine terriers werden in de Schotse hooglanden zowel door de adel als door boeren gebruikt bij de jacht op schadelijk wild.

De West Highland White Terrier is hoogstwaarschijnlijk ontstaan uit de Aberdeen Terrier (de oude naam voor de Schotse Terrier) en de Cairn Terrier. Met name met deze laatste heeft de Westie nog een grote gelijkenis. Bij deze terriers kwam het van oudsher wel eens voor dat er een witte pup werd geboren. Dit was een ongewenste kleur en deze hondjes werden door de fokker meestal afgemaakt. Men dacht dat witte honden zwakker waren en minder geschikt voor de jacht. Het was kolonel Edward Donald Malcolm uit Poltalloch, Argyllshire die daarin verandering bracht. Hij fokte kleine terriers voor de jacht op otter, rat, das en bunzing. Toen Malcolm tijdens de jacht een keer per ongeluk een (bruine) terrier doodschoot, die hij aanzag voor een vos (er wordt in sommige literatuur ook wel gesproken van konijn), besloot hij voortaan uitsluitend nog te jagen met witte terriers. Deze honden zijn immers veel duidelijker van het wild te onderscheiden.

Men ging deze witte hondjes ‘Poltalloch Terriers’ noemen.

Een andere fokker die van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van de Westie is George Douglas Campbell, de achtste hertog van Argyll en Chieftain of clan Campbell. De witte hondjes die bij hem werden gefokt, noemde men ‘Roseneath Terriers’.

In 1906 erkende de Engelse Kennel Club de rasstandaard. In 1907 werd de West Highland White Terrier officieel erkend op de Crufts Dog Show in Engeland.

West Highland White Terrier

Functie

Van oorsprong is de Westie dus een boerenhondje dat schadelijk kleinwild moest verdelgen. Knaagdieren, vossen en dassen waren zijn prooi. Omdat deze dieren vaak geduchte tegenstanders waren, moest de Westie dapper en onverschrokken zijn. Hij moest de moed hebben om een dier, vaak groter dan hijzelf, in diens eigen hol te weerstaan.

De commando’s van de jager waren niet langer hoorbaar als de hond ondergronds was gegaan. Hij moest dus zelfstandig beslissingen kunnen nemen en ook vertrouwen op eigen inzicht. Hij moest daarbij doortastend zijn en niet terugdeinzen voor gevaar. Doorzettingsvermogen en volharding waren onmisbaar voor deze hondjes.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat we de Westie typeren als een eigenzinnige hond met een groot zelfvertrouwen en moed. Dit zijn eigenschappen die er eeuwenlang zijn ingesleten en die belangrijk waren voor de taken die hij moest uitvoeren. Dat deze destijds zeer gewenste eigenschappen minder gewaardeerd worden bij een hond die uitsluitend als gezelschapshond wordt gebruikt, is evident. Toch is het goed om ons te realiseren dat dergelijk gedrag ooit functioneel is geweest. Een eigenwijze Westie is niet eigenwijs om zijn baas te pesten, maar omdat hij instinctief zijn eigen afwegingen wil kunnen maken over hoe te handelen in een specifieke situatie.

De Westie is klein, actief, kranig en gehard

Karakter

De Westie is een vrolijk, leergierig en aanhankelijk hondje. In tegenstelling tot wat zijn uiterlijk zou kunnen doen vermoeden, is de Westie echter geen schoothond. Hij is een echte pittige terrier, met daarbij behorende felheid en een hoog energiepeil. Hij is behoorlijk zelfstandig en eigenwijs. Hij is zelfbewust en hij denkt dat hij een heel grote hond is. Hij is voor de duvel niet bang.

De Westie is niet eenkennig, maar juist een behoorlijke allemansvriend. Hij kan tegen een stootje en vindt het leuk om te ravotten met de kinderen. Hij kan voor hen dan ook een leuk speelkameraadje zijn. Zorg er echter altijd voor dat u de omgang tussen kinderen en hond goed in de gaten houdt, zodat u eventueel kunt bijsturen als dat nodig is. Het is essentieel dat kind en hond uitsluitend prettige ervaringen met elkaar opdoen, zodat zij elkaar leren waarderen als betrouwbare speelmakkers.

Opvoeding

Een goed opgevoede Westie is bijzonder prettig gezelschap. Helaas komt het nogal eens voor dat mensen ervan uitgaan dat kleine hondjes geen opvoeding nodig hebben. Voor een Westie is dit desastreus. Hij heeft duidelijke structuur en leiding van zijn baas nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot een gezeglijke huishond. Westies die niet goed zijn opgevoed ontpoppen zich vaak tot vervelende dwingelandjes.

Naast opvoeding is fysieke en mentale uitdaging belangrijk voor het welzijn van de Westie. Hij moet een uitlaatklep hebben om zijn energie kwijt te kunnen. Een hondensport als agility appelleert aan het zelfstandig werken en zelf inschattingen maken. Het is een sport die veel Westies bijzonder leuk vinden.

De Westie heeft een  groot gevoel voor eigenwaarde

West Highland White Terrier

Grote graver

Het is goed om te weten dat de Westie niet honkvast is. Hij is een ware Houdini, die gaten graaft om uit de tuin te ontsnappen. Een deugdelijke afrastering is essentieel om hem binnen de omheining te houden. Hoewel graag graven voor de gemiddelde huishond een eigenschap is die we niet zo hoog waarderen, is het goed om stil te staan bij de oorspronkelijke functie van de terrier. Deze aardhonden moesten hun prooi onder de grond volgen om hem daar te doden of hem uit het hol te jagen. Goed kunnen graven was hiervoor erg belangrijk. Het graven kan dus gezien worden als een rudimentaire eigenschap die ooit een belangrijke functie heeft gehad. Wie tegemoet wil komen aan de graaflust van zijn Westie zonder daaraan zijn gehele tuin te willen blootstellen, kan misschien een stukje tuin reserveren voor de hond, waar hij ongestoord zijn gang mag gaan.

Gezondheid

Erfelijke aandoeningen die in geringe mate voorkomen binnen het ras zijn oogaandoeningen als cataract en dry eye (officiële benaming: Kerato Conjuctivitis Sicca). Fokkers vermeld op de lijst van de beide rasverenigingen zijn verplicht om jaarlijks een oogonderzoek te laten verrichten bij honden waarmee wordt gefokt. Verder komt de ziekte van Legg-Calvé-Perthes (LCP) voor, een degeneratie van de heupkop. Zoals bij veel kleine rassen komt patella luxatie (incidenteel) voor, een afwijking van de knie-banden en knieschijf.

CMO (Crano Mandibulaire Osteopathie) is een ziekte van het kaakbot, waarbij de hond gezwollen kaken heeft en pijn (bij het eten). Deze aandoening treedt doorgaans op tussen de 4e en de 9e levensmaand en is redelijk goed te behandelen, maar helaas niet te genezen. Er is een test beschikbaar die deze aandoening kan aantonen, al is deze nog niet inter-nationaal geregistreerd als DNA-test. Longfibrose is een aandoening die bij de oudere Westie bovengemiddeld voorkomt. Ook komen bij de Westie huidproblemen voor, vaak in combinatie met (chronische) oorontstekingen. Deze huidproblemen kunnen worden veroorzaakt door een allergie. Voeding speelt hierin vaak een doorslaggevende rol. 

West Highland White Terrier

Rasstandaard

Land van herkomst: Groot-Brittannië.

FCI-NR: 85.

FCI-Rasgroep: 3: Terriers, sectie 2.

Algemene verschijning: krachtig gebouwd; met diepe borstkas en achterste ribben; rechte rug en krachtige voor- en achterhand met gespierde benen. Toont in grote mate een combinatie van kracht en behendigheid.

Gedrag en temperament: klein, actief, kranig en gehard. In bezit van een niet geringe mate van gevoel voor eigenwaarde. Met het uiterlijk van bestrijder van roofwild. Oplettend, vrolijk, moedig, zelfbewust maar vriendelijk.

Hoofd: de afstand van de achterhoofdknobbel tot de ogen is iets groter dan de lengte van de voorsnuit. Het hoofd is bedekt met dicht haar en wordt onder een rechte hoek of minder gedragen tot de as van de hals. Het hoofd wordt in geen geval in het verlengde van de hals gedragen. Schedel: licht gewelfd, vertoont bij betasting van het voorhoofd een gladde omtrek. De schedel versmalt zeer weinig van oren naar ogen. Stop: duidelijke stop, gevormd door zware, benige richels direct boven de ogen en hier iets overheen hangend, met een lichte groef tussen de ogen. Neus: zwart en tamelijk groot, een gladde omtrek vormend met de rest van de voorsnuit. De neus mag niet naar voren steken. Voorsnuit: voorsnuit loopt toe van de ogen naar voren. Niet schotelvormig. Niet wegvallend onder de ogen, waar de voorsnuit goed opgevuld moet zijn.

Kaken / gebit: kaken sterk en gelijk. De afstand tussen de hoektanden is zo breed als verenigbaar is met de gewenste expressie van een bestrijder van roofwild. De tanden zijn groot voor het formaat van de hond, met een regelmatig schaargebit, dat wil zeggen dat de boventanden nauw sluiten over de ondertanden en de tanden staan recht in de kaken.

Ogen: de ogen staan ver uiteen, middelmatig van grootte, niet vol, zo donker mogelijk en goed geplaatst onder zware wenkbrauwbogen, hetgeen de hond een scherpe en intelligente, doordringende uitdrukking geeft. Lichte ogen zijn hoogst ongewenst.

Oren: de oren zijn klein, rechtop en stevig gedragen, eindigend in een scherpe punt, noch te ver uiteen, noch te dicht bijeen gedragen. Het haar op de oren is kort en glad (fluwelig), niet geknipt. Geen franje aan de punten. Geronde, brede, grote, dikke oren of te zwaar behaarde oren zijn hoogst ongewenst.

Hals: voldoende lang om de gewenste plaatsing van het hoofd mogelijk te maken. Gespierd, geleidelijk naar de aanzet dikker wordend, zodat de hals overgaat in fraai schuin geplaatste schouders.

Lichaam: compact. Rug: recht. Lendenen: breed en sterk. Borst: diep en de ribben aan de bovenzijde goed gewelfd; van de zijkant gezien enigszins vlak. Achterste ribben van aanzienlijke diepte en de afstand van laatste rib tot de achterhand, zo kort als vrije beweging van het lichaam toelaat.

Staart: 13-15 cm lang, bedekt met hard haar, zonder bevedering, zo recht mogelijk, monter, maar niet vrolijk of over de rug gedragen. Een lange staart is ongewenst, in geen geval gecoupeerd.

Voorhand: Schouder: naar achteren aflopend. De schouderbladen zijn breed en liggen dicht tegen de borstkas. Het boeggewricht naar voren geplaatst. Elleboog: goed naar binnen geplaatst, waardoor het voorbeen vrij beweegt, evenwijdig aan de lichaamsas.Voorbeen: het voorbeen is kort en gespierd, recht en dicht bedekt met kort, hard haar.Voorvoet: groter dan de achtervoet, rond, evenredig van maat, sterk, met dikke voetzolen, bedekt met kort, hard haar. De onderzijde van de voetzolen en alle nagels bij voorkeur zwart.

Achterhand: Algemeen uiterlijk: sterk, gespierd en breed aan de bovenkant. Benen kort, gespierd en pezig. Dij: zeer gespierd en niet te wijd uiteen. Knie: goed gebogen. Sprong: gebogen en goed onder het lichaam geplaatst, zodat ze vrij dicht bij elkaar staan wanneer de hond staat of loopt. Rechte of zwakke sprongen hoogst ongewenst. Achtervoet: kleiner dan de voorvoet, met dikke voetzolen, rond, evenredig van maat, sterk en bedekt met kort, hard haar. De onderzijde van de voetzolen en alle nagels bij voorkeur zwart.

Gangwerk en beweging: vrij, recht en over het geheel gemakkelijk. Voor bewegen de benen vrij vanuit de schouder naar voren. Het achtergangwerk is vrij, krachtig en met de benen dicht bij het lichaam. Knieën en sprongen goed gebogen en de sprongen onder het lichaam getrokken voor goede stuwkracht. Stijve, steltachtige beweging achter en koehakkigheid zijn hoogst ongewenst.

Huid: vrij van duidelijke huidproblemen.

Vacht: dubbele vacht. De bovenvacht bestaat uit hard haar, van ongeveer 5 cm lang, zonder enige krul. De ondervacht, die op bont lijkt, is kort, zacht en dicht. Open vachten zijn hoogst verwerpelijk.

Kleur: wit.

Schouderhoogte: ongeveer 28 cm.

Fouten: iedere afwijking van het voorgaande moet als fout worden beschouwd, waarbij de beoordeling van de ernst van de fout in verhouding moet staan tot de mate waarin hij voorkomt en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Diskwalificerende fouten:

  • agressieve of overdreven schuwe honden,
  • elke hond die duidelijk fysieke abnormaliteiten of gedragsabnormaliteiten vertoont moet worden gediskwalificeerd.

N.B.: mannelijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

VERZORGINGSTIPS VAN DE ABHB TRIMSALONS:

De kleren maken de hond, een variant op een gezegde dat prima bij de West Highland White Terrier past. Zonder goede kapper is de Westie gewoon een wit hondje met een pittig karakter. Gesoigneerd is het een heuse blikvanger met het ronde kopje, de parmantige staart en de strakke rugbelijning. Het ruwe haar van de Westie heeft gespecialiseerde zorg nodig; zou je eraan knippen of scheren dan verdwijnt de harde structuur en ook de ondervacht gaat weg. De kenmerkende eigenschappen van de ruwe vacht zijn de weersbestendigheid en de bescherming tegen stekelig struikgewas. Goede redenen om de structuur te behouden. Daarnaast is een ruwe vacht ook vuilafstotend. Door het uitplukken van dood haar met duim en wijsvinger blijft de vacht als bedoeld. Een gediplomeerde trimmer kan u hier zeker behulpzaam bij zijn. Naast het correct plukken is ook het modelleren van belang, zonder chrysantenhoofdje en buik- en beenbeharing is het niet ‘af’. Modelleren vereist begrip van de rasstandaard en inzicht in balans en soundness. Kortom, het mooi trimmen vraagt meer dan ambachtschap: het is een beetje kunst. Bij de vakvereniging voor gediplomeerde trimmers ABHB zijn veel ‘kunstenaars’ aangesloten die samen met u voor een plaatje van een Westie willen zorgen. U vindt altijd wel een trimsalon bij u in de buurt, want er zijn er negenhonderd. Kijk op www.abhb.nl voor de adressen.

Informatie

Voor meer informatie neemt u contact op met de West Highland White Terrier Club Nederland, secr.: mevr. L. Maasland, Luitgardestraat 2, 3882 EH Putten, tel.: 034-1357890, e-mail: secretaris@whwtc.nl, Website: www.whwtc.nlOf met Westie Nederland, secr.: Neeltje Blijleven, Jol 2009, 8243 GH Lelystad, tel.: 0320-841270, e-mail: info@westienederland.nl  Website: www.westienederland.nl

Tekst: Natasja van Hout, foto’s: Alice van Kempen

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook