Bullmastiff

De Bullmastiff

Al in de tijd van de Kelten werden er grote, zware honden gehouden die onder andere gebruikt werden bij de oorlogsvoering. In dit artikel alles over de Bullmastiff.

In het kort

De Bullmastiff is een vanzelfsprekende bewaker van erf en eigendommen van zijn baas. Hij is aanhankelijk en zachtmoedig ten opzichte van eigen volk, maar is terughoudend naar vreemden toe. Hij is geen overdreven blaffer; hij waakt doorgaans in stilte. Er is weinig dat hem ontgaat, al zal dat op het eerste oog niet altijd zichtbaar zijn. Ogenschijnlijk in diepe rust, houdt hij toch haarscherp in de gaten of hij de geluiden die hij hoort kan thuisbrengen. En bij onraad reageert hij razendsnel.

Bullmastiff

Herkomst

In het middeleeuwse Engeland hielden de boeren honden om hun bezittingen te beschermen. Deze honden noemde men Mastiffs. Deze naam zou een verbastering kunnen zijn van ‘masse thieve’, wat zoiets betekent als ‘de dief overmeesteren’. Het was niet de bedoeling dat deze boerenhonden de kostbare herten zouden bejagen die de adel zichzelf had toebedacht. Daarom werden deze Mastiffs gemeten. Bij honden die niet ‘door de beugel’ konden, die dus te groot waren, werden drie tenen geamputeerd. Op die manier zou de hond niet snel genoeg meer zijn om op hertenjacht te gaan.

Twee maten

Zo ontstonden er in de loop der tijd twee typen Mastiffs: de grote, die door de adel werden gehouden en de kleinere van de gewone man. Hieruit zijn uiteindelijk twee rassen ontstaan: de Old English Mastiff en de Bulldog.

De Bulldog werd vooral bekend door de wrede sport die men ‘bullbaiting’ noemde. Hierbij moest een hond het opnemen tegen een stier. In 1835 werd deze sport verboden door de Cruelty to Animals Act, maar het zou toch nog zeker een decennium duren voordat het daadwerkelijk stopte.

De Old English Mastiff was minder agressief. Hij was wel groot en sterk, maar had veel minder bijtdrift dan de Bulldog.

Stropers

Er was in die tijd een enorm verschil tussen de rijke bovenklasse, de adel, en de arme boerenbevolking. De technologische ontwikkelingen deden veel arme boeren de das om. Er heerste hongersnood. De nabijgelegen jachtgebieden die de adel zich had toegeëigend vormde daarom dus een grote verleiding. In de tweede helft van de 19e eeuw waren stropers dan ook een groot probleem voor de jachtopzieners die in dienst waren van Engelse grootgrondbezitters. De Engelse wetgeving was erg zwaar ten opzichte van stropen. Als een stroper werd gepakt, kon hij rekenen op een extreem zware straf: dood door ophanging. Ook deportatie kwam voor. Hierdoor hadden stropers er vaak alles voor over om aan het wettelijk gezag te ontkomen en schuwden zij daarbij geen geweld tegen de jachtopziener. De jachtopzieners hadden daarom grote behoefte aan een hond die hen kon helpen om stropers op te sporen en in te rekenen. En een sterke hond die hen kon beschermen. Men heeft met diverse kruisingen gepoogd de ideale ‘gamekeepers dog’, ofwel jachtopzienerhond te ontwikkelen. Rassen die in deze genoemd worden zijn de Duitse Dog, de Ierse Wolfshond, Lurchers, Newfoundlander en langharige Sint Bernard. De resultaten van deze kruisingen voldeden echter niet aan de verwachting. Uiteindelijk bleken kruisingen tussen Mastiffs en Bulldoggen uitermate geschikt voor dit werk en men begon deze honden doelbewust te fokken voor deze taak. We moeten hierbij in het oog houden dat beide rassen in die tijd totaal andere honden waren dan de moderne varianten. De Bulldog was een sportieve, atletische en krachtige hond die in uiterlijk meer leek op de Boxer van nu dan op de moderne Bulldog. Als ideaalverdeling voor de Bullmastiff zag men 60% Mastiff en 40% Bulldog. De fokproducten kregen verschillende namen: Bandog (kettinghond), Nightdog, Tie dog en ‘Bull-and-Mastiff’. De jachtopziener had het liefst gestroomde honden, omdat honden met deze kleur het minst opvallen in het donkere bos.

Functie

De taak van de jachtopzienerhond was het opsporen van de stroper. Vervolgens moest hij deze bespringen, tegen de grond werken en in bedwang houden totdat de jachtopziener ter plaatse was om de stroper in te rekenen. Omdat de stroper ‘ter lering ende vermaak’ nog opgehangen diende te worden, was het niet de bedoeling dat de hond hem al zwaar beschadigde. De hond mocht dus niet teveel bijtlust bezitten, maar moest wel krachtig genoeg zijn om de stroper de baas te blijven.

Een van de fokkers die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van het ras is Sam Moseley. Honden uit zijn Farcroftkennel hebben hun weg over de hele wereld gevonden. In 1925 werd hij voorzitter van de ‘National Bullmastiff Policedog Club’. Een jaar eerder, in 1924, werd het ras door de Engelse Kennelclub erkend. De eerste standaard werd door Moseley opgesteld.

Bullmastiff

Karakter

Het is belangrijk om rekening te houden met de oorspronkelijke taken waarvoor de Bullmastiff gefokt is en daarop in te spelen. Een hond die als taak had duistere typen op te sporen en tot staan te brengen, moest natuurlijk geen allemansvriend zijn. Hij moest argwanend zijn en voorzichtig in onbekende situaties. Ook de moderne Bullmastiff draagt deze eigenschappen nog met zich mee. Omdat hij tegenwoordig echter als huishond gehouden wordt, is het meestal niet wenselijk als hij erg wantrouwig is. Het is zaak om hem vanaf het begin goed te socialiseren en hem in contact te brengen met mensen, dieren en dingen die hij in het dagelijkse leven kan ontmoeten. Doet u dit niet, dan is de kans groot dat hij angstig reageert in nieuwe situaties.

Hoewel de Bullmastiff in fysiek opzicht een harde hond is, is hij erg gevoelig voor de stemming in huis. Hij kan heel slecht tegen harde woorden, boosheid en emotionele onrust van zijn bazen. Dit kan hem heel onzeker maken.

Mits hiermee goed gesocialiseerd, kan de Bullmastiff heel goed leren samenleven met allerhande andere dieren. Bullmastiffreuen kunnen nog wel eens wat onhebbelijk doen naar andere reuen. Het zogenaamde haantjesgedrag is hen niet vreemd.

Bewaken

Als uw Bullmastiff in uw tuin loopt, dan zal hij dit territorium bewaken. Als het in uw omgeving gebruikelijk is dat mensen bij elkaar achterom komen, kan dit tot vervelende situaties leiden. Uw Bullmastiff zal weinig begrip hebben voor dit gastvrije gebruik en zal niet tolereren dat een vreemde uw erf betreedt als u daar niet bij bent.

Ook als bezoek bij u binnenkomt, zal uw Bullmastiff alert zijn. Hij is geen hond die luid blaffend bezoek begroet. Noch zal hij grommerig zijn of anderszins tonen dat hij het bezoek onprettig vindt. Vanaf een afstand zal hij echter wel haarscherp in de gaten houden of het allemaal nog ‘oké’ is. De Bullmastiff leest daarbij haarfijn de lichaamstaal en stemming van zijn baas.

Zodra hij mensen beter kent en hen in zijn hart heeft gesloten, is hij bijzonder innemend en aanhankelijk. Een allemansvriend is hij echter beslist niet.

Opvoeding

De Bullmastiff heeft zijn oorspronkelijke taken voornamelijk in zelfstandigheid uitgevoerd. Hij moest zelf een situatie kunnen inschatten en desgewenst handelen. Hij moest hierin volhardend zijn. Honden met een dergelijke geschiedenis blinken doorgaans niet uit in slaafse gehoorzaamheid. Zo ook de Bullmastiff, die door veel eigenaars wordt omschreven als ‘eigenwijs’ en ‘eigenzinnig’.

De opvoeding van de Bullmastiff geschiedt het beste met een ‘ijzeren vuist in een fluwelen handschoen’. Hij heeft een consequente opvoeding nodig, maar hij leert het snelst op basis van beloning van gewenst gedrag. Hij hunkert naar de waardering van zijn baas en vindt het fijn om uitvoerig beloond te worden.

Bij een hond die uitgroeit tot zo’n sterke, krachtige hond is het zaak om gezinsbreed vooraf te bepalen wat hij wel of niet mag. Is het nog heel schattig dat uw pup van acht weken tegen u of uw kinderen opspringt, het lachen vergaat u als hij dat een jaar later nog steeds doet. Bepaal dus vooraf wat u prettig en onprettig gedrag vindt en zorg ervoor dat uw hond geen onprettig gedrag gaat ontwikkelen doordat u dat aanvankelijk toestaat. Wat hij niet mag als volwassen hond, moet u ook niet accepteren als hij een pup is.

Concentratieboog

Wat verder van belang is bij de opvoeding en training van de Bullmastiff is dat hij zich niet zo lang kan concentreren. Het heeft weinig zin om oefeningen eindeloos met hem te herhalen. Korte trainingssessies met veel afwisseling houden hem het beste bij de les. Hij gaat zich snel vervelen bij teveel herhaling. Zo zal hij ook niet eindeloos apporteren. Misschien wil hij best een keer een bal voor u ophalen, en wellicht ook nog een tweede, maar als u de bal daarna nog een keer weggooit, gaat uw Bullmastiff ervan uit dat u die bal dan kennelijk niet nodig heeft. Hij zal er verder ook geen aandacht meer aan besteden.

Bullmastiff

Kinderen

De Bullmastiff kan goed als gezinshond gehouden worden. Hij is doorgaans erg gek met de kinderen in het gezin. Wel kan hij wat lomp zijn en ongewild een klein kind omverlopen. De Bullmastiff kan een beschermende houding aannemen ten opzichte van de kinderen uit het gezin. Het is goed om hier alert op te zijn als er vriendjes over de vloer komen. Het kan zijn dat de hond het kind in bescherming wil nemen als hij stoeipartijtjes serieus neemt. Houd bij interacties tussen kind en hond altijd in de gaten of het contact over en weer als prettig wordt ervaren. Kinderen en honden dienen altijd onder supervisie van de ouder/baas samen te zijn.

Verzorging

Het is belangrijk om uw Bullmastiff voldoende beweging te geven. In aanleg is hij vaak nogal lui, zodat u hem echt zult moeten prikkelen om hem in beweging te krijgen. Doet u dit niet, dan zal hij snel neigen naar corpulentie. In de eerste jaren moet u er echter zorg voor dragen dat u hem niet overvraagt. U moet zijn beweging doseren en rustig opbouwen. Is hij eenmaal uitgegroeid, dan kan hij prima naast de fiets lopen.

Als u niet houdt van kwijlende honden, is het extra belangrijk om hem buiten zijn bak niets lekkers toe te stoppen. Door zijn overhangende lippen kwijlt hij gemakkelijker dan veel andere honden, maar dit wordt vooral gestimuleerd als hij vermoedt dat hij ook wat krijgt. Zolang u hem niets geeft als u aan tafel zit of koffie drinkt met wat lekkers erbij, zal hij veel minder snel kwijlen dan wanneer hij goede hoop heeft dat hij ook wat krijgt.

Gezondheid

Ouderdieren die worden ingezet voor de fokkerij dienen in ieder geval getest te zijn op ellebogen en heupen. Ook ectropion en entropion komen voor. Dit zijn aandoeningen van het oog waarbij het ooglid of naar buiten (ectropion), of naar binnen (entropion) krult. De Bullmastiff lijkt ook wat gevoeliger voor huidaandoeningen dan veel andere rassen. Bij een groot ras als de Bullmastiff moet u altijd alert zijn op een maagtorsie. 

Rasstandaard

Land van herkomst: Groot-Brittannië.

FCI-NR: 157.

FCI-Rasgroep: 2 Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden, sectie 2.1 Molos- soïde rassen, Mastiff type. Zonder werkproef.

Algemeen voorkomen: krachtig gebouwd, symmetrisch, veel kracht tonend, maar niet lomp; evenredig en actief.

Gedrag / Temperament: krachtig, met veel uithoudingsvermogen, actief en betrouwbaar. Levendig, alert en trouw.

Hoofd: breed en diep. Schedel: groot en vierkant vanuit elke hoek bekeken, met plooi- vorming als hij alert is, maar niet in rust. De omvang van de schedel mag gelijk zijn aan de hoogte van de hond gemeten aan de schoft. Stop: geaccentueerd. Neus: de neus moet breed zijn, met wijd geopende neusgaten; vlak noch puntig, noch opwaarts gebogen. Voorsnuit: kort; de afstand van de neuspunt tot de stop moet bij benadering een derde zijn van neuspunt tot het midden van de occiput, breed onder de ogen en met behoud van nagenoeg dezelfde breedte tot het einde van de neus; stomp en vierkant, daarbij een rechte hoek vormend met de bovenlijn van het gezicht en tegelijkertijd in proportie met de schedel. Wangen: goed gevuld. Lippen: niet overhangend, nooit hangend beneden de lijn van de onderkaak.Kaken: onderkaak breed tot het einde.

Tanden: tanggebit is gewenst; lichte onder- voorbeet is toegestaan, maar niet gewenst. Hoektanden groot en ver uit elkaar geplaatst. Overige tanden sterk, recht en goed geplaatst.

Ogen: donker of hazelnootkleurig, van middelmatige grootte, zover uit elkaar geplaatst als de breedte van de voorsnuit met daar tussen een voorhoofdsgroef. Lichte of gele ogen zeer ongewenst.

Oren: V-vormig naar achteren gevouwen, breed en hoog aangezet, vlak met de occiput daarbij een vierkante indruk aan de schedel gevend wat van het grootste belang is. Klein en dieper van kleur dan het lichaam. Punt van het oor is gelijk aan de hoogte van het oog wanneer de hond alert is. ‘Rozenoor’ zeer ongewenst.

Hals: goed gebogen, van middelmatige lengte, zeer gespierd en van bijna dezelfde omtrek als de omvang van de schedel.

Lichaam: Rug: kort en recht, wat de hond een compacte indruk geeft, doch nooit zo kort dat het hinderlijk wordt bij de beweging. Karperruggen en doorgezakte ruggen hoogst ongewenst.Lendenen: breed en gespierd met behoorlijk diepe flanken. Borst: breed en diep, diep tussen de voorbenen geplaatst, met diepe voorborst.

Voorhand: voorbenen sterk en recht, met veel bone, breed geplaatst zodat een recht front wordt getoond. Schouders: gespierd, aflopend en krachtig, maar niet beladen. Middenvoet: recht en sterk.

Achterhand: achterbenen sterk en gespierd. Onderbeen: goed ontwikkelde onderbenen, kracht en activiteit uitstralend, maar nooit plomp. Hak: licht gebogen. Koehakkig is zeer ongewenst.

Voeten: goed gebogen, kattenvoet met gebogen tenen en harde teenkussens. Donkere nagels gewenst. Spreidtenen zeer ongewenst.

Staart: hoog aangezet, sterk aan de aanzet en smal uitlopend, reikt tot aan de hak, recht of gebogen, maar nooit hoog gedragen. Knikstaart zeer ongewenst.

Gangwerk: beweging straalt kracht en vastberadenheid uit. Tijdens het lopen mogen voor- en achterbenen elkaar niet kruisen of raken; het rechter voor- en het linker achterbeen worden gelijktijdig geheven en geplaatst. Een vaste ruglijn gecombineerd met krachtige stuwing van de achterbenen tonen een gebalanceerd en harmonieus gangwerk.

Vacht: kort en stevig, weerbestendig, vlak aanliggend. Lange, zijdeachtige of wollige vacht zeer ongewenst.

Kleur: elke tint van gestroomd, zandkleur of rood; de kleur is zuiver en egaal. Een kleine witte borstmarkering is toegestaan. Andere witte markeringen ongewenst. Zwart masker is essentieel, vervagend richting de ogen, met donkere markeringen rond de ogen, dit bijdragend aan de expressie.

Schofthoogte: reuen 64 – 69 cm. Teven 61 – 66 cm.

Gewicht: reuen 50 – 59 kg. Teven 41 – 50 kg.

Fouten: elke afwijking van de voorgaande punten moet worden beschouwd als een fout en de mate waarin de fout wordt beoordeeld moet in gelijke verhouding staan tot zijn ernst en de effecten daarvan op de gezondheid en het welzijn van de hond. Elke hond die duidelijke fysieke- of gedragsafwijkingen vertoont moet worden gediskwalificeerd.

Opmerking: de reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.

Vertaling: Bullmastiff Club Nederland.

Informatie

Voor meer informatie neemt u contact op met de Bullmastiff Club Nederland (BMCN), Secr.: Ingrid Vellen, Haverterstraat 53, 6104 AN Koningsbosch, tel.: 06 45128030, e-mail: secretaris@bmcn.org. Website: www.bmcn.org of met de Selected Bullmastiff Association, Contactpersoon: mevr. M. Demont, Molenstraat 21, 6687 AM Angeren, e-mail: secretaris@selectedbullmastiff.nl. Website: www.selectedbullmastiff.nl

Tekst: Natasja van Hout, foto’s: Alice van Kempen

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook