Beauceron met pup

De Beauceron

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer een minder bekende herdershond: de Beauceron.

  • Herkomst: Frankrijk
  • Levensverwachting:10 tot 12 jaar
  • Karakter: Intelligent, Sterk, Onbevreesd, Rustig, Beschermend, Vriendelijk
  • Gewicht: Reu: 32–45 kg, Teef: 30–39 kg
  • Hoogte: Reu: 66–71 cm, Teef: 64–66 cm
  • Kleur: Zwart, Bruin, Harlequin

In de binnenlanden van Frankrijk loopt al eeuwenlang een herdershond rond, wiens belangrijkste taak bestond uit het bewaken en verdedigen van de schaapskudden. Net als veel andere oude landrassen, is deze hond waarschijnlijk lange tijd naamloos door het leven gegaan. Het was ‘gewoon een herdershond’, een hond die zijn kost moest verdienen met hard werken. Over dit soort honden werd in die tijd weinig tot niets gedocumenteerd. Niet alleen omdat men wel wat anders te doen had dan verhaaltjes over honden schrijven, maar ook omdat een groot deel van de boerenbevolking nog analfabeet was. Als hij al een naam had, dan was het die van ‘Bas-Rouge’ ofwel roodkous, vanwege zijn roodgekleurde onderbenen. Pas later werd er over deze ongecompliceerde werker mondjesmaat het één en ander op schrift gesteld.

Voorouders van de Beauceron

Waarschijnlijk deelt dit ras zijn voorouders met een ander Frans herdershondenras, de Briard, ook al ziet die er heel anders uit met zijn weelderige lange vacht. In 1809 werden beide herdershonden in een handboek over landbouw beschreven. De Briard werd hierin genoemd voor het werken in vlakke en onbeboste gebieden, met name overdag. Het andere type werd ingezet in bergachtige landschappen met dichte begroeiing en werd ‘s nachts bij de Briards gevoegd ter bescherming van de kudden tegen de wolven, die toen nog in grote aantallen in Frankrijk voorkwamen. Deze hond werd niet bij name genoemd, maar werd beschreven als: groot, met een stevige, dichte vacht, zwarte neus en rode lippen. Naar alle waarschijnlijkheid werden hier dus de voorouders van de Beauceron beschreven. Dezelfde honden waren, nog steeds naamloos, ook te zien in 1863, op de allereerste Franse hondententoonstelling. De naam ‘Berger de Beauce’ wordt voor het eerst gebruikt in 1888, door Piere Megnin, een dierenarts in het Franse leger. De Beauceron had in die tijd een langere vacht dan nu en rechtopstaande oren.

Tijdens de eerste wereldoorlog kwamen er maar zeer weinig Beaucerons ter wereld maar sneuvelden er velen. Deze honden werden volop door het Franse leger werden ingezet als ijlbode, rode kruishond, beveiliger, om mijnen op sporen en als patrouillehond, waarbij niet werd geschuwd de honden tijdens aanvallen in te zetten. Tegenwoordig is de populariteit van de Beauceron in zijn eigen land groot. Daar doet hij nog steeds dienst als leger- en politiehond, maar ook zie je hem nog als herdershond bij de schaapskudden.

Beauceron

Karakter De Beauceron

De Beauceron is geen glamourhond. Hij ligt veel liever in de modder in de tuin dan op een luxe kussen bij de verwarming. Weliswaar is hij heel goed te houden als huis- en gezinshond, maar dan moet er wel aan zijn behoefte aan actie en beweging tegemoet gekomen worden. Al toont hij zijn affectie niet altijd demonstratief, toch hangt Roodkous erg aan zijn eigen mensen en heeft hij een grote behoefte aan menselijk contact. Hij kan wel in een kennel gehouden worden, maar maakt toch echt liever deel uit van het gezin. Vaak is één persoon zijn favoriet, maar de rest van het gezin wordt ook in zijn grote hart gesloten. Voor jonge kinderen is het misschien niet het meest geschikte ras want hij kan een tikje te lomp zijn of ontwijkt ze juist. Oudere kinderen kunnen er een prima speelkameraad aan hebben, mits ze geleerd hebben niet over zijn grenzen heen te gaan.

De goede Beauceron is eenstabiele honddie geen nervositeit dient te vertonen

Tegenover vreemde personen is de volwassen Beauceron vaak ietwat gereser-veerd. Overdreven wantrouwen of agressie hoort hem echter vreemd te zijn. De gemiddelde Beauceron is een moedige hond, een waker aan wiens aandacht weinig ontsnapt en die bereid is zijn huis en zijn gezin vol overgave te verdedigen, als dat nodig mocht zijn. Waarschijnlijk zal dat niet vaak gebeuren want de Beauceron is met zijn robuuste lichaam en hoogte, die de 70 centimeter kan bereiken, best een imposante verschijning. De goede Beauceron is een stabiele hond die geen nervositeit dient te vertonen. Toch komen er wel eens zenuwachtiger exemplaren voor. Dat karakter wordt soms omschreven als ‘tempe-ramentvol’ maar is in feite vaak te wijten aan het karakter van de hond zelf, in combinatie met een verkeerde, of gebrek aan opvoeding en beweging.

Beauceron en opvoeding

Omdat een Beauceron een vrij sensitief type is, begint de weg naar een stabiele, evenwichtige hond met een gedegen en uitgebreide socialisatie die het liefst zo jong mogelijk moet beginnen en geruime tijd onderhouden moet worden. Een gebrekkige socialisatie is er vaak de oorzaak van dat een Beauceron zich te terughoudend of zelfs wantrouwend tegen mens of dier gaat opstellen. Pups lijken vaak in eerste instantie enigszins verlegen, maar daar groeien ze in rap tempo overheen als ze ouder worden. Beaucerons zijn pas laat mentaal volwassen en daar moet je ook echt rekening mee houden. Als volwassen hond heeft de Beauceron een evenwichtige baas nodig die stevig in zijn schoenen staat en in staat is hem met zachte, maar standvastige hand de nodige disci-pline bij te brengen. Voor drukke, hectische mensen is het een minder geschikt ras. Daar kan deze hond niet zo goed mee overweg. Met de geschikte eigenaar en een goede opvoeding is de Beauceron een betrouwbare, stabiele en vrij rustige kame-raad. Vaak lijkt hij een duidelijke voorkeur te hebben voor de persoon in het gezin die zich het meeste met hem bezig houdt, zonder hem daarbij overigens tot een eenmanshond te bestempelen. De Beauceron wil gewoon een echte baas die hij kan respecteren en die hem respecteert als de hond die hij is: onafhankelijk, werklustig en intelligent.

Beauceron

Training en beweging

De Beauceron leert vrij snel en heeft er ook lol in om nieuwe dingen te leren. Dat moet echter wel op een vriendelijke manier gebeuren; onder dwang presteert de Beauceron weinig tot niets. Van oudsher is het een zelf-standig werkende hond, die grote kudden schapen binnen

Voor drukke, hectischemensen is het een minder geschikt ras

een bepaald gebied wist te houden. Hoewel hij heel goed tot samenwer-king met zijn baas in staat is en het ook fijn vindt om intensief met zijn baas bezig te zijn, dient dat stukje zelfstan-digheid in de hond wel gerespecteerd te worden. Door zijn gevoelige aard is de kans groot dat hij door een harde aanpak nerveus en onrustig wordt, of het zelfs volledig af laat weten. In extreme gevallen kan er zelfs angst en daaraan gekoppelde agressie opgeroe-pen worden en dat is voor niemand prettig. Weet je hem echter voldoende te motiveren dan kan Roodsokje werken tot de vonken er af vliegen, en wat hij eenmaal geleerd heeft, vergeet hij ook nooit meer! Een goed getrainde Beauceron heeft ook geen enkele moeite met gehoorzamen.

Eén van de voorwaarden om een Beauceron een goed leven te bezorgen, is dat hij een uitlaatklep krijgt voor zijn energie. Deze energieke hond heeft behoorlijk wat beweging nodig. En dan niet alleen als het mooi weer is. Met koud, nat en guur weer heeft de Beauceron geen enkele moeite, hij is prima beschermd door zijn weersbe-stendige vacht. In het verleden liep hij vaak zo’n 50 kilometer op een dag, dus voor een paar uur flink doorstappen draait hij zijn poot niet om. Als het eens een keer een dagje wat minder is, dan zal de hond er ook geen probleem van maken, maar met een lui leventje op het bankstel is geen enkele Beauce-ron tevreden. Hij ragt veel liever door het bos of over het strand.

Laat hem, daar waar het kan, lekker los rondrennen. Zorg er dan wél voor dat de hond eerst goed is getraind. Niet omdat hij anders wegloopt, want de gemiddelde Beauceron houdt zijn baas uitstekend in de gaten. Wél omdat hij nog wel eens een beetje kan doordave-ren en soms wat lomp is in de omgang met andere honden, die dat logischer-wijze niet altijd op prijs stellen. Overigens gaan de meeste Beaucerons verder goed met vreemde honden om. Een enkele reu wil wel eens de con-frontatie opzoeken met sexegenoten.

Reden temeer om een goede controle over te hond te houden. Naast de fiets draven, of lekker zwemmen als het warm is zijn ook prima manieren om energie te lozen. Te weinig onderne-men met een hond van dit ras is vragen om moeilijkheden. Het is goed moge-lijk dat hij dan vervelend wordt en zelfs agressie gaat vertonen.

Gebruiksmogelijkheden

Naast voldoende beweging vraagt de Beauceron ook om mentale uitdagin-gen. Zoals veel van de herdershonden-types is ook de Beauceron een veelzij-dige hond, waarmee je heel wat verschillende dingen kunt onderne-men. Zowel op het gebied van gehoor-zaamheid (G&G) als op het gebied van de actievere sporten zoals behendig-heid en flyball scoren ze goed. Red-dingshondenwerk en speuren zijn ook heel goed mogelijk want aan zijn neus mankeert niets. Natuurlijk behoort ook schapendrijven tot de kwaliteiten die ontwikkeld kunnen worden. Minder bekend is de hond als verdedi-gingshond en voor IPO maar toch kan hij daar goed op zijn plek zijn. Per slot van rekening wordt het ras in Frankrijk nog regelmatig getraind en ingezet als politiehond. Voorwaarde daarvoor is een stabiele en belastbare hond, het zal zeker niet voor iedere Beauceron een geschikte sport zijn.

Te weinig ondernemen met een hond van dit rasis vragen om moeilijkheden

Gezondheid

Over het algemeen kan worden gesteld dat de Beauceron een behoorlijk gezond ras is. In het verleden onderging het ras een zeer zware selectie als werker. Zijn bouw moest functioneel zijn, hij moest vrij en makkelijk kunnen bewegen. Het was geen luxepaardje maar een echte werkknol. Voldeed een hond niet aan de normen, kon hij zijn taken niet naar behoren verrichten, dan werd hij net zo makkelijk een kopje kleiner gemaakt. Er zijn wel enkele erfelijke kwalen die binnen het ras voorkomen. Te denken valt aan heupdysplasie, elleboogdyspla-sie en doofheid. Vanuit de rasvereniging is echter een verplichting om alle potentiële fokdieren hierop te testen voordat zij zich voort mogen planten, evenals een test op oogafwijkingen. De vereniging stelt overigens ook een gedragstest verplicht voordat er met een hond gefokt mag worden, waarbij agressieve en overdreven schuwe dieren worden uitgesloten. Voor zo’n grote hond kan de Beauceron ook behoorlijk oud worden, 12 jaar is geen uitzondering. Door zijn robuuste bouw met de diepe borstkas loopt hij wel enig risico op een maagtorsie. En hoewel deze aandoening zich ook kan voordoen in een totale ruststand van de hond, is het toch verstandig ieder risico te vermijden en hem geen grote inspanningen te laten verrichten na een stevige maaltijd. Dus: eerst wandelen en daarna eten en niet omgekeerd.

Verzorging van de Beauceron

De verzorging van de Beauceron heeft niet veel om het lijf, daar hoef je echt geen vrije middag voor te nemen. Af en toe even een borstel erover-heen is meer dan voldoende. Tijdens de rui-periode zal blijken dat de Beauceron over het heel wat meer haren beschikt dan de buitenkant doet vermoeden en zijn wat extra borstelbeurten wel aan te bevelen. Was de hond liever zo min mogelijk. Zijn vacht is behoorlijk weersbestendig en zorgt er tevens voor dat de hond goed om kan gaan met temperatuur-schommelingen. Door te vaak wassen wordt die balans verstoord. Wassen is eigenlijk alleen nodig als hij gelukzalig door rotte vissen of andere smerigheid heeft liggen rollen of als hij vettige, witte strepen op je zwarte broek achterlaat als hij zich er eens lekker tegenaan wrijft.Een typisch raskenmerk van de Beauceron zijn de dubbele hubertusklauwen. Een hubertusklauw, ook wel wolfsklauwtje genoemd, is een extra teen die aan de binnenkant van de achterpoten zit. Een hond met een dubbele hubertusklauw heeft dus eigenlijk zes tenen aan iedere achtervoet. Nut hebben ze niet. Er wordt wel eens beweerd dat honden daardoor meer grip en een groter draagvlak hebben in bergachtig gebied, maar ze raken de grond niet, dus dat is niet logisch. Controleer ze regelmatig. Doordat ze de grond niet raken kunnen de nagels niet afslijten waardoor ze in een rondje terug in het vlees groeien en akelige ontstekingen veroorzaken. Ook kunnen die klauwen bij een bepaalde draai om de achterhand in elkaar verstrikt raken waardoor de hond geen kant meer op kan. Net of iemand stiekem de veters van zijn twee schoenen aan elkaar gebonden heeft. Paniek, rukken en afgescheurde nagels of zelfs afgescheur-de klauwen kunnen het gevolg zijn. Kort houden dus.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook