American Staffordshire Terrier

De American Staffordshire Terrier – Amstaff

De American Staffordshire Terrier, ook wel Amstaff genoemd, deelt zijn voorouders met de Staffordshire Bull Terrier, die ook wel de Engelse Staffie wordt genoemd. Beide rassen zijn terug te voeren op de vroegere ‘Bull and Terriers’…

  • Herkomst: Verenigde Staten
  • Levensverwachting: 10 tot 15 jaar
  • Temperament: Vasthoudend, Toegewijd, Loyaal, Vriendelijk, Attent, Dapper
  • Gewicht: Teef: 28–40 kg, reu: 28–40 kg
  • Hoogte: Teef: 43–46 cm, reu: 46–48 cm
  • Kleuren: Zwart, Brindle, Lichtbruin, Sable, Blauw, Bruin
    Uitgebreide rasstandaard onderaan de tekst

In het kort

De American Staffordshire Terrier is een krachtige, atletisch gebouwde hond. Hij is een echte mensenhond: sociaal, gezellig, vriendelijk en vrolijk. Hij is niet terughoudend naar vreemden, maar juist heel frank en vrij. Hij blaakt van zelfvertrouwen en gaat er van uit dat bezoek speciaal voor hem komt. Hij is robuust en stoer, maar tegelijkertijd zachtmoedig en gevoelig ten opzichte van zijn baas. De American Staffordshire Terrier heeft veel behoefte aan beweging, al is hij in huis vaak een rustige hond. Hij is sportief van aard en komt het best tot zijn recht bij een baas die hieraan tegemoet kan komen. Voorbeelden van hondensporten die geschikt zijn voor de Amstaff zijn flyball, agility en G&G. Ook kunt u met hem trainen voor het U.V.-examen (uithoudingsvermogen), waarbij de hond twintig kilometer naast de fiets moet lopen. De meeste Amstaffs vinden het erg leuk om te apporteren en zullen eindeloos ballen ophalen voor hun baas. Krijgt hij – zeker op jonge leeftijd – onvoldoende fysieke en mentale uitdaging, dan kan hij ongewenst gedrag gaan vertonen, zoals het slopen van uw huisraad.

Herkomst

‘Bull and Terrier’ werden kruisingen tussen bulldoggen en terriers rond 1800 genoemd werden. Waarschijnlijk zijn de Old English Terrier en de Black and Tan Terrier hier voor gebruikt. De Bulldog zag er vroeger heel anders uit dan de hond die we nu onder die naam kennen. Hij stond hoger op de poten en was veel minder grof en zwaar van bouw. Hij was ook minder vriendelijk dan de moderne Bulldog en stond bekend om zijn moed en vasthoudendheid. Hij werd gefokt voor ‘bullbaiting’, waarbij de hond werd losgelaten op een stier. Een van de redenen voor dit gebruik was de overtuiging dat stierenvlees lekkerder zou smaken als de stier alvorens te worden gedood eerst vocht voor zijn leven. De stress die daarbij werd opgeroepen zou het vlees sappiger maken.

  Een hond die stevig in elkaar zit en gespierd is…

Staffordshire

Rond 1860 was er in het Engelse graafschap Staffordshire een type ontstaan dat veel weg had van wat we nu de Staffordshire Bull Terrier noemen. Deze honden waren populair onder de mijnwerkers van de kolenmijnen ter plaatse en zij werden gebruikt voor wat men de ‘bloodsports’ was gaan noemen. Dit waren wedstrijden waarbij honden werden ingezet in gevechten tegen ratten, beren, stieren of andere honden. Op de afloop werden weddenschappen afgesloten en een goede vechthond kon veel geld verdienen voor zijn baas. Men selecteerde vooral op ‘gameness’: een hond moest een hoge pijngrens hebben, een enorme moed en het doorzettingsvermogen om tot het einde toe door te vechten. Hier stond tegenover dat men honden die agressie vertoonden naar mensen niet tolereerde. Niet zelden werd een dergelijke hond direct afgemaakt. Naar mensen toe hoorden deze honden bijzonder aanhankelijk te zijn en zij kenmerkten zich door een grenzeloze trouw aan hun baas.

American Staffordshire Terrier

Amerika

Toen na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) veel fabrieksarbeiders uit Engeland, Ierland en Schotland naar Amerika vertrokken om aan de armoede te ontsnappen, namen zij veelal hun geliefde honden mee. In het gebied rond Boston werden de hondengevechten een populaire bron van vermaak. In Engeland waren de hondengevechten vanaf 1935 bij wet verboden, maar daarvan was in de Verenigde Staten geen sprake. Het was in die tijd geen schande om daar gezien te worden; politici en andere hoogwaardigheidsbekleders gingen naar de hondengevechten kijken en over de wedstrijden werd uitgebreid geschreven in de serieuze pers. Winnende honden werden beschreven als helden. In de Eerste Wereldoorlog werd de Staffordshire Terrier verheven tot mascotte om de inzet, moed en het doorzettingsvermogen van het Amerikaanse volk te weerspiegelen.

Groter

De honden waren in hun nieuwe land vaak een manusje van alles. De hond had de functie van waakhond op het erf, maar werd ook ingezet als herdershond, ongedierteverdelger en gezinshond. Aangezien hij zijn baas en diens bezittingen ook tegen grote roofdieren als coyote of wolf moest kunnen beschermen, had men behoefte aan grotere honden. Men zette de grotere honden in voor de fokkerij, maar er werden ook andere rassen ingefokt. Zo zouden de Ierse Terrier, maar ook de Airedale Terrier hun steentje hebben bijgedragen. Op die wijze kon de American Staffordshire Terrier zich als apart ras ontwikkelen. De namen die men hem in deze beginperiode gaf waren Pit Dog, Pit Bull Terrier, American Bull Terrier en Yankee Terrier.

Al aan het eind van de 19e eeuw waren er fokkers die zich distantieerden van de hondengevechten en die zich bij hun selectiecriteria niet lieten leiden door de vechtcapaciteiten van de hond. Zij wilden af van het predicaat ‘vechthond’ en wilde niet langer dat hun hond ‘Pitbull’ werd genoemd. Sommige fokkers gingen zich toeleggen op het verkrijgen van meer uniformiteit in verband met een mogelijke erkenning. Zij gingen hun hond Staffordshire Terrier noemen als verwijzing naar de oude mijnwerkershonden. Zo ontstonden er twee lijnen: één van vechthonden en één van huis- en showhonden.

Erkenning

In 1936 werd hij door de American Kennel Club (AKC) erkend, een jaar nadat Groot-Brittannië de Staffordshire Bull Terrier erkende. Bij de eerste vijftig inschrijvingen zat ook ‘filmster’ Pete the Pup (officiële naam: Lucenay’s Peter) die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bekend was van televisieserie ‘The little Rascals’, die bij ons onder de naam ‘de Boefjes’ verscheen.

In 1972 werd de naam gewijzigd in American Staffordshire Terrier, om verwarring te voorkomen met de Staffordshire Bull Terrier uit Groot-Brittannië. Vanaf dat moment was er ook een strikte scheiding tussen de American Staffordshire Terrier en de American Pitbull Terrier, die eerder al erkend was door de United Kennel Club.

American Staffordshire Terrier

Nederland

In 1983 kwam de eerste American Staffordshire Terrier naar ons land. Deze teef, Deofol’s Yankee, was een importhond uit de Verenigde Staten door de heer H. Stelwagen van de ‘Of Deofol’ kennel. De eerste twee pups werden op 12 mei 1985 geboren. Deofol’s Yankee was de moeder van dit nest, en Deofol’s Sun-Tzu, die hij in 1984 had geïmporteerd, de vader. In hetzelfde jaar richtte de heer Stelwagen met een veertiental rasenthousiastelingen de American Staffordshire Terrier Club Holland op.

De eerste jaren moest men het in de Nederlandse fokkerij vooral hebben van importhonden uit de Verenigde Staten en Duitsland. In 1992 werd het ras erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied.

Karakter

De American Staffordshire Terrier is een contactgerichte hond die graag in het gezelschap van mensen verkeert. Hij staat graag in het middelpunt van de belangstelling en is over het algemeen een echte allemansvriend. Hij is een prima gezinshond, al moet men wel rekening houden met zijn enthousiasme en daar soms mee samengaande lompheid. Hij zou een klein kind gemakkelijk omver kunnen lopen. Voor wat grotere kinderen is hij een speelkameraad met wie ze kunnen voetballen en apporteren.

Hij is altijd in voor een spelletje en zal graag meespelen met de jeugd. Verder gelden dezelfde regels als voor andere hondenrassen: de omgang tussen de kinderen en de honden moet altijd onder supervisie van u als baas en ouder staan. Zo verzekert u zich ervan dat ze uitsluitend prettige ervaringen met elkaar opdoen. De American Staffordshire Terrier staat erom bekend dat hij een grote tolerantie jegens kinderen heeft en veel van hen kan hebben. Dit mag echter nooit een vrijbrief zijn om kinderen maar hun gang te laten gaan met de hond.

American Staffordshire Terrier

Andere dieren

Hoe sociaal de American Staffordshire Terrier ook is ten opzichte van mensen, naar soortgenoten toe heeft hij een iets korter lontje. Met name seksegenoten kunnen onderling nogal onverdraagzaam zijn. De Amstaff heeft een nogal ruwe manier van spelen met andere honden, die niet altijd op waarde geschat wordt door honden van een ander ras. Bovendien kan spel bij de Amstaff snel omslaan in gevecht. Dit betekent dat het heel belangrijk is dat zijn baas hem goed kan ‘lezen’ en kan voorkomen dat hij met andere honden in conflict komt. Vaak zijn er voor een incident toch al wat aanwijzingen dat de interactie tussen twee honden wat stroef of gespannen verloopt. Het is goed om u van tevoren te realiseren dat het altijd alertheid vergt van uw kant om ervoor te zorgen dat uw Amstaff niet in de problemen komt met andere honden. Het is goed u te realiseren dat uw hond, zelfs als hij niet de aanstichter is van een gevecht, al gauw de schuld zal krijgen van vechtpartijen. Bovendien is de Amstaff zo sterk dat hij eenvoudigweg geen eerlijke partij is voor de meeste honden. De eigenaar van een Amstaff draagt dus een grote verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de honden in zijn omgeving, alsmede voor de reputatie van de Amstaff als ras in het algemeen en zijn eigen hond in het bijzonder. Ieder incident waarbij een American Staffordshire Terrier betrokken is, berokkent het ras schade door de negatieve publiciteit.

Als alle Amstaffeigenaren hier heel bewust mee omgaan, komt het ras misschien ooit van het stigma af een gevaarlijke hond te zijn.

Gevaarlijk?

Dat predicaat verdient hij zeker niet. De adoratie van en gerichtheid op mensen maken hem juist tot een bijzonder sociale hond. Hij staat graag in de volle aandacht en geniet als hij ‘erbij’ mag horen. Hij past zich gemakkelijk aan verschillende omstandigheden aan en kan zich ook in onbekende situaties goed staande houden. Deze eigenschappen maken hem uiterst geschikt als therapiehond, waarvoor hij dan ook regelmatig wordt ingezet. Bijvoorbeeld als knuffelhond in bejaardentehuizen, (kinder)ziekenhuizen of andere instellingen. Honden van dit ras zijn stabiel en robuust genoeg om grootmoedig te incasseren als een patiënt hem per ongeluk te hardhandig aait of hem aanstoot met zijn rollator.

Opvoeding

In tegenstelling tot wat je op het eerste gezicht zou denken bij het aanschouwen van deze stoere hond, is hij mentaal erg gevoelig. Het is waar dat de Amstaff fysieke pijn met groot gemak kan verdragen. Hij vindt het echter bijna onverdraaglijk als zijn baas op hem moppert. Hij is bijzonder gevoelig voor de stemmingen van zijn baas; hij voelt die haarfijn aan. Boze woorden of spanning in huis zullen hem erg onzeker maken. Er is voor hem geen grotere straf mogelijk dan dat zijn baas hem liefde ontzegt of hem negeert. Hij kan er niet tegen om buitengesloten te worden.

De Amstaff is een snelle leerling. Hij pikt nieuwe opdrachten snel op. Honden die snel verbanden leggen en dus snel leren, hebben over het algemeen ook niet veel tijd nodig om ongewenst gedrag aan te leren. Dit betekent dat de baas extra consequent moet zijn. Als de Amstaff het idee heeft dat er onderhandelingsruimte is, dan zal hij die ruimte voor zich opeisen. Met name reuen kunnen de neiging hebben wat hogerop te klimmen in de huiselijke hiërarchie.

De Amstaff leert het snelst als hij beloond wordt voor gewenst gedrag. Hij wil graag de aandacht van zijn baas en die aai over zijn bol. Als hij doorheeft hoe hij die kan krijgen, zal hij dat gedrag vaker laten zien. Hij leeft voor de erkenning en aandacht van zijn baas.

Gezondheid

Cerebellaire ataxie komt binnen het ras voor. Dit zijn neurologische coördinatiestoornissen (ataxie), veroorzaakt door ziekten van de kleine hersenen (het cerebellum). Gelukkig is hiervoor een DNA-test ontwikkeld. Fokdieren binnen de vereniging worden getest op heup-dysplasie en elleboogdysplasie. Ook hartfalen en patella luxatie (aandoening van de knie) komen voor binnen het ras. Er zijn fokkers die hun dieren testen op een of meer van deze aandoeningen.

Houd er rekening mee dat de Amstaff heel hard voor zichzelf kan zijn. Hij zal niet snel laten merken dat hij fysiek ongemak of pijn heeft. Het kan dus zijn dat u pas vrij laat in de gaten heeft dat hem iets mankeert. Het is zaak om alert te zijn op minimale veranderingen in zijn normale gedrag, daar dit een aanwijzing kan zijn dat er iets met hem aan de hand is. Om diezelfde reden is het ook heel erg belangrijk om de grenzen van pups in de gaten te houden, omdat zij die zelf gemakkelijk overschrijden en soms gedwongen moeten worden tot rust. 

American Staffordshire Terrier

Rasstandaard

Land van herkomst: Verenigde Staten (USA).

FCI-NR: 286.

FCI-Rasgroep: 3, Terriers, sectie 3: Bull typen.

Algemene indruk: de American Staffordshire Terrier behoort de indruk te geven van grote kracht in verhouding tot zijn grootte. Een hond die stevig in elkaar zit, gespierd, maar ook lenig en gracieus is en attent ten opzichte van zijn omgeving. Hij moet geblokt zijn, mag geen lange poten hebben en niet ‘racy’ in outline zijn. Zijn moed is spreekwoordelijk.

Hoofd: middelgroot, ovaal diep, brede schedel, zeer uitgesproken wangspieren, duidelijke stop en hoog geplaatste oren. De mond is middelgroot, afgerond aan de bovenkant en abrupt naar beneden vallend onder de ogen. Sterke, duidelijk afgetekende kaken. De onderkaak behoort bijtkracht te hebben. De lippen sluiten en zijn gelijk, niet los. Boventanden moeten bij de voortanden aan de buitenkant nauw aansluiten (een zgn. schaargebit). De neus moet duidelijk zwart zijn. Het ongecoupeerde oor moet kort zijn en wordt gedragen als een zogenaamd ‘half rose’ of ‘prick’ oor. Een geheel hangend of staand oor is fout.

Nek: zwaar en licht gebogen, taps toelopend van de schouders naar de achterkant van de schedel. Middelmatige lengte. Geen losse huid.

Schouders: sterk en gespierd met ruimte en hellende schouderbladen.

Rug: tamelijk kort. Licht hellend vanaf de schoft naar de romp met een kleine, korte helling naar de staartaanzet. De lendenen een weinig naar binnen vallend.

Lichaam: goed gewelfde ribben, dicht naast elkaar, tot ver naar achteren geplaatst. Voorpoten tamelijk wijd uit elkaar geplaatst, zodat de borst zich kan ontwikkelen. Brede en diepe borst.

Staart: kort in verhouding tot zijn grootte, laag aangezet en toelopend tot een fijne punt. De staart mag niet gekruld zijn en ook niet over de rug worden gedragen. Niet gecoupeerd.

Benen: rechte voorpoten met groot, rond bone, recht op de voeten. De voorpoten recht naast de borst gezet. Achterhand goed gespierd, goed gehoekt, niet naar binnen of naar buiten gedraaid. Compacte, niet al te grote voeten. Het gangwerk moet veerkrachtig zijn zonder te rollen of telgang.

Vacht: kort, strak, hard aanvoelend en glanzend.

Kleur: iedere kleur, egaal, gedeeltelijk gevlekt of gevlekt is toegestaan. Echter geheel wit, meer dan tachtig procent wit, black and tan, en leverkleur moeten niet worden aangemoedigd.

Maat: bij de reuen heeft een schofthoogte van 45,7 cm tot 48,3 cm de voorkeur en bij de teven heeft een schofthoogte van 43,2 cm tot 45,7 cm de voorkeur. De hoogte en het gewicht moeten echter in een goede verhouding tot elkaar staan.

Fouten: leverkleurige of bruingevlekte neus, lichte ogen, lichte of roze oogranden, te lange staart, slecht gedragen staart en boven- of ondervoorbeet.

Opmerking: de reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.

VERZORGINGSTIPS VAN DE ABHB TRIMSALONS:

Takjes, bladeren en stofwolken zal de Amstaff niet in huis brengen. Wat dat betreft is hij een ‘schone hond’. Verharen is iets wat een kortharige hond met weinig ondervacht echter wél doet. En soms 365 dagen per jaar. De superkorte haartjes krijgt u met alleen stofzuigen niet makkelijk weg. Een Amstaff-eigenaar weet al snel met natte lappen en een plakroller te werken om uitgaans- en werkkledij in een presentabele staat te houden. Ook de stoffen bank en het vloerkleed lenen zich bij uitstek voor het kruipende vermogen van de kleine haartjes.

Gelukkig is er wel wat aan te doen. Als eerste mag de baas stoppen met borstelen. De vacht te lijf gaan met haarreducerende attributen geeft aan huid en vacht vooral de boodschap dat er nieuw haar gegroeid moet worden en van oud haar afscheid genomen kan worden. Door minimaal te borstelen komt er wat rust in dit ritme. De losse haren kunnen dagelijks van de vacht verwijderd worden met een vochtige zeem. En een regelmatige badbeurt, met een intensieve massage, zorgen voor een doorbloeding van de huid en het verwijderen van alleen dode haren uit de vacht. Wanneer dit regelmatig gedaan wordt zal de verharing tot normale proporties worden teruggebracht. Is uw badkamer ongeschikt voor die badbeurten dan is er altijd een gediplomeerde trimmer in de buurt met een goed geoutilleerde salon. Daar kan de hond zijn spabehandeling krijgen. Bij de vakvereniging ABHB zijn alleen gediplomeerde trimmers aangesloten: dat geeft net dat beetje meer vertrouwen. U vindt de salons via de website: www.abhb.nl

Informatie

Voor meer informatie neemt u contact op met de American Staffordshire Terrier Club Holland (ASTCH), secretariaat: Natascha Oomen, Leemveld 7, 9407 GC Assen, telefoon: 0592-406163, e-mail: secretariaat@astch.nl Website: http://www.astch.nl

Tekst: Natasja van Hout, foto’s: Alice van Kempen

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook