Boerboel 2

De Boerboel

Honden komen in de wereld al heel lang voor, maar we moeten gissen hoe de prehistorische honden er precies hebben uitgezien. Eén ding staat wel vast: het werk dat ze doen. Dat is meegaan op jacht, het drijven of het verdedigen van een kudde en het bewaken van huis en hof…

Voorlopers
Historici beginnen de geschiedenis van de Boerboel of stamverwanten meestal zo’n 600 jaar voor Christus en refereren dan aan Assurbanipal, die in deze periode leeft en koning van Assyrië is. Hij is een van de weinige vorsten in de oudheid die kan lezen en schrijven, en is bekend geworden door de zogenoemde Bibliotheek van Nineve of Bibliotheek van Assurbanipal. Die collectie van duizenden kleitabletten uit de 7de eeuw voor Christus bevindt zich nu in het Brits Museum. De kleitabletten tonen onder andere beelden van de leeuwenjacht met gebruik van honden. Deze honden, met hun gespierde lichamen en grote koppen, worden door de meeste auteurs aangeduid als de voorvaderen van de Molossers in Europa. Bordeaux Doggen, Bullmastiffs, Rottweilers, Tibetaanse Mastiffs en Mastins Español zijn zo maar een paar rassen die tot de groep Molossers behoren. Het veelal gebruikte voorvaderen is onjuist, omdat we niet kunnen bewijzen dat de huidige Molossers linea recta afstammen van de honden van koning Assurbanipal. Voorlopers is een term die de lading wel dekt.

Jan van Riebeeck
We maken een grote stap in de geschiedenis, naar de Romeinse tijd. Dichter Grattius, die leeft aan het begin van onze jaartelling, schrijft: Als het aankomt op het echte werk, als er moed moet worden getoond en de onstuimige oorlogsgod oproept bij het grootste gevaar, dan kun je niet anders dan de roemruchte Molossers bewonderen. Schoonheid is slechts schoonheid en in zijn taak als beschermer is de Molosser ongeëvenaard. Een tweede stap in de historie van de Boerboel is die naar het Europa van de 17de eeuw, waarin Nederland zich onderscheidt door zeevaart en het kolonialisme. Het is de bloeitijd van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Maar liefst 1770 (!) Nederlandse schepen varen naar de Oost; 41 vergaan er tijdens de reis. De VOC sticht een ‘verversingstation’ aan Kaap De Goede Hoop. Van 1652 tot 1795 is het gebied in Nederlandse handen en groeit uit tot de Kaapkolonie. Algemeen wordt aangenomen dat Jan van Riebeeck (1619-1677), die in 1652 in dienst van de VOC de eerste Europese handelspost in de Kaap sticht, vanuit Nederland één of meer Molosserachtige of Mastiffachtige honden meeneemt. Zowel in Nederland als in Duitsland zijn er in de 16de, 17de en 18de eeuw verschillende types Molossers te vinden, zoals de ‘Bullenbijters’ en ‘Berenbijters’. De Duitse auteur Hans Friedrich von Flemming geeft in zijn boek Der vollkommene Teutsche Jäger (1719) een beschrijving van deze honden: Middelmatig groot, met een brede borst, een kort, dik hoofd en een korte, oplopende neus. Rechtop staande, gecoupeerde oren en een dubbele rij tanden. Daarmee kunnen ze de buit vasthouden. Hun gangwerk is zwaar, maar ze zijn sterk en weldoorvoed. Behalve de Danziger Bullenbeisser is er ook de Brabanter Bullenbeisser en de Niederländischer Bollbeisser, gewoonlijk iets kleiner dan de Danziger Bullenbeisser.

Leeuwenjacht honden

Bullmastiffs
Van Riebeeck reist aan boord van de in 1646 gebouwde Dromedaris, die op 6 april 1652 landt bij de Tafelbaai, beladen met materialen en werktuigen, maar ook met schapen. De opdracht om een fort te bouwen heeft Van Riebeeck in zijn zak. Om hoeveel honden het gaat die hij heeft meegenomen op zijn reis is niet bekend en ook niet of het om reuen of teven gaat. Wat wel duidelijk is dat hij de hond(en) meeneemt om zichzelf en zijn gezin te beschermen in het wilde, onbekende land. Een afbeelding is ook niet bekend, wel een korte omschrijving: een Bullenbijter van het Mastiff type. Samen met zo’n 90 andere kolonisten komt Van Riebeeck terecht in het gebied van de Khoikhoi, die door de kolonisten Hottentotten worden genoemd. Zij hebben de Khoikhoi hond, een windhondachtige, die zou bijdragen aan de ontwikkeling van de Rhodesian Ridgeback. Behalve Nederlanders komen er ook andere Europese settlers – Engelsen, Duitsers, Fransen, enzovoort – en ook zij brengen uit eigen land honden mee, die nodig zijn voor de bescherming van hun gezinnen. Maar ook de eigendommen moeten worden bewaakt. Zowel tijdens de tweede Boerenoorlog, in 1902, als vanaf 1938, als De Beers diamantmijnen moeten worden bewaakt, worden er Bullmastiffs en hoogbenige Engelse Bulldogs geïmporteerd. Dan laten veel Afrikaner boeren hun ‘Bole’ dekken door deze Bullmastiffs en daarmee wordt de fokbasis en het type versterkt. Zijn naam ontleent de Boerboel aan de mensen met wiens bestaan hij onlosmakelijk is verbonden: de Boeren. Boel is afgeleid van ‘Bole’, zoals hij ook rond 1900 wordt genoemd. Ondanks het verbod van de VOC wordt er op grote schaal gekoloniseerd. In 1795 nemen de Britten moeiteloos de macht over van de Nederlanders. Zij houden de Afrikaners of Boeren stevig onder de duim. Het is de opmaat voor De Grote Trek, die zich rond 1840 in gang zet, naar het binnenland, waar de Afrikaner Boeren grote en kleine onafhankelijke republieken stichten zoals bij voorbeeld Transvaal en Oranje Vrijstaat. De Afrikaner Boeren hebben genoeg van de grensoorlogen met de Xhosa stam, van de grootschalige immigratie van Engelsen, de bemoeizuchtige Britse zendelingen en de bedreiging van de Nederlandse taal door het Engels.

Boerboel

Lukraak fokken
De Boeren hebben op hun boerderijen in de woeste binnenlanden nu meer dan ooit behoefte aan een imposante, veelzijdige hond. De Boerenfamilies moeten kunnen rekenen op een multifunctioneel dier dat sterk, gehard, zelfbewust, loyaal aan de familie is, en bescherming biedt. De hond moet zich snel kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden en een stabiel temperament hebben. Dat betekent dat er voor een onbetrouwbare of agressieve Boerboel in het gezin van de Afrikaner Boer geen plaats is. Omdat de honden in de Boerenrepublieken een geïsoleerd bestaan leiden, is er veel inteelt geweest en dat betekent dat het type hond en de karaktereigenschappen snel worden vastgelegd. Maar ook dat er Boerboels komen die steeds dapperder en sterker zijn. Bij de wisseling van de 19de naar de 20ste eeuw dreigen de karakteristieken van de Boerboel te verdwijnen. Onverstandige kruisingen en lukraak fokken met alles dat vier poten heeft, hebben als resultaat dat de ‘Jan van Riebeeck hond’ ofwel de typische Boerboel dreigt te verdwijnen. Urbanisatie versnelt het proces en daarmee dreigt het uitsterven van de echte Boerboel.

Eerste officiële Boerboel
Het duurt nog even voordat de oorspronkelijke Boerboels worden teruggevonden en er serieuze pogingen kunnen worden gedaan om het ras te laten herleven. Dat gebeurt in de jaren tachtig van de vorige eeuw. In augustus 1980 reizen Jannie Brouwer (ook: Bauer of Bouwer) uit Bedford (Oost-Kaap) en Lucas en Anneke van de Merwe uit Kroonstad (Oranje Vrijstaat) meer dan 5.000 kilometer om zo’n 250 Boerboels te keuren. Er worden daarvan 72 honden geselecteerd, die voor registratie en voor het terugfokken in aanmerking komen. Deze 72 honden worden gezien als eerste officiële Boerboels in Zuid-Afrika. Dan volgt ook (1983) het initiatief om de SABT op te richten, de South African Boerboel Breeders Association. Johan de Jager uit de provincie Natal is de initiatiefnemer. Hij fokt Boerboels sinds 1960. Inmiddels is deze vereniging van leden en fokkers uitgegroeid tot zo’n 20.000 leden, verspreid over geheel ZuidAfrika en de rest van de wereld. Het ras is niet erkend door de Fédéra – tion Cynologique Internationale (FCI) en daarom ook niet door de Nederlandse Raad van Beheer. De Amerikaanse Kennel Club (AKC) neemt in 2006 het ras op in de Foundation Stock Service (FSS) en in 2015 gaat de Boerboel deel uitmaken van de AKC Working Group. De Amerikaanse rasstan – daard is gebaseerd op die van de SABT die dan niet langer van kracht is. Het stamboek van de AKC is voor wat de Boerboel betreft nog open tot 1 januari 2020. Een tweede stamboekregister is de EBBASA (Elite Boerboel Breeders Association of South-Africa), opge – richt in 2001 door Piet en Suzanne Sprinkhuizen. In 2008 wordt de Boerboel International (BI) opgericht. Dan is er nog de South African Boerboel Breeders’ Society (SABBS), operationeel sinds september 2014 en verantwoordelijk voor de rasstan – daard, identificatie, evaluatie en verbetering van het ras. Meer dan 650 fokkers wereldwijd hebben zich aangesloten bij de SABBS. In Amerika kent men de African Boerboel Club; buiten Zuid-Afrika en Amerika zijn er talrijke andere clubs, clubjes, Facebook groepen, enzovoort.

Klaas van Waveren

Sterke, liefdevolle hand
De Zuid-Afrikaanse Kennel Club, de Kennel Union of Southern-Africa (KUSA) bestaat sinds 1891 en heeft twee nationale hondenrassen, de Boerboel en de Rhodesian Ridgeback. In een eeuwenoud verleden delen zij hun voorouders. Het karakter van de Boerboel wordt als volgt omschreven: Bedags moet die hond met die kinders te veld gaan om die vee te pas. Daar moet hij vir hulle een haas kan vang om op ’n veldvuurtje te braai. Verder moet hij hulle beskerm teen alle ongediertes en gevaartes wat hulle in die veld mag teekom. Vandaan moet hij tuis langs sy familie by die vuurherd le en hulle oppas teen enige bedreiging wat uit die donker komt. Een Boerboel is er niet alleen voor de baas, maar voor het gehele gezin. Hij is geen eenling, maar geniet van het gezelschap van de familie. Boerboels die solitair worden gehouden ontaarden in gefrustreerde honden met een destructief gedrag. Tijdens de opvoeding heeft hij een sterke, maar liefdevolle hand nodig en men moet zo vroeg mogelijk met de training beginnen – en die ook volhouden in de rest van zijn leven. Een Boerboel leert opvallend snel en makkelijk. Tijdens het opgroeien heeft hij middelmatige beweging nodig. Men moet oppassen met pups en jonge honden, omdat hun jonge beenwerk makkelijk ‘overtraind’ kan raken. Ook met de hoeveelheid voeding is het oppassen geblazen; een voeding van hoge kwaliteit moet hem ‘in shape’ houden. Zijn korte, dichte vacht heeft minimale zorg nodig, maar omdat hij kan kwijlen moet het gebied rondom zijn bek in de gaten worden gehouden. Gemiddeld wordt een Boerboel zo’n 12 jaar oud. Dan de kleuren: brindle, bruin, rood-bruin, rood, fawn, geelachtig crême en zwart; ze mogen witte markeringen en een masker hebben. De reuen meten 63 tot 71 cm; de teven 58 tot 65 cm.

Boerboels 3

Boerboels met AKC titels
Het is bijna overbodig om te zeggen: een Boerboel is absoluut geen hond voor iedereen. Wie weinig tijd heeft voor socialisatie en training moet er niet aan beginnen. Meer nog dan bij andere Molossers, is de voorbereiding op de aanschaf van een pup noodzakelijk. Misschien niet algemeen bekend, is dat de Boerboel een veelzijdig ras is. Er zijn Boerboels met AKC titels in … Herding, Obedience, Rally, Agility, Therapy Dog en Coursing. Ook speuren kan hun interesse hebben. Tot op heden wordt de Boerboel nog steeds gebruikt als waak- en werkhond op de Zuid-Afrikaanse boerderijen. Met een palet aan voorouders is de erfenis van sommige nog te zien; Boerboels met iets van een Bullmastiff of van een Duitse Dog in hun hoofd zijn geen uitzondering. In november 1994 komen twaalf Boerboels per vliegtuig vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Eén volwassen Boerboel en elf pups uit vier verschillende nesten. Voor haar vertrek uit Zuid-Afrika is de volwassen teef gedekt door een van de beste verervers en niet lang na aankomst in Nederland wordt er een nest met vier pups geboren. De Boerboel is niet vrij van heupdysplasie, hoewel het voor een ras van dit formaat opvallend weinig voorkomt. Verder komen de oogproblemen entropion en ectropion voor, evenals problemen van de wervelkolom, slokdarmverwijding, huid- en oorproblemen, tumoren en open gehemeltes. In sommige lijnen komt epilepsie voor. Voor wat Nederland betreft is er uiteraard geen bij de Raad van Beheer aangesloten rasvereniging, maar voor informatie zijn er alleen in Nederland al meer dan 20 fokkers aanwezig. Daarbij vallen de typisch Zuid-Afrikaanse namen op, zoals bij voorbeeld: Grootgeluk, Grootmoed, Immermoed, Kleinsandfortuin en Blygedacht. Ze doen mij denken aan de Zuid-Afrikaanse wijnen: Stellenbosch, Goedgenoegen, Skoonuitzig en Paarl. De wijnbouw dateert overigens van precies hetzelfde jaar als Van Riebeecks komst: 1652.

Boerboel portret

TEKST: RIA HÖRTER ILLUSTRATIES: RIA HÖRTER EN ALICE VAN KEMPEN

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email