Schermafbeelding 2020-10-13 om 09.51.28

Rasportret: Magyar Vizsla

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Dit keer de Hongaarse Staande Hond, de Vizsla, zowel de Korthaar als de Draadhaar.

Aan het eind van de negende eeuw werden de Magyaren door oorlogen verdreven uit hun woongebied. Zij vertrokken naar het gebied rond de Donau dat nu bekend staat als Hongarije. De nomadische Magyaren waren herders en jagers. Tijdens hun volksverhuizing namen zij hun kuddes vee mee, vergezeld van de nodige herdershonden. Ook hun jachthonden waren zij uiteraard niet vergeten. Of deze jachthonden zijn aan te wijzen als de directe voorvaderen van de huidige Vizsla is niet helemaal zeker, maar wel aannemelijk. Het is echter ook mogelijk dat zijn wortels nog verder teruggaan, naar de Romeinse tijd, toen Hongarije Pannonië werd genoemd en onder Romeins bestuur stond.

Door de eeuwen heen hebben de Hongaarse jachthonden behoorlijk onder invloed gestaan van andere rassen. Daarbij kunnen met name de Tartese Gele vogelhond en de Sloughi genoemd worden, maar ook de Pannonische Brak. De eerste twee rassen kwamen in Hongarije terecht tijdens de Turkse bezetting in 1526 en hebben zich ongetwijfeld vermengd met de plaatselijke jachthonden, waarbij de Sloughi, een windhond, verantwoordelijk wordt geacht voor de snelheid van de Vizsla. Nog wat later is er bloed ingebracht van de Duitse Staande. Uit die tijd stammen ook de eerste afbeeldingen honden die een sterke gelijkenis vertonen met de huidige Vizsla en die ook al met die naam werden aangeduid. Toch heeft de Magyar Vizsla ook in latere jaren nog enige veranderingen ondergaan. De hond moest sneller worden en daarvoor werden aan het eind van de negentiende eeuw zowel de Pointer als de Setter gebruikt. Alle inspanningen leidden ertoe, dat de kortharige Magyar Vizsla in 1935 door de F.C.I. werd erkend als een van oorsprong Hongaarse staande hond. In diezelfde tijd werd er ook al druk aan de draadharige Vizsla gewerkt. Met de doelstelling voor ogen een hond te verkrijgen die beter bestand was tegen ruig terrein en die door zijn vacht beter beschermd zou zijn tegen verwondingen door stekels en doornstruiken, bracht men de Duitse Staande Draadhaar in. Voor de ruwharige versie van de Vizsla, die daaruit ontstond, duurde het echter nog tot 1966 voordat er een officiële rasstandaard werd opgesteld en pas in 1982 volgde erkenning door de F.C.I.

De tweede wereldoorlog betekende bijna het einde voor de Vizsla. Er was vrijwel geen raszuivere hond meer te vinden en ook werd in die donkere jaren de stamboekhouding van het ras bijna geheel vernietigd. Toch lukte het enkele fanatieke liefhebbers om de Magyar Vizsla te laten herrijzen en wordt hij nu zelfs als nationaal symbool van Hongarije beschouwd.

Lees het volledige artikel in Onze Hond nr. 9. https://shop.bcm.nl

Tekst: Ria Hörter | Foto’s: Alice van Kempen

 

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook