Schermafbeelding 2020-10-13 om 10.10.53

Historisch portret: Old English Sheepdog

In oude geschriften, documenten en boeken of op prenten en schilderijen is de geschiedenis van hondenrassen vastgelegd. En ook het werk dat ze doen. Meegaan op jacht, het drijven en hoeden van een kudde, het bewaken van huis en haard en het gezelschap houden van de mens. Elke maand gunt ONZE HOND de lezer een inkijkje in de rijke historie van een hondenras. Deze maand: de Old English Sheepdog of Bobtail.

Voorlopers, géén voorvaderen

De meeste kynologische auteurs beginnen de historie van een hondenras tot ver voor onze jaartelling. Zo starten de liefhebbers van molossers en mastiffachtigen niet zelden bij een bas-reliëf van de Assyrische heerser Assurbanipal (669-627 voor Chr.). Daarop zijn grote, sterke en zware honden met grote hoofden te zien. Het is erg verleidelijk om bij deze honden een link te leggen met de huidige molossers. In het (onvolprezen) boek Honden bij de Grieken en Romeinen schrijft Robert van der Molen hierover: In elk geval moeten wij, indien we de geschiedenis overzien, vaststellen dat de voorlopers van onze huidige Mastiffachtigen reeds in het oude Assyrië bestonden. Of, laat ons voorzichtiger zijn: de oude afbeeldingen van zware honden doen ons denken aan de huidige zware Mastiffachtigen. Let wel: voorlopers, géén voorvaderen.

Bonte mengeling

Al voor de Romeinse tijd onderscheidt men verschillende types; ook de Romeinen zelf maken een indeling. Zij onderscheiden huishonden, jachthonden, vechthonden, speurhonden, windhonden en schepershonden of herdershonden. Laatstgenoemden zijn de Canes pastorales pecuarii. Een in 1388 geboren moederoverste, Juliana Barnes, publiceert een boek, getiteld The Bokys of Haukyng and Huntyng; and also of coot-armuris, beter bekend als The Book of St. Albans, waarin ze schrijft over de jacht(honden), de valkenjacht en heraldiek. Zij neemt de Romeinse classificatie over. En ook in het veertiende-eeuwse Livre de Chasse, een middeleeuws miniaturenboek over alle facetten van de jacht, worden de honden ingedeeld en afgebeeld volgens een strikte scheiding aan de hand van hun uiterlijk en bruikbaarheid. In de achttiende eeuw publiceert de Fransman GeorgeLouis Leclerc, graaf van Buffon zijn Histoire Naturelle, générale et particulière, avec la description du Cabinet du Roi. Het is een encyclopedische verzameling van 36 delen, die tussen 1749-1804 is geschreven. Buffon kent 37 ‘variaties’; bij honden in groep 1 noemt hij Le Chien de Berger. Langzamerhand ontstaan uit deze vee- en schaaphoeders – die een bonte mengeling van grootten, kleuren en vachtsoorten vormen – de tientallen herders- en schaapshondenrassen. Elk met een eigen naam en een eigen taak. Later, rond de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw, krijgen zij een eigen rasstandaard. In eerste instantie wordt de Old English Sheepdog (hierna OES) gebruikt om de kuddes te beschermen tegen roofdieren. Later wordt deze sheepdog een begeleider van het vee naar de markten. Niet alle oude types overleven de strijd om het voortbestaan; sommige zijn uitgestorven of opgegaan in een andere, veelal verwante soort.* Het classificatiesysteem is eeuwenoud. Al voor de Romeinse tijd onderscheidt men verschillende types.

Gezamenlijk kenmerk

In grote delen van Europa komen vandaag de dag herders- of schaapshonden voor die sterk op elkaar lijken, zoals onder andere de Owcharka in Rusland, de Briard in Frankrijk, de Bearded Collie in Engeland, de Polski Owczarek Nizinny in Polen en, in eigen land, de Schapendoes. De meeste kynologische auteurs zien de OES als een afstammeling van de Russische Owcharka. De hiervoor genoemde rassen zijn ontstaan uit die grote groep van herders- en schaapshonden, die in de achttiende en negentiende eeuw in geheel Europa voorkomt. Een gezamenlijk kenmerk is, bij voorbeeld, de overvloedige vacht. Een typisch kenmerk van de OES is … standing slightly lower at the shoulder than the loin. De Nederlandse rasstandaard verwoordt dit aldus: De ruglijn loopt geleidelijk op, van boven gezien toont het lichaam peervormig. Wie niet bekend is met de rasstandaard zou zeggen dat de OES overbouwd is; het overbouwd zijn – d.w.z. dat het kruis hoger ligt dan de schoft – is hier echter nadrukkelijk een eis in de standaard. Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw ontstaat de behoefte om, zoals Henri Graaf van Bylandt het uitdrukt in zijn boek Hondenrassen (1894), orde te scheppen uit de chaos. De graaf Van Bylandt is zeer zelfverzekerd over zijn boek… dat zeker in de geheele beschaafde wereld opgang zal maken. ‘De geheele beschaafde wereld’ lijkt mij wat hoog gegrepen, maar dat het ontstaan van rashonden, elk met een eigen rasstandaard, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een grote vlucht neemt, is een vaststaand feit.

Lees het volledige artikel in Onze Hond nr. 9. https://shop.bcm.nl

Tekst en illustraties: Ria Hörter

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook