Schermafbeelding 2020-09-24 om 12.18.04

Help je hond bij ANGST

In de vorige artikelen van deze serie is uiteengezet dat emoties op verschillende wijzen het gedrag van mens en dier vormgeven. Veel welzijnsproblemen en trainingsproblemen en vrijwel alle gedrag dat door hondeneigenaren als probleemgedrag wordt beschouwd, hangen dan ook samen met de emotionele systemen. In dit deel gaan we verder in op: angst.

Het is belangrijk je te realiseren dat je hond geen onbeschreven blad is als je hem krijgt, zelfs niet als hij als pup bij je wordt geboren.

Een van de drie negatieve emoties die het meest verantwoordelijk is voor het overgrote deel van de welzijns- en gedragsproblemen bij honden is angst. Activatie van het FEAR systeem ontstaat op het meest basale niveau spon-taan bij pijn, bij harde geluiden/dingen die harde geluiden vlakbij maken, en in situaties waarbij de hond in fysiek (levens)gevaar komt waaraan hij zich niet goed kan onttrekken, zoals bij dreigende verdrinking of verstikking, of wanneer bewegende voorwerpen heel snel recht op de hond afkomen of bij fysieke aanvallen van mensen, honden of andere dieren. Het FEAR systeem wordt vervolgens weer geactiveerd wanneer er later een of meerdere prikkels worden waarge-nomen die in het geheugen gekoppeld zijn aan eerdere angstaanjagende gebeurtenissen.

Redden

Om te zorgen dat de angst snel afneemt, moet je de hond dus zo snel mogelijk ‘redden’ uit de situatie. Dat betekent dat je de oorzaak zelf wegneemt of de hond zelf weghaalt bij wat hij bedreigend vindt (ongeacht wat je er zelf van vindt). Als je hond erg bang is, komt hij automatisch terecht in de flight-fight stand: hij probeert te vluchten of verstart en kan bijten. Het heeft dan geen enkele zin om te proberen om hem af te leiden of om hem geruststellend te vertellen dat het allemaal wel meevalt. Dat dringt dan helemaal niet tot hem door. Als je gefocust bent op de ‘Terminator’ heb je geen tijd om te luisteren naar iemand die zegt dat het Donald Duck is of die het gevaar niet eens ziet. Je kunt je hond daarmee dus ook helemaal niet ‘belonen’ voor zijn angst: hij is al erg bang en je bent in zijn optiek waarschijnlijk alleen maar ongeloofwaardig of dom. Eerst moet de situatie of datgene waar hij bang van is geworden, weg zijn of op voldoende afstand zijn. Gerust-stellen kan pas nadát het ergste gevaar is geweken. Op het moment dat je hond heel erg bang is voor iets of iemand, heb je dus maar twee opties: je ‘vlucht’ samen met je hond (door bijvoorbeeld weg te gaan of om te lopen). Of je ruimt (als dat kan en verstandig is) rustig de ‘Terminator’ voor hem op, terwijl hij zelf op veilige afstand toekijkt (of je laat een ander mens dat doen, terwijl je samen toekijkt.) Honden die vertrouwen hebben in mensen, vinden het geruststellend als wij de kastanjes voor hen uit het vuur halen. Ze vragen ook vaak actief om hulp en bescherming door steun bij je te zoeken: ze vluchten naar je toe en gaan tussen je benen zitten of klimmen tegen je op. Het is dan ook onnodig wreed en onethisch om een hond die dat doet te negeren, weg te duwen of aan zijn lot over te laten. Is het door omstandigheden onmogelijk om hem te redden of te vluchten, en is de angst erg groot, zoals bij onweer of vuurwerk dan is er gelukkig altijd nog medicatie om hem te helpen dit te doorstaan.

Opruimen

Bij het ‘opruimen’ zijn twee dingen van belang, wil je hond kunnen ontspannen: de mens moet zich tussen het gevaar en de hond begeven en de afstand van de hond tot het gevaar moet als veilig (genoeg) worden ervaren. Die veilige (= door de hónd als veilig ervaren) afstand is essentieel, want alleen dan staat hij, net als wij, pas weer open voor andere dingen en is hij weer in staat om met of zonder hulp greep te krijgen op de situatie. Alleen dan kan hij iets nieuws leren of zelf iets nader bekijken of onderzoeken. Dan pas kun je dus de angst wegnemen en/of hem duidelijk maken dat het om iets gaat waar hij niet bang voor hoeft te zijn. Naar ‘enge’ mensen of dieren, waarvan je weet of kunt inschatten dat ze niet gevaarlijk zijn, kun je bijvoor-beeld toelopen en vlakbij een tijdje een vriendelijk praatje maken (zolang het geen woest blaffende of grommende hond is, want dan gelooft je hond je niet, omdat hij die ‘taal’ vanzelf verstaat). Je kunt ze vriendelijk vragen om iets te doen, zoals hun rugzak af of hun paraplu dicht doen. Of je vraagt hen om de andere kant op te gaan. Voorwerpen kun je oppakken en (een eind verder) wegzet-ten of weggooien. Daarbij kun je, als het iets is waarvan je weet dat je hond er niet bang voor hoeft te zijn, hartelijk lachen of vrolijk of een beetje gek doen, want daarmee maak je duidelijk dat jij ontspannen en blij bent. Je hond kan dan gemakkelijker weer zelf ontspannen en opgelucht ademhalen. Is het iets echt gevaarlijks waarvan je graag wilt dat hij er ver weg van blijft, dan moet je dat laatste natuurlijk niet doen; dan kun je beter gauw weer weggaan of heel serieus doen, want dan begrijpt de hond uit jouw reactie dat hij maar beter voorzichtig kan zijn.

Lees het volledige artikel in Onze Hond nr. 8. https://shop.bcm.nl

Tekst: Elian Hattinga van ‘t Sant

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook