shutterstock_1031706745(1)

Historisch portret: Clumber Spaniel

In oude geschriften, documenten en boeken of op prenten en schilde-rijen is de geschiedenis van hondenrassen vastgelegd. En ook het werk dat ze doen. Meegaan op jacht, het drijven en hoeden van een kudde, het bewaken van huis en haard en het gezelschap houden van de mens. Elke maand gunt Onze Hond de lezer een inkijkje in de rijke historie van een hondenras. Deze maand: de Clumber Spaniel.

Niet alleen succes heeft vele vaders. Ook in de ontstaansgeschiedenis van hondenrassen melden zich veel kandidaten. Er zijn sterk van elkaar verschillende versies en werkelijkheid en fictie lopen door elkaar. Oude handschriften, wetten en boeken worden gretig geciteerd als het gaat om het ware verhaal te benadrukken. Bij de Clumber Spaniel is dat niet anders dan bij andere (jacht)hondenrassen. Is de oorsprong van de spaniel al in nevelen gehuld, die van de Clumber is ook niet nauwkeurig te achterhalen.

Geschiedenis van de Clumber Spaniel

In zijn befaamde Canterbury Tales schrijft Geoffrey Chaucer (1340-1400) rond 1390: For as a spanyel she wolde on him lepe. (Ze zou als een spaniel tegen hem willen opspringen.) In de Engelse vertaling van Le Livre de Chasse, verschenen aan het begin van de vijftiende eeuw, wordt eveneens over spaniels gesproken. Ook in het in 1485 verschenen The Book of St. Albans – over de jacht, de valkenjacht en de heraldiek – worden spaniels vermeld. In 1576 verschijnt de Engelse vertaling van het oor-spronkelijk in het Latijn geschreven boek Treatise of Englishe Dogges van de bekende Dr. Johannes Caius. Hij schrijft de onsterfelijke, ook door Welsh Springer Spaniels geclaimde zin: The most part of their skynnes are white, and if they be marked with any spottes they are commonly Red. (Het grootste deel van hun vacht is wit en als er vlekken zijn, zijn die gewoonlijk rood.) Is dat een van de voorvaderen van de Clumber Spaniel?

Afkomst van de Clumber Spaniel

Natuurlijk moeten alle versies over de oorsprong van de Clumber Spaniel worden vermeld. Die van William Barker Daniel, gepubliceerd in Rural Sports, gaat er van uit dat de Clumber van Franse origine is. De Franse Duc de Noailles zou aan het einde van de achttiende eeuw zijn Engelse vriend, de tweede Duke of Newcastle in Clumber Park te Nottingham, spaniels cadeau hebben gedaan. Tijdens en na de Franse revolutie van 1789 hebben de machthebbers immers geen boodschap meer aan jagen, jachthonden en adel en met deze gift zouden de jachtspaniels meteen een veilig heenkomen hebben gevonden. Het bewijs voor dit mooie verhaal ontbreekt echter, terwijl ook niets erop wijst dat er dan al soortgelijke spaniels in Frankrijk aanwezig zijn. C.A. Philips (in 1906) en Margaret Aldred (in het boekje De Clumber Spaniel in Nederland) hebben allebei geprobeerd om te achterhalen hoe, wanneer en waarom de Clumber Spaniels – of diens voorvaderen – naar de estate in Clumber Park zijn gekomen. Tevergeefs. In de achttiende eeuw fokt de Engelse aristocratie jachtspaniels in grote kennels. Zo ook de tweede Duke of Newcastle (1720-1794), die officieel Henry Fiennes Pelham-Clinton heet. Hij zou een Engelse Springer Spaniel of een Alpine Spaniel – nu uitgestorven – hebben gekruist met een Basset Hound. Ziedaar de verklaring voor het lange lichaam, de grove bouw en de relatief korte benen van de Clumber Spaniel. De auteur James Farrow heeft een andere theorie, waarin de Clumber is ontstaan uit de grote Blenheim Spaniels en waarbij Farrow de mogelijkheid niet uitsluit dat er uitwisseling heeft plaatsgevonden tussen Frankrijk en Engeland. Tot slot de derde theorie: de Clumber is niet Engels, niet Frans, maar Spaans. Het ras zou zijn ontwikkeld in Spanje, met als voorvader de zware Pachón Navarro. Hoewel bekend is dat er in het begin van de achttiende eeuw vanuit Spanje honden naar Engeland zijn geëxporteerd, kan ik nergens de bevestiging vinden dat dit ook met Pachóns is gebeurd. Maar wie de foto van het hoofd van de Pachón Navarro bekijkt, hoeft er alleen maar een langere vacht bij te denken. (De gespleten neus is één van de typische kenmerken van dit Spaanse ras.) Om een lang verhaal kort te maken: het enige dat we zeker weten is dat er sinds het vierde kwart van de achttiende eeuw Clumber Spaniels in Engeland aanwezig zijn en zich sindsdien daar hebben gehandhaafd.

De Land Spaniels en de Water Spaniels

We maken een sprongetje naar de negentiende eeuw. In de jaren tussen 1799 en 1805 verschijnt Cynographia Brittannica, samengesteld door Sydenham Edwards. Edwards’ beschrijving van spaniels wordt geïllustreerd met een kleurenplaat van vier spaniels: één lever en wit, één zwart en wit, één (licht) leverkleurig en één citroengeel (lemon) en wit. Edwards onderscheidt deze vier als Land Spaniels en Water Spaniels. Bij de Land Spaniel brengt Edwards nog een onderverdeling aan: springing spaniels – zij die het wild uit de dekking opstoten – en cocking spaniels – degene die op de woodcock jagen. Wellicht is dit het tijdstip waarop de Land Spaniels zich tot verschillende rassen gaan ontwik-kelen. Bij ‘ontwikkelen’ moeten we in gedachten houden dat jachtspaniels in vroeger tijden uitsluitend worden gehouden door koningen, prinsen, leden van de adel, de aristocratie en rijke landeigenaren. Zij immers kunnen het zich veroorloven om te jagen, honden te onderhouden en te fokken. Omdat het afleggen van afstanden zich uitsluitend beperkt tot reizen te voet, te paard of in een koets, is het niet verwonderlijk dat de bezitters van de landgoederen, met soms duizenden hectares land, vrijwel uitsluitend voor ‘eigen gebruik’ fokken. Niet zelden worden de honden dan ook bekend onder de naam van het bezit of onder die van de eigenaar. Bekende voorbeelden zijn de (nu uitgestorven) Norfolk Spaniel, de Blenheim Spaniel, de Gordon Setter en… de Clumber Spaniel.

Lees het volledige artikel in Onze Hond nummer 7.

Tekst en illustraties: Ria Hörter

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook