Drie honden op rij

Heupdysplasie en de PennHip-methode

Heupdysplasie is nog steeds een veel voorkomende en vaak ernstig invaliderende aandoening bij honden. De meest gangbare wijze om hierop te screenen is het maken van een röntgenfoto van het bekken van de hond met de achterpoten naar achteren gestrekt. Deze standaard heupfoto heeft echter een aantal nadelen. De PennHip-methode is een beter alternatief, maar nog relatief weinig bekend.

De diverse rasverenigingen en De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied proberen al jarenlang heupdysplasie te verminderen door fokdieren van tevoren te screenen op heupdysplasie. Voor deze screening wordt een röntgenfoto gemaakt van het bekken met de achterpoten gestrekt naar achteren. Bij veel rassen mag dit als de betreffende dieren ouder zijn dan 12 maanden. Bij een aantal rassen wordt 18 maanden als minimumleeftijd aangehouden. De ‘standaard’ methode heeft de afgelopen decennia echter niet veel meetbaar resultaat opgeleverd. Daarnaast bestaat de indruk dat met de enorme hoeveelheid gegevens die in de loop der jaren is verzameld niets of weinig wordt gedaan.

Deze ‘standaard’ heupfoto heeft een aantal nadelen:
1 Door de achterpoten naar achteren te strekken ontstaat een, voor de hond, niet natuurlijke positie en kunnen heupgewrichten ‘beter’ lijken dan ze zijn. Dit komt doordat er in deze positie plooitjes in het gewrichtskapsel komen. Hierdoor komt de kop dieper en schijnbaar beter in de kom te liggen.
2 Bij jonge honden ( < 12 maanden) geeft deze opname in het geheel geen informatie over de kwaliteit van de heupen. Het zogenaamde voor-röntgenen op een leeftijd van 7-8 maanden is dan ook zinloos. Wel is deze standaardpositie geschikt om eventuele reeds aanwezige artrose zichtbaar te maken. De afwezigheid daarvan op deze foto is echter nog zeker geen garantie dat er geen (aanleg tot) heupdysplasie speelt.

Er is echter wel grote behoefte om er tijdig achter te komen of een hond (aanleg tot) heupdysplasie heeft. Niet alleen omdat daarmee in een vroeger stadium behandeld kan worden, maar ook omdat dan eerder geselecteerd kan worden welke honden voor de fokkerij geschikt zijn. Ook kan er bij belangrijke groepen werkhonden (zoals blindengeleide- en hulphonden) al vroegtijdig worden geselecteerd, vóórdat de kostbare opleiding begint.

Tekst en foto’s: Hans Nieuwendijk van AniCura de Tweede Lijn | Introfoto: Shutterstock

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/6. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email