Moeder en pup

Beweging voor pups noodzakelijk?

Er heerst grote terughoudendheid onder hondenbezitters, trainers en dierenartsen om pups meer te laten bewegen. Er doen uitermate voorzichtige adviezen de ronde die bij nadere beschouwing niet duidelijk terug te voeren zijn op een degelijke argumentatie, laat staan wetenschappelijk onderzoek. In dit artikel worden de voordelen van gelijkmatig opgebouwde bewegingsprogramma’s beargumenteerd en ter discussie gesteld. Aan het einde van dit artikel zullen enkele suggesties gedaan worden voor verantwoord bewegen voor pups.

Er rust een tamelijk groot taboe op het advies een jonge hond meer te laten bewegen. Hierbij worden de voordelen van beweging niet of slechts zijdelings genoemd. Zowel humaan als in de paardensport zijn de voordelen van gedoseerde training overtuigend aangetoond.

Kinderen die vanaf hun vroege pubertijd sporten, ontwikkelen een hogere kracht en een hogere maximale zuurstofopname. Dit blijft behouden gedurende de rest van het leven in vergelijking met kinderen die weinig actief zijn in deze levensfase (Vrijens et al, 2001). Bij veulens is meermalen aangetoond dat langer lopen met lage intensiteit (‘weidegang’) de kraakbeen en peesontwikkeling bevordert (o.a. R.K. Smith et al, 1999,Y. Kasashima et al, 2002). Dit zijn effecten die de belastbaarheid voor de rest van het leven verhogen. Het is zeer waarschijnlijk dat het lichaam van de jonge hond in principe niet anders reageert op gedoseerde trainingsprikkels. De vraag is vooral wat op welke leeftijd daadwerkelijk voordeel oplevert voor de gezondheid en ontwikkeling van de opgroeiende hond.

Voordelen
Bewegen heeft aantoonbare voordelen, ook voor jonge honden. Beweging is dé prikkel om de coördinatie, conditie en spierkracht van de hond te beïnvloeden. Veel pups zijn te zwaar en voor sommige rassen, zoals bijvoorbeeld de Labrador Retriever, lijkt een genetische predispositie tot overgewicht aanwezig te zijn. Beweging draagt bij aan een doelmatig gebruik van de opgenomen energie. Naast gewicht geeft de verhouding borstomvangbuikomvang informatie over de lichaamssamenstelling. Bij oudere pups vanaf zes maanden (voor honden van normale lichaamsbouw) en volwassen honden geldt dat de buikomvang 2/3 (of iets minder) moet zijn van de borstomvang. Bij een toename van de spiermassa en afname van de vetmassa wordt het verschil tussen beide omvangmetingen groter. De groei en afmetingen van een hond zijn grotendeels genetisch bepaald. Grote honden groeien als pup erg snel, met als gevolg dat hun massa snel toeneemt. De genoemde verhouding geeft hierbij inzicht in functioneel gewicht en overgewicht. Het is logisch te veronderstellen dat gedoseerde beweging en training bij kan dragen aan de ontwikkeling van coördinatie en spierkracht zodat dit groeiende lichaam ook aangestuurd kan worden. De juiste training leidt ertoe dat energie omgezet wordt in spierontwikkeling. Het ontwikkelen van coördinatie en spierfunctie heeft een beschermende invloed op het bewegingsapparaat (Vrijens et al, 2001). Het toegenomen lichaamsgewicht moet gedragen worden en daar is kracht voor nodig. In de regel zijn veel hondenliefhebbers bang voor ‘te veel’ bewegen en letten ze te weinig op de kwaliteit van bewegen.

Tekst en foto’s: Marcel Nijland www.marcelnijland.nl

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/6. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email