Treiball

Treibball: een kleurrijke sport

Treibball, ook wel ‘drijfbal’ genoemd, is in Nederland een vrij nieuwe hondensport. De sport is vanaf 2009 steeds populairder aan het worden. Het leuke is dat het een sport is voor iedere hond en eigenaar.

Het brein achter Treibbal is Jan Nijboer, een Nederlander die in Duitsland woont. Hierdoor is de sport in Duitsland ook groter dan bij ons. Gelukkig leren steeds meer mensen en honden deze leuke activiteit kennen. Het doel is om de hond zo te sturen dat hij een maximum van acht ballen in het doel drijft. Hoe hoger het niveau, hoe meer ballen er in het spel zijn. Diegene die als combinatie de snelste tijd neerzet is de winnaar. Om kans te maken moeten alle ballen in ieder geval binnen tien minuten in het doel geplaatst zijn.

Voor de ballengek!?
Voor deze sport wordt er gebruik gemaakt van grote lichtgewicht plastic ballen. Eén hoektandje erin en de bal is stuk. Zomaar met een bal gaan rondrennen is dus niet de bedoeling, beheersing is erg belangrijk! Bij Treibball moet de hond leren om de bal te verplaatsen met zijn neus, borst of poten. Vervolgens zal de hond op aanwijzingen van de handler de bal richting doel proberen te krijgen. Om dit goed te volbrengen is samenwerking tussen hond en handler dus essentieel.

Alle ballen verzamelen!
De sport kent drie onderdelen, met ieder een eigen uitdaging. Allereerst is er het verplichte onderdeel. Hierbij ligt er een maximum van acht ballen in een driehoek in het veld. Op maximaal twintig meter afstand staat het doel. Wanneer de handler het eerste teken geeft, dient de hond op aanwijzen van de handler zo snel mogelijk alle ballen één voor één naar het doel te drijven. De hond begint altijd met de achterste bal, daarna is de volgorde willekeurig. Als tweede is er het dirigeer-onderdeel. Hierbij worden de ballen verspreid neergelegd over het veld. Vervolgens moet de handler de hond zo sturen dat de ballen op een bepaalde volgorde richting het doel worden gedreven. Op de ballen staan nummers, die aangeven welke volgorde aangehouden dient te worden. Voor dit onderdeel is dus opperste concentratie, maar vooral ook veel samenwerking erg belangrijk. Als laatste is er nog het spel-onderdeel. Hierbij is het elke keer een verrassing wat er van de handler en de hond verwacht wordt. Vaak wordt er gebruik gemaakt van attributen of een parcours om de moeilijkheidsgraad te verhogen, maar ook om een element van spel in te voegen. Ook kan er binnen dit onderdeel gekozen worden voor ‘time gambling’. In dat geval wordt er van de handler verwacht een schatting te maken van de benodigde tijd voor het naar het doel brengen van een x aantal ballen. Diegene die in werkelijkheid het dichtste in de buurt komt van zijn schatting wint het spelletje. Een goede kennis van hoe rap je hond werkt is dus ook nog van belang

Tekst: Anne Dame | Foto’s: Saskia Riemer, mede dank aan SportDog.

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/3. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email