8

Rasportret: Cairn Terriër

Kleine hond, die GROTE indruk maakt

Met een hoogte van 28-31 cm is de Cairn Terriër een kleine hond, maar wel eentje die een grote indruk achterlaat. Dit stoere, sportieve en stevige hondje heeft met zijn ruige uiterlijk iets weg van een straatbezem, maar dan wel een zeer levendig en sprankelend bezempje met een paar vrolijke pretogen. Op een schoothondje lijkt hij zeker niet en dat vindt de Cairn zelf helemaal niet erg. Hij is veel te temperamentvol om zijn leven bezadigd op een zachte schoot aan zich voorbij te laten trekken.

Vrijwel alle kortbenige Terriërs vinden hun oorsprong in Schotland. Dat geldt ook voor de Cairn Terriër die zijn wortels heeft liggen op het eiland Skye, onderdeel van de Hebriden, alsmede op de Schotse Hooglanden. De eerste vermeldingen van kleine, ruigharige Terriërs stammen uit de 15e eeuw. Deze hondjes werden gebruikt voor het verdelgen van ongedierte, zoals ratten en muizen maar ook als hulpje bij de jacht op dassen en vossen. Ze stonden bekend onder de naam Scotch Terriërs en werden algemeen beschouwd als de zuiverste van alle terriërsoorten. Uit de Scotch Terriër is niet alleen de Cairn Terriër voortgekomen, maar ook de andere Schotse rassen, zoals de West Highland White Terriër, de Skye Terriër en de Schotse Terriër. Van al die rassen schijnt de Cairn Terriër het meest op de oorspronkelijke Scotch Terriër te lijken.

Vossenholen en dassenburchten

In de 16e eeuw werden Terriërs tijdens de jacht gebruikt in combinatie met grotere jachthonden. Die dreven het wild op en als de vos, otter of das zich verschanste dan werden de Terriërs ingezet. De Terriërs achtervolgden het wild onder de grond (terra = aarde), waarbij zij in de pijpen van vossenholen en dassenburchten verdwenen en het wild eruit joegen of aanvielen. Vaak moesten zij het opnemen tegen dieren die groter en sterker waren dan zijzelf en dat was uiteraard niet zonder risico. De honden raakten dan ook regelmatig ernstig gewond of lieten zelfs het leven bij het uitoefenen van hun taak. Over de moed die deze vasthoudende, kleine Terriërs toonden doen verschillende verhalen de ronde. Een daarvan gaat over een hond die het presteerde om een otter vast te blijven houden die de zee in vluchtte, terwijl hij de Terriër met zich meesleurde. Toen zijn eigenaar de beide dieren uit de zee opviste bleek de otter overleden, de Terriër leefde nog.

Cairns

De naam van dit ras komt uit het Keltisch, de Cairn Terriër dankt deze aan steenheuveltjes, die Cairns genoemd werden. De Romeinen bouwden deze heuveltjes op de graven van hun doden. Om de overledenen gunstig te stemmen legden reizigers die zo’n cairn passeerden, er steeds een steen bij. Door de jaren heen raakten deze heuveltjes begroeid met bosjes en struikgewas, op die manier een ideale schuilplaats vormend voor dassen en vossen. De Cairn Terriërs, goed beschermd door hun dichte vacht, waren de enigen die het wild in deze cairns konden achtervolgen en om deze eigenschap werden ze zeer waardevol geacht. King James I van Engeland stuurde ooit zes Cairn Terriërs naar de koning van Frankrijk. Dat deed hij op twee verschillende schepen en vergezeld van een oorlogschip, om er zeker van te zijn dat de honden goed aan zouden komen. Pas in het begin van de 20e eeuw werd de Cairn Terriër erkend als een op zichzelf staand ras.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Het volledige rasportret is te lezen in Onze Hond nummer 2. Dit nummer kun je vanaf 18 februari kopen in de boekhandel bij jou in de buurt of online bij de bcm store.

5/5 - (1 stemmen)

Deel bericht

Bekijk ook