Marcel

Komt een hond bij de gedragstherapeut

Er wordt mij regelmatig gevraagd welke ‘problemen’ ik nu het meeste tegenkom in de praktijk. De vraag zou eigenlijk moeten zijn: welke vragen kom ik het meeste tegen. Daar kan ik duidelijk over zijn: de meestgestelde vragen gaan over blaffen en uitvallen aan de lijn, en ‘ongehoorzaamheid’. De oorzaken en de oplossingen kunnen best divers zijn en er is een direct verband tussen beide ‘problemen’. Ze hangen samen met de verwachtingen die mensen van een hond hebben.

In de komende serie gaan we vragen bespreken van cliënten uit de praktijk, en uitleggen wat ik in die gevallen heb geadviseerd. Voordat ik dat ga doen, wil ik toch een paar van mijn uitgangspunten aanstippen zodat het perspectief van mijn adviezen duidelijk wordt.

Op zoek naar een match

Ik vind dat als je met een hond samenleeft, je bij elkaar moet passen en liefst zelfs dat je elkaar versterkt. Dat klinkt idealistisch, maar het is ook iets waarvoor je kunt kiezen. Zoals met een huwelijk. Je trouwt in het ideale geval met iemand van wie je houdt. Het is fijn als iemand knap is, rijk of de ideale maten heeft, maar belangrijk is het niet. Als je niet graag bij iemand bent, tellen al die andere dingen niet. Zo is het ook met een hond. Je moet hem graag om je heen hebben en je niet aan het dier storen (of misschien af en toe, net als in het huwelijk). In de praktijk zie ik dat mensen op een andere manier een hond kiezen. Soms omdat ze de hond zielig vinden, omdat hij er snel moet zijn of omdat iemand een mooie hond wil. Maar net als met een mooie partner: het blijft niet goed voelen als de match niet klopt. Op zoek naar de juiste match dus. Helaas zijn mismatchgesprekken een regelmatig terugkerend thema in het leven van een gedragstherapeut. Een hond is een dier Heb je die ideale hond gevonden, dan moet je – om er een succes van te maken – een aantal dingen doen en een aantal dingen achterwege laten. Een hond is een dier met eigen behoeftes en eigenaardigheden. Daarin moet je hem sturing en uitlaatkleppen bieden. Dat doe je door een hond in een omgeving groot te brengen waarin hij zich kan ontwikkelen, maar waarin je hem als eigenaar ook kunt sturen.

Honden doen niet van nature wat wij willen. Integendeel: van nature doen ze veel dingen die we vaak niet wensen, zoals uitgebreid aan elkaars plasjes ruiken en dergelijke. De hoogactieve honden spannen daarin wel de kroon. In mijn praktijk zie ik honden die geen idee hebben wanneer het tijd is om even te ontspannen. We gaan later zien dat dit een rol kan spelen bij ongewenst gedrag. Het creëren van een omgeving waarin een hond zich kan ontplooien tot die ideale hond is een proces dat één of twee jaar duurt, afhankelijk van de eisen die er aan de hond gesteld worden. Een veelvoorkomende veronderstelling van eigenaren is dat een hond iets ‘drommels goed’ weet. Als een hond iets weet,waarom doet hij het dan niet? Vaak speel je zelf de hoofdrol bij het beantwoorden van die vraag. Het gat dat er zit tussen iets van een hond verlangen en het hem laten doen, is er eentje dat de eigenaar zelf moet overbruggen. Meestal doen honden iets niet, omdat ze het niet snappen. En als de eigenaar dat niet oplost gáát een hond het ook niet snappen. Hoe vaak hoor je iemand zeggen: ‘Mijn hond is eigenwijs’? Dat is echter zelden het geval. Een hond is een dier, geen intellectueel. Als je de hond de juiste input geeft komt er meestal ook de juiste reactie uit. Als eigenaar geef jij die input.

Het volledige artikel is te lezen in Onze Hond nummer 2. Dit nummer kun je vanaf 18 februari kopen in de boekhandel bij jou in de buurt of online bij de bcm store.

5/5 - (2 stemmen)

Deel bericht

Bekijk ook