04. 1783 Goya María Teresa_de_Borbón y Vallabriga Foto Wikipedia Nat.Gallery of Art Washinton

Historisch portret: Bolognezer

In oude geschriften, documenten en boeken of op prenten en schilderijen is de geschiedenis van hondenrassen vastgelegd. En ook het werk dat ze doen. Meegaan op jacht, het drijven en hoeden van een kudde, het bewaken van huis en haard en het gezelschap houden van de mens. Elke maand gunt Onze Hond de lezer een inkijkje in de rijke historie van een hondenras. Deze keer een lid van de uitgebreide Bichon-familie.

De Bichon-familie bestaat uit zes meer of minder langharige dwerghonden: de Maltezer, Bolognezer, Havanezer, Bichon Ténérife (of Bichon Frisé), Coton de Tuléar en het Leeuwhondje. Sjieke namen voor rashondjes die zich in het verleden vooral thuisvoelden bij sjieke dames in de landen rond de Middellandse Zee. Hun meestal witte vachten zijn glad, gekruld of gegolfd. Maar er zijn meer gezamenlijke kenmerken: Ze hebben een goed zichtbare stop (de overgang van het voorhoofd naar de neus), zwarte neusgaten en lippen, hangende oren en ze dragen hun staart in een krul of gekruld over de ruglijn.

Barbet als voorouder?

De Amerikaanse kunstkenner en kynoloog William Secord, oprichter van het befaamde The American Kennel Museum of the Dog, gaat ervan uit dat de Bichons afstammen van de Barbet of Water Spaniel, waarbij Barbet via Barbichon later wordt afgekort tot Bichon. In een deel van de encyclopedie Histoire Naturelle (1755) van de Franse natuuronderzoeker Georges-Louis Leclerc Buffon (1707-1788) is een Grand Barbet afgebeeld. Het doorslaggevende bewijs van William Secords veronderstelling heb ik nergens kunnen vinden maar de oude Grand Barbet kan, in een paar maten kleiner, doorgaan voor een Bolognezer.

Uitgehaald breiwerk

De geschiedenis van dit hondenras, of beter gezegd van dit type hond, begint in het Middellandse Zeegebied ten tijde van de maritieme handel via de schepen van de Grieken en de Feniciërs. Vanaf de 15de eeuw namen schippers kleine, vaak witte hondjes aan boord, die zich nuttig maakten met het vangen van ratten en muizen. Via deze weg verspreidden de Bichons zich over landen wier schepen de Middellandse Zee bevoeren. De historie van de Bolognezer wordt nogal eens verward met die van de Maltezer. Dat is niet verwonderlijk want hun voorouders zijn dezelfde kleine, witte hondjes die al worden vermeld door de Griekse filosoof Aristoteles (384 v.Chr.-322 v.Chr.). Hij noemt hen Canes Melitenses ofwel ‘de honden van Malta’. Andere namen voor die witte hondjes zijn Catellus, Catella, Melita, Barbet en Barbichon. Behalve met een witte vacht zijn er ook die een geelachtige, zwarte of grijze vacht hebben, maar uiteindelijk wordt een witte vacht de norm. Vandaag de dag hebben Bolognezers volgens de rasstandaard een ‘behoorlijk pluizige vacht, niet platliggend maar in strengen’. In de periode dat ze nog geen apart ras vormden kwamen zowel lang- als kortharige vachten voor. Op de vraag, tijdens een keurmeesterexamen, hoe de vacht van een Bolognezer eruit behoort te zien, antwoordde een kandidaat: “… als een uitgehaald breiwerk.”

Tekst en illustraties: Ria Hörter

Het volledige historisch portret van de Bolognezer is te lezen in Onze Hond editie 10. Deze editie kun je kopen vanaf 23 november in je lokale boekhandel of online in de BCM Store

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook