BDSC_1733

Rasportret: Berner Sennenhond

Waakse knuffelbeer (maar alleen zijn kop past op schoot)

De Berner Sennenhond is een baasgericht type. Hij houdt ervan in de directe omgeving van zijn familie te verblijven. Met zijn grote lijf deinst hij er niet voor terug om genoeglijk op schoot te kruipen (of in ieder geval zijn kop op je schoot te leggen) als hij de kans krijgt. Maar hoezeer hij er ook van houdt om zo nu en dan eens lekker geknuffeld te worden, de Berner is prima in staat om zichzelf bezig te houden of zich rustig in de tuin terug te trekken. Gewoon lekker een beetje te liggen mijmeren en ondertussen een wakend oogje in het zeil houden. Want waaks is hij zeker. 

Het is heus niet zo dat de Berner een enorme blaffer is, maar vermeend gevaar zal zeker even aangeblaft worden. Vreemden zal hij laten weten dat ze op het punt staan zijn territorium te betreden. Vertelt de baas hem dat het allemaal in orde is dan zal de hond zich daar wel bij neerleggen, tenminste als hem niet te veel ruimte wordt gegeven om zijn eigen plan te trekken. Bekenden worden meestal enthousiast begroet maar tegenover mensen die hij niet kent kan de Berner Sennenhond best gereserveerd zijn.

Geschiedenis

Op de boerenbedrijven in Zwitserland lopen al eeuwenlang honden rond die voor allerlei taken en werkzaamheden worden ingezet. De voorouders van die honden moeten waarschijnlijk gezocht worden onder de grote dogachtigen die ongeveer aan het begin van onze jaartelling door de Romeinen over de Alpen meegenomen werden naar Zwitserland. Afgaand op zijn forsgebouwde gestalte, is het in ieder geval duidelijk dat er een flinke dosis molosserbloed in de Berner Sennenhond moet zitten. De Berner is niet de enige Sennenhond die in Zwitserland rondwandelt. Er zijn er nog drie: De Grote Zwitserse Sennenhond, de Appenzeller Sennenhond en de Entlebucher Sennenhond. Alle drie hebben ze dezelfde kleuren. De uiterlijke verschillen zijn met name te vinden in de vachtsoort, het formaat en de staartdracht. Waarschijnlijk delen alle Sennenhonden in ieder geval een deel van hun voorouders, maar hebben de diverse types zich onafhankelijk van elkaar ontwikkeld door de geïsoleerde ligging van de verschillende gebieden. De hond, die veel later bekend zou worden als de Berner Sennenhond, werd voornamelijk gevonden in de omgeving van Dürrbach, een plaatsje in het kanton Bern. De honden die daar leefden werden dan ook Dürrbächler genoemd. Verder hebben ze nog onder heel wat namen bekend gestaan, bijvoorbeeld Blässli (als de hond een grote, witte bles had) en Ringli als hij beschikte over een witte halskraag. Het waren echter allemaal geharde boerenhonden die rondom de boerderijen allerlei werkzaamheden verrichtten. Hun voornaamste taak was het verplaatsen van het vee tijdens het wisselen van de seizoenen. In het voorjaar moesten de koeien omhoog, de bergweides op, in het najaar weer terug de dalen in. In de bergen werden de kuddes tevens tegen roofwild beschermd door de grote honden. De verdere taken van de hond bestonden onder andere uit het trekken van karren, bewaken van de boerderijen en het assisteren van de boer tijdens marktdagen. De toenemende industrialisering zorgde er in het begin van de twintigste eeuw voor dat er steeds minder honden nodig waren om alle klussen te klaren. Ook werden veel Sennenhonden gekruist met Newfoundlanders en Leonbergers. De echte Dürbrbächler dreigde dan ook uit te sterven. Gelukkig greep een aantal kynologen in. Zij begonnen zich bezig te houden met de wederopbouw van het ras en richtten in 1907 de Schweizerischer Dürrbach Klub op. Korte tijd later kreeg het ras zijn huidige naam. Vanaf de tijd dat het ras Berner Sennenhond ging heten, ging het bergopwaarts. Vanuit Zwitserland verspreidden de honden zich over de hele wereld.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Het volledige rasportret is te lezen in Onze Hond nummer 1. Dit nummer kun je vanaf 21 januari kopen in de boekhandel bij jou in de buurt of online bij de bcm store.

5/5 - (1 stemmen)

Deel bericht

Bekijk ook