Schermafbeelding 2019-10-30 om 11.05.52

Dominantie bestaat!

O nee, toch niet weer een artikel over dominantie! Ik hoor het je bijna denken en ik snap deze reactie heel goed. Maar wacht nog even met verder bladeren. In dit artikel komt er een onderzoek aan bod waarin het allemaal vanuit een heel ander perspectief bekeken wordt, namelijk vanuit dat van jou.

 

Onduidelijkheid

Enkele wetenschappers van het Senior Family Dog Project aan de Eötvös Loránd Universiteit in Boedapest wilden weten hoe hondeneigenaren dominantie ervaren en beschrijven. Volgens Lisa Wallis en Enikő Kubinyi wordt de term regelmatig gebruikt om het gedrag van honden te interpreteren maar is er veel onduidelijkheid over de precieze betekenis. Dominantie wordt op verschillende manieren gedefinieerd, niet alleen binnen de psychologie en ethologie maar ook in de populaire media en onder de gewone hondenbezitters.

 

Verschillende definities

In de ethologie (de studie naar natuurlijk diergedrag) wordt het woord gebruikt om de sociale relaties op lange termijn te beschrijven tussen individuen die tot een groep behoren. Hierbij spelen interacties met geweld, agressie en onderwerping een grote rol. Degene die als winnaar uit dergelijke interacties naar voren komt, is het dominante individu. Dit individu is verzekerd van voorrang bij de toegang tot bronnen als voedsel, partners en de beste rustplekken. Zodra de relatie tot stand is gebracht, biedt de onderschikte gedragingen aan zoals het likken van de mond van de dominante. Meestal is het gebruik van geweld aan agressie nu niet meer nodig, waardoor de kans op conflicten wordt verkleind. Dit is uiteindelijk zeer voordelig voor de groep. Binnen de psychologie wordt dominantie echter bezien als een persoonlijkheidskenmerk, zoals wanneer we over iemand zeggen dat hij een dominant karakter heeft. In deze definitie is dominantie de neiging van een individu om controle te willen uitoefenen over anderen. Verder wordt ‘dominantie’ nog gedefinieerd als het hebben van controle, autoriteit, macht of invloed over anderen. Het grote publiek gebruikt deze betekenis bijvoorbeeld om individuen te beschrijven die krachtiger, succesvoller of belangrijker zijn dan anderen. Deze individuen hoeven dus niet per se een dominant karakter te hebben, het gaat hier meer om de positie an sich.

 

Dominantie-moe

Als je deze drie definities zo bekijkt, is het niet zo verrassend dat er nogal wat onduide-lijkheid is over de term dominantie. Zelfs binnen de wetenschap heerst er nog veel verwarring over het correcte gebruik van het woord en dit leidt regelmatig tot felle discussies*. Het is dan ook niet zo gek dat men een beetje dominantie-moe is. Sommige mensen gaan zelfs zover het bestaan van domi-nantie bij honden te ontkennen, terwijl er hierbij vaak geeneens duidelijk is welke definitie er verworpen wordt. Het is niet ondenkbaar dat men dit zelf ook niet weet. Wezenlijk onderdeel We ontkomen echter niet aan het feit dat dominantie een wezenlijk onderdeel is van het sociale gedrag van vele diersoorten, waaronder de mens. Zo zegt Marc Bekoff – professor in de ecologie en evolutiebiologie – in zijn uitstekende essay Dogs Display Dominance: Deniers offer no Credible Debate onder andere: ‘Er is me door vele collega’s verteld dat dominantie alomtegenwoordig is en dat ontkenners niet weten waar ze het over hebben. Het ontkennen van dominantie is als het ontkennen van de zwaartekracht op aarde.’Een van deze collega’s, professor Dario Maestripieri, zegt bijvoorbeeld: ‘Dominantie tussen twee individuen helpt de vrede te bewaren en verhoogt de stabiliteit en voorspelbaarheid in de relatie, waardoor beide partners kunnen profiteren van hun relatie’. Wallis en Kubinyi geven in hun artikel een overzicht van de meest recente wetenschappelijke bevindingen op het gebied van dominantie bij honden. Hierover zeggen zij: ‘Eerdere ethologische studies hebben aangetoond dat dominantierelaties voorkomen bij paren of groepen honden. Dit gebeurt meestal door het meten van specifieke gedragingen tijdens interacties in laboratoria, opvangcentra of hondenparken. Wetenschappers registreren het gedrag van de honden tijdens de interactie, waardoor ze de positie van elke hond kunnen bepalen en kunnen voorspellen hoe de honden zich zullen gedragen in toekom-stige conflictsituaties. Deze informatie is van vitaal belang voor mensen die met meerdere honden in hetzelfde huishouden leven.’ Dit bracht hen op het idee om eens na te gaan hoe de eigenaren zelf nu eigenlijk aankeken tegen dominantie: ‘In vergelijking met wetenschappers bevin-den de eigenaren zich in een unieke positie. Zij kunnen hun honden dagelijks observeren en hebben daarom een schat aan kennis over de onderlinge relaties en interacties.’Ze vervolgen dat er maar weinig studies zijn die zich specifiek hebben gericht op het onderzoeken van de relaties van honden in hetzelfde huishouden. Er blijkt zelfs geen enkele studie te zijn waarbij is onderzocht hoe de eigenaren de relaties tussen hun honden ervaren en of zij geloven dat dominantie een onderdeel is van deze relaties. Het mag duidelijk zijn dat Wallis en Kubinyi zelf de ethologische definitie van dominantie hanteren. Het is logisch dat zij hiervoor kiezen. Niet alleen omdat zij zelf ethologen zijn, maar ook vanwege de overtuigende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat in deze richting wijst. Voordat we bespreken waarom een correcte interpretatie van dominantie nu zo belangrijk is welke gevolgen een verkeerd gebruik van de term kan hebben voor de hond worden hieronder eerst de belangrijkste resultaten van het onderzoek op een rijtje gezet.

 

Onderzoeksmethode

Er deden in totaal 1156 Hongaarse honden-eigenaren met meer dan één hond mee aan het onderzoek. Aan de hand van vragenlijsten werd er bepaald of de hondenbezitters van mening waren dat een van de honden ‘dominant’ was over de ander en welk gedrag en persoonlijkheidskenmerken deze honden vertoonden. Omdat Wallis en Kubinyi de antwoorden niet wilden beïnvloeden, gaven zij in de vragenlijsten geen definitie van dominantie. In plaats daarvan vroegen zij welke hond volgens de eigenaar de ‘baas’ was. Daarnaast werden er nog 20 vragen gesteld die betrekking hadden op specifieke gedragingen en eigenschappen. Enkele voorbeelden: ‘Door welke hond word je als eerste begroet als je thuiskomt?’, ‘Welke hond heeft de beste ligplaats?’, ‘Welke hond is slimmer?’, ‘Welke hond is ouder?’, ‘Welke hond is mannelijk?’, ‘Welke hond heeft een betere lichamelijke

 

Conditie

Vervolgens werd er gekeken naar de associaties tussen de honden die waren aangeduid als ‘dominant’ en de 20 kenmerken. De onderzoekers hoopten dat de eigenaren intuïtief op de vragen zouden reageren, gebruikmakend van de kennis die ze hadden opgedaan door de dagelijkse observaties van de relaties en interacties van hun honden. Zij zeggen hierover: ‘Dit was de enige manier waarop we onze onderzoeksvraag – hoe hondenbezitters dominantie bij hun honden ervaren – konden beantwoorden.’

 

Onderzoeksresultaten

Er kwamen enkele opvallende resultaten naar voren uit de analyse van de gegevens. Zo bleek onder andere dat hondeneigenaren dominantie interpreteren op basis van specifieke gedragingen en persoonlijkheidskenmerken. Volgens de eigenaren uitte dominantie zich op de volgende manieren in de betreffende honden:

– Ze hebben voorrang bij toegang tot bepaalde hulpbronnen, zoals voedsel, beloningen en ligplekken

– Ze nemen specifieke taken op zich, zoals het bewaken van het huis en de omgeving (door meer te blaffen), vooroplopen tijdens wandelingen en het verdedigen van de groep op het moment dat zij denken dat er gevaar dreigt

– Ze ervaren vaker dat een andere hond aan hun mondhoeken likt

– Ze markeren over de urine van een andere hond

– Ze zijn slimmer, agressiever en impulsiever en zijn over het algemeen ouder dan ‘ondergeschikten’

– Ze winnen gevechten indien die plaatsvinden (ongeveer 70% van de onderzochte honden bleek weleens te vechten)

 

Conclusies

In een reactie zeggen Wallis en Kubinyi: ‘De beschrijvingen van de eigena-ren lijken overeen te komen met gedragingen en kenmerken uit de ethologi-sche definitie van dominantie. We waren verrast dat 87 procent van de eigenaren aangaf dat hun honden verschilden in hun sociale status en dat slechts 10 procent hun honden als gelijk beoordeelde. Ook hadden we niet verwacht dat teven vaker als dominant werden bestempeld. Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat de teefjes over het algemeen vaker gecastreerd waren; eerdere studies hebben aangetoond dat agressie vaker voorkomt bij gecastreerde teefjes in vergelijking met intacte teefjes en gecastreerde reuen.’Ze benadrukken dat er in deze studie alleen is gekeken naar de beoordelin-gen van de hondeneigenaren en dat er dus niet objectief vastgesteld kan worden in hoeverre de beschrijvingen van het gedrag en de persoonlijkheid van de honden kloppen. Daarbij is er in dit onderzoek een relatief kleine steekproef gebruikt en is er niet gekeken naar hondenbezitters in andere landen/culturen. Toekomstig onderzoek zou hier meer duidelijkheid over moeten geven. Zij voegen toe: ‘Sommige hondenbezitters dichtten de honden die dominant gedrag richting andere honden vertoonden een ‘dominante persoonlijkheid’ toe. Daarom zou het zinvol zijn meer onderzoek te doen naar de relatie tussen persoonlijkheids-kenmerken en de door de eigenaren waargenomen dominantie. Het grote publiek kan hierdoor meer inzicht krijgen in de precieze betekenis van dominantie.’

 

Dierenmishandeling

Maar waarom is deze precieze betekenis dan zo belangrijk? Welnu, het probleem is dat een ondoordacht en ongefundeerd gebruik van het woord dominantie ernstige gevolgen heeft. Op basis van een verkeerde interpretatie van de sociale organisatie van wolvenroedels gaan velen er nog altijd van uit dat honden voortdurend zitten te azen op de ‘alfa-positie’ binnen het huishouden. Met andere woorden: een hond wil altijd de baas zijn en wil zijn eigenaar domineren. Als gevolg daarvan moeten wij mensen de hond door middel van allerlei aversieve trainingstechnieken laten zien wie er werkelijk de baas is. Denk hierbij aan het gebruik van schokbanden, slipkettingen of het tegen de grond drukken van de hond om hem in een ‘onderdanige positie’ te krijgen en te zorgen dat hij zich ‘overgeeft’. Je zou dus kunnen zeggen dat een onjuist beeld van ‘dominantie’ dierenmishandeling met zich meebrengt.

 

Ontkennen heeft geen zin

De populaire media maken de situatie er doorgaans niet beter op. Dominante honden worden dikwijls beschreven als honden met gedragsproblemen of als honden die sneller geneigd zijn om agressie te vertonen. Een hond wordt bijvoorbeeld dominant genoemd als hij zich ‘misdraagt’ (in de ogen van de eigenaar) of als hij tegen zijn eigenaar op-springt. Ook hier wordt er dan vaak weer ingegrepen door middel van correcties, zoals het geven van een ‘knietje’ zodra de hond opspringt. Hoewel de situatie vandaag de dag al aanzienlijk verbeterd is, wordt de ‘dominantietheorie’ nog steeds gebruikt om pijnlijke en gewelddadige trainingstechnieken te rechtvaardigen. Het is dan ook begrijpelijk dat sommigen het bestaan van dominantie verwerpen of ervoor pleiten het woord maar helemaal niet meer te gebruiken: zij willen nog meer leed voorkomen. Toch is dit ook niet de oplossing; we kunnen een woord niet zomaar uit het woordenboek schrappen. Zeker niet als uit vele wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat er alle reden is dat woord te gebruiken bij de beschrijving van de complexe relaties en interacties van zowel mensen als dieren. Bovendien, hoe wil men het gebruik van dergelijke gedrags-beschrijvingen bij de doorsnee hondenbezitter uitroeien? Zoals we in bovenstaand onderzoek hebben kunnen zien, gaat maar liefst 87 procent van de ondervraagde eigenaren uit van het bestaan van dominantierelaties in een groep met meerdere honden.

 

Weerstand

Het is goed mogelijk dat we alleen maar weerstand oproepen als we beweren dat dominantie niet bestaat of dat we een andere term zouden moeten gebruiken. Mensen zijn niet gek. We doen er daarom beter aan, zoals de onderzoekers zelf ook aangeven, te bekijken hoe we eigenaren beter kunnen voorlichten. Hoe we ze bewust kunnen maken van de gevaren van verkeerde interpretaties en hoe we ze kunnen helpen bij het in praktijk brengen van betere en diervriendelijke methodes.

 

Quick Fix

Door het bestaan van dominantie te verwerpen, verkleinen we de afstand tussen de verschillende kampen niet. Het is niet meer dan een quick-fix. Op basis van alle beschikbare wetenschappelijke infor-matie moet het voor iedereen mogelijk zijn tot andere, minder polariserende conclusies te komen dan ‘dominan-tie bestaat niet’ of ‘mijn hond is een alfa’. En ja, dit kan best een ingewikkeld uitzoekklusje zijn en er zal alleen nog maar meer informatie bijkomen, maar alleen door stug verder te graven, zullen we uiteindelijk het licht zien aan het einde van de tunnel.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email