zoekt

Detectiewerk: zoekt en gij zult vinden

Dat honden graag hun neus in andermans zaken steken, weten we allemaal. Die neus is nu eenmaal zo ontzettend goed ontwikkeld, daar kunnen ze niet omheen. Niet gek dus dat neuswerk, in het bijzonder detectiewerk, een van de mooiste dingen is die je een hond – élke hond! – kunt laten doen. Onze Hond interviewde Loeske IJzerman van Volg je Hond en HondVerbond. Zij legt uit wat detectiewerk is, wat het verschil is met speuren en waarom het zo geweldig is om te doen; of dat nu is voor de fun, voor de sport óf als ondersteuning bij gedragsproblemen.

Wat is detectiewerk nu eigenlijk precies?
“Ken je de douanehonden van Schiphol? Dan heb je al een heel goed beeld. Deze honden zoeken een specifieke geur op die ze zelfstandig moeten vinden in een ruimte”, legt Loeske uit. Waar werkhonden op hun werklust worden geselecteerd, kan recreatief detectiewerk waar nodig worden aangepast aan de fysieke en mentale limitaties van de hond. Zo is het altijd leuk, want elke hond kan zijn neus gebruiken en ontdekken dat hij hier supergoed in is. “Terwijl ze één geur aanleren, leren ze tegelijkertijd alle andere geuren te negeren. Hebben ze de juiste geur gevonden, dan moeten ze tenslotte ook nog aan jou laten zien dat ze de geur gevonden hebben, dat noemen we verwijzen.”

Maar dan hoeft de eigenaar dus helemaal niks te doen?
“De rol van de eigenaar is zeker heel belangrijk, maar wel op een totaal andere manier dan bijvoorbeeld bij gehoorzaamheid. Het is heel belangrijk om goed te kijken naar de hond, aan de kleinste signaaltjes kun je zien of hij wat heeft gevonden, een geur heeft opgepakt die hij vervolgens verder gaat uitwerken. Daarbij kan hij de hulp van de eigenaar soms goed gebruiken; juist die samenwerking maakt het mooi. Onderdeel daarvan is ook dat de hond zélf kiest hoe hij verwijst. Ik ga er vanuit dat de hond zelf een manier gebruikt die het beste werkt.

Het hele artikel lees je in Onze Hond 5 – 2024.

Deel bericht

Bekijk ook