shutterstock_639299914

Suikerziekte bij honden (diabetes)

Honden kunnen ook suikerziekte hebben, maar wist je ook dat er twee verschillende soorten zijn waar je dier aan kan lijden: Diabetes Mellitus en Diabetes Insipidus?

Suikerziekte bij de hond

Net zoals mensen, kunnen honden ook suikerziekte krijgen. Diabetes Mellitus is de versie het meest bekend is: de patiënt heeft te veel glucose (suiker) in zijn of haar bloed. Er is echter nog een ander soort suikerziekte: Diabetes Insipidus. Honden kunnen ook aan deze lijden.

Diabetes Mellitus

In het geval van suikerziekte maakt je hond te weinig insuline aan. Insuline is een hormoon dat er voor zorgt dat suiker (glucose) in lichaamscellen wordt opgenomen. Als dit niet gebeurt, krijgen de cellen geen brandstof, terwijl er in het bloed te veel suiker zit. Suiker haalt vocht uit cellen, en vocht en cellen worden dan ‘ongebruikt’ uitgeplast.

Symptomen Diabetes Mellitus

Honden met suikerziekte plassen veel en hebben honger. Ze drinken meer, eten meer en worden mager. Daarnaast:

  • voelt de hond voelt zich niet lekker;
  • slaapt de hond vaker;
  • is de hond langzamer;
  • kan de hond staar ontwikkelen
  • en krijgt je huisdier een dichte en plukkerige vacht.

Als een hond met suikerziekte niet wordt behandeld, wordt hij op een gegeven moment zo zwak dat hij stopt met eten en drinken. Soms geeft de hond over. Ook ruikt de hond vreemd (een beetje naar snoepjes). Deze toestand noemen we een ketoacidose. Een hond met ketoacidose moet met spoed worden opgenomen bij een dierenarts.

Diagnose Diabetes Mellitus

Om te bepalen hoeveel insuline de hond moet krijgen, is herhaald bloedonderzoek nodig. Het suikergehalte (glucose) in het bloed meten we in “millimol per liter” (mmol/l). Het suikergehalte in het bloed van de gezonde hond zit tussen de 4 en 6 mmol/l.

Behandeling Diabetes Mellitus

Honden met suikerziekte moeten insuline geïnjecteerd krijgen. Daarnaast is een speciaal dieet belangrijk. Insuline moet, de rest van het leven van de hond, een of twee maal per dag worden gegeven. Het geven van insuline is niet moeilijk. Wel moet de persoon die het geeft netjes werken. Hoe vaker de hoeveelheid suiker in het bloed wordt bepaalt, des te beter kan de hoeveelheid insuline worden ingesteld. Ook het bloedprikken kan door de eigenaar zelf gedaan worden. Het is verstandig om de dagportie voer in tweeën te delen en je hond tweemaal daags te voeren. Als je je hond twee maal per dag insuline geeft, kun je de injectie meteen na de maaltijd geven. Geef je eenmaal per dag insuline, dan geef je de tweede maaltijd zeven uur na de eerste injectie. Daarnaast heeft beweging ook invloed op de suikerregulatie: maak elke dag hetzelfde rondje zodat het suikergehalte niet kan pieken of zakken.

Diabetes Insipidus

Deze ziekte wordt ingedeeld in twee groepen:

  1. Centrale Diabetes Insipidus. Hierbij wordt er onvoldoende vasopressine aangemaakt. Vasopressine is een hormoon dat geproduceerd wordt in de hypothalamus en reguleert hoeveel water er door de nieren vastgehouden of uitgescheiden wordt. Vaak is er geen aanwijsbare oorzaak van de te lage productie. Soms is er een trauma aan de kop bekend of is er sprake van een tumoraal- of ontstekingsproces in de kop.
  2. Nefrogene Diabetes Insipidus. Hierbij is er voldoende vasopressine aanwezig maar kunnen de nieren hier niet goed op reageren.

Symptomen van Diabetes Insipidus

Een hond heeft zichtbaar last van zijn diabetes. Door het onvermogen om urine te concentreren gaan de honden veel plassen. Om dit ‘vochtverlies’ te compenseren gaan ze ook veel drinken. Door de grote hoeveelheid urine die aangemaakt wordt, gaan honden met diabetes vaak in huis plassen. Zelfs als honden met deze ziekte geen water te drinken krijgen kunnen ze hun urine niet concentreren en blijven ze veel water via de urine verliezen. Het is daarom essentieel dat dieren die wegens diabetes veel drinken en plassen onbeperkt kunnen drinken! Als ze dit niet doen kunnen ze zo erg uitdrogen dat ze in levensgevaar komen.

Diagnose Diabetes Insipidus

De diagnose van Diabetes Insipidus wordt bij je hond vastgesteld door een klinisch onderzoek en urineonderzoek. Met bloedonderzoek worden andere of bijkomende oorzaken van veel drinken en veel plassen uitgesloten.

Behandeling Diabetes Insipidus

De behandeling van Centrale Diabetes Insipidus zonder onderliggende oorzaak bestaat uit het toedienen van het hormoon in de vorm van druppels die in het oog gegeven moeten worden. Meestal verdwijnen de klachten snel en kan de hond een prima verder leven hebben. Wanneer er onderliggende oorzaken zijn zoals tumoren, is de prognose minder goed. Nefrogene Diabetes Insipidus is moeilijk behandelbaar. Wanneer suikerziekte – beide varianten – tijdig worden herkend, is het een chronische ziekte waar je hond goed mee kunt leven.

Tekst afkomstig van AniCura.nl

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook