Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie bij de hond

Elleboogdysplasie (ED) is een veelvoorkomend probleem bij onze honden. Er zijn rassen waarbij het opvallend vaak voorkomt. Bij Labradors komt dit bijvoorbeeld bij één op de vijf honden voor. Honden met ED hebben een slecht vooruitzicht, de slijtage en artrose die ontstaan als gevolg van ED leiden tot pijn. Hierdoor gaat de hond minder bewegen en ligt het gevaar op overgewicht op de loer. Eerder konden deze honden in veel gevallen alleen ondersteund worden door pijnstillers, maar sinds kort is er een nieuwe behandelmethode.

Hoe herken je een hond met elleboogdysplasie (ED)?

  • Kreupelheid
  • Een stijve gang, zeker bij opstaan na rust
  • Minder zin hebben in spelen
  • Overdreven hijgen tijdens of net na de wandeling
  • Ander manier van lopen ontwikkelen: de ellebogen draaien meer naar buiten
  • Doorbuigen van de elleboog kan pijnlijk zijn.

PAUL-Techniek

Er is een nieuwe behandelmethode die ervoor dat honden met ED minder last hebben van pijn en kreupelheid, zo vertelt dierenarts Tobias van der Vlerk van Dierenkliniek Steenwijk. Bij de methode die hij gebruikt wordt de vorm van de elleboog aangepast. De techniek waarmee je dit kun bewerkstellingen is de PAUL-techniek. PAUL staat voor Proximal Abducting Ulnar Osteotomy. In het Nederlands: Proximale (hoog in het bot, net onder de elleboog), Abducting (stand veranderend), Ulnar (ellepijp) Osteotomie (bot doorzagen). Deze techniek is in 2007 in Zwitserland ontwikkeld. Destijds met als voorbeeld een vergelijkbare knie-aandoening bij de mens die op eenzelfde manier behandeld wordt.

Bij de PAUL-techniek wordt de ellepijp doorgezaagd en met een wigvormige plaat weer vastgezet. Hierdoor wordt de druk in de elleboog naar de buitenzijde verplaatst. Ook wordt de plek ontlast waar losse botstukjes kunnen ontstaan. 

Deze operatie is vooral geschikt voor de jonge hond met ED, maar ook oudere, uitbehandelde honden kunnen hier nog baat bij hebben.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook