shutterstock_371101340

Droog voer versus rauw voer, voor sommigen een hot issue

Vroeger, bij mijn ouders op de boerderij kreeg onze hond de restanten van de warme maaltijd. Ze gedijde daar goed op. Meestal bestond haar eten uit aardappelen gemengd met wat groentes, restanten vlees en jus en soms ook nog melk of karnemelkse-gortpap. De hond ving soms ook een rat, muis of vogeltje. Met dit dieet hadden wij een gezonde, niet te dikke hond met een glanzende vacht die mooi gevormde ontlasting had. Tja, dit is allemaal al lang verleden tijd.
Begin jaren zestig kocht mijn moeder in de supermarkt hondenbrok van het merk Frolic, rode brokjes in de vorm van een ringetje. Langzamerhand gaf ze steeds vaker brokken totdat uiteindelijk in de beginjaren zeventig onze hond alleen maar hondenbrok kreeg en helemaal geen restanten van de pot meer.

Zo verging het de honden in de meeste gezinnen in Nederland.

Men ging langzamerhand steeds meer en meer brok voeren. Producenten van hondenbrokken ontdekten dat er een grote markt was; de circa 1,5 miljoen honden in Nederland worden elke dag gevoerd en eten gezamenlijk een gigantische hoeveelheid voer. Producenten gingen steeds meer, betere en gevarieerdere soorten hondenbrok produceren afgestemd op de voedingseisen van de hond. Ook werd er steeds meer voedingsonderzoek verricht. Onafhankelijke hondenvoedingsdeskundigen zetten een richtlijnen op. Deze FEDIAF-richtlijnen (www.FEDIAF.org) dienen als uitgangspunt voor de meeste hondenvoeders.

Geperste en geëxtrudeerde brok

Grofweg kunnen de hondenbrokken verdeeld worden in geperste brokken en geëxtrudeerde brokken. Geperste hondenbrokken, de naam zegt het al, de grondstoffen worden samengeperst tot een brokje- kunnen bestaan uit een mengsel van graan en vleesproducten zoals soja, mais, tarwe, vleesmeel, afvalvlees, vers vlees, (geraffineerde) olie, vitamines en eiwitten en niet natuurlijke of chemisch conservering stoffen. Een goede fabrikant kiest daarbij hoogwaardige grondstoffen die dusdanig samengesteld zijn dat het eindproduct voldoet aan de opgestelde richtlijnen. In het algemeen kan je stellen dat goede kwaliteit grondstoffen, zoals koudgeperste olie, vleesmeel en vers vlees, dure grondstoffen zijn.
Na het malen van de grondstoffen worden deze onder druk door een matrijs geperst. Deze matrijzen, waaruit een soort ‘wormen’ worden geperst, kunnen verschillende groottes hebben. Vervolgens snijd een mes deze geperste ‘wormen’ in stukjes waardoor er brokjes ontstaan. Wanneer dat gebeurt bij een temperatuur van circa 38oC wordt dit ‘koud geperst’ genoemd. Gebeurt de persing bij hogere temperaturen tot 70oC dan wordt er gesproken over ‘gewone persing’.

Wanneer het grondstoffen mengsel gedurende een bepaalde tijd onder hoge druk wordt verwarmd tot meer dan 90oC ontstaat een geëxtrudeerde of geëxpandeerde brok. In het dagelijks leven ook wel een krokant brokje genoemd.

De mate van verhitting en druk tijdens het persen hangt van het productieproces van de fabrikant af. Dit bepaalt de ontsluitbaarheid (toegankelijkheid/verteerbaarheid) van de graanproducten in een brok. Bij een hogere druk en temperatuur wordt dit groter waardoor er meer energie in het lichaam kan worden opgenomen. Het nadeel van hoge druk en temperatuur tijdens het productieproces is dat er verandering in de eiwit structuur kan plaatsvinden, de opneembaarheid van het onbewerkte product vermindert en er een verhoogde afbraak van vitamines kan plaatsvinden. Om dat tegen te gaan worden tijdens of na het afsnijden worden de brokken meestal bespoten met een mengsel van vitamines, smaakstoffen zoals vleesmeel, kleurstoffen en chemische antioxidanten die in de brok trekken waardoor de brok lekker ruikt en ook nog goed opgegeten wordt door de hond.

Er zijn grote verschillen in prijzen van hondenbrokken. Er zijn voordelige en dure merken. Goedkope merken bevatten meestal goedkope grondstoffen, dure merken bevatten meestal, maar niet per se , duurdere grondstoffen. Factoren die de prijs van de hondenbrokken bepalen zijn de grondstoffenprijzen (relatief lage kosten), productiekosten (afhankelijk van de gebruikte machines en verpakking etc.) en ontwikkelingskosten (duurdere merken testen hun producten meestal beter), marketing (kan erg hoog zijn). Andere prijsbepalende factoren zijn de verkoopkosten en distributie (meerdere schijven tussen productie en verkoop aan de consument waarbij elke schijf de kostprijs verhoogt) en prijsstelling (sommige merken zijn bewust duurder en zouden daarom ‘beter’ zijn). Ter vergelijking; commerciële brokken voor landbouwhuisdieren kosten afgeleverd op een boerderij circa 30 tot 50 Eurocent per kg. Het produceren van een goede hondenbrok vereist weliswaar wat meer specifiekere kennis en wat andere grondstoffen maar zal zeker niet meer hoeven te zijn dan 1 a 2 Euro per kilogram.

Er zijn vele discussies over samenstellingen van hondenbrokken, grondstoffenkeuze, (eiwit)allergieën, doffe vacht, stinken uit de mond en van de vacht, winderigheid, opneembaarheid, slechte mest (diarrhee), natuurlijkheid van het voer, natuurlijke en kunstmatige additieven zoals anti-oxidanten, geur en kleurstoffen, hoeveelheid geproduceerde mest, obesitas, natuurlijke en toegevoegde (gechaliteerde) mineralen en vitamines etc. Als uw hond het goed doet op een bepaald voer en dat voer voldoet aan de FEDIAF-richtlijnen dan hoeft er geen aanleiding te zijn om het voer aan te passen.

Rauw voer

Het voeren van rauw voer heeft zowel voor- als nadelen. Rauw voer kan bestaan uit hele prooidieren zoals konijnen, muizen, kippen en vis. Ook kan het bestaan uit vleesproducten zoals vleesbot (bot waaraan een stuk vlees zit). Berucht daarbij is dat wanneer er strotten worden gevoerd waarin nog schildklierweefsel aanwezig is, de schildklierhormonen een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid van de hond. Andere gevoerde producten zijn spiervlees van bijvoorbeeld rund, eend, of lam en orgaanvlees zoals lever, nier, hart en pens. Kant-en-klaar Vers Vlees (KVV) is meestal verwerkt in een worstvorm waarbij vermeld is of het een aanvullend of volledig voer is. Bij een ‘volledig voer’ hoeft er niets extra’s gevoerd te worden aan de hond om aan de FEDIAF-richtlijn te voldoen bij een ‘aanvullend voer’ moet dat wel.

In de jaren negentig introduceerden twee Australische dierenartsen, dr. Ian Billinghurst en dr. Toms Lonsdale alternatieve voedingswijzen gebaseerd op de natuurlijke voeding van de hond. Respectievelijk de BARF- en NRV-methode. BARF- en NRV-producten kunnen in worstvorm worden gekocht maar sommige hondenliefhebbers maken het ook zelf.

Voordelen van het voeren van rauw voer is dat het meer overeenkomt met de natuurlijke voeding van de hond en dat het gemaakt is van natuurlijke vleesproducten waarbij de grondstoffen alleen gemalen en gemengd worden en in een worst geperst worden, meestal zonder temperatuurverhoging. Voordelen van rauw voer zijn volgens waarnemingen uit de praktijk: honden stinken minder, hebben een glanzendere vacht, verbetert de energie en het gedrag van de hond, wordt (meestal) snel opgenomen, minder gezondheidsproblemen, minder allergieën en betere mest.

Het grote nadeel van rauw voer is dat het ongewenste bacteriën kan bevatten vooral als er kip in het product zit. Bacteriën zoals Campylobacter, Salmonella, maar ook aanwezige parasieten zoals Toxocara en Toxoplasmose kunnen mensen infecteren als het rauw voer daarmee besmet is en men onhygiënisch met het rauw voer en met de hond omgaat (50% van de personen laat zich in het gezicht likken door hun hond!). Vooral bij zwakkere, jonge en oudere mensen en bij zwangere vrouwen is de besmettingskans groter. Dat moet niet onderschat worden maar ook weer niet overschat: Elk jaar krijgen 700.000 Nederlanders een voedselvergiftiging door onzorgvuldig met eten om te gaan. Ongeveer 75 personen overlijden aan de gevolgen daarvan. 85.000 mensen worden ziek via een infectie met dieren waarna 17 personen overlijden. Deze infecties zijn vaak beroepsziekten, de infectie veroorzaakt door het gevoerde rauw voer aan honden zijn gering. Volgens de literatuur zijn er gevallen bekend dat ook brokken besmet zijn met ongewenste bacteriën!

De opslag en verwerking van rauw voer bij de producent, transporteur, verkoper en consument vereist zorgvuldige aandacht om het besmettingsgevaar met bacteriën laag te houden.

Een volledig rauw voer moet ook voldoen aan de normen opgesteld door FEDIAF, een aanvullend voer niet. Dat betekent dus dat er allerlei aanvullende rauwvoeders op markt kunnen komen waarbij de samenstelling kan variëren. Voor het droogvoer geldt min of meer hetzelfde. Bedrijven die aangesloten zijn bij de NVG (Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren) horen te voldoen aan de voedingsnormen opgesteld door FEDIAF. Andere bedrijven die niet aangesloten zijn kunnen aan de FEDIAF-normen voldoen, maar hoeven dat niet te doen – dan betreft het aanvullende hondenvoeders.
Bij de rauw voerfabrikanten wordt momenteel gewerkt aan een keurmerk voor rauwe voeding. Dat zou een grote stap voorwaarts zijn. Er is momenteel echter nog geen duidelijkheid wanneer dat gaat gebeuren.

Duidelijk mag zijn dat het voeren van brokken zowel als het voeren van rauw voer voor- en nadelen heeft en elk product vereist een specifieke aanpak in de keten voordat het in de bak van de hond ligt. Wanneer dat in acht genomen wordt zijn de risico’s minimaal.

Joeke Nijboer is de eerste auteur van het boek ‘Rauw voer, natuurlijk in de voerbak’. Samen met zijn medeauteurs, Ronald Jan Corbee, Guide Bosch en Marieke Post heeft hij een standaard werk geschreven over het voeren van vlees voor honden en katten. Het boek is te bestellen op www.rauwvoervoeding.nl.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook