CareSystem

Agressie onder invloed van het CARE systeem

In de serie over agressie, aangestuurd door de emotionele systemen, beschrijft Elian in dit zesde deel agressie onder invloed van het CARE-systeem. In de vorige nummers kwamen onder andere competitieve agressie onder reuen, angstagressie en ‘prooiagressie’ aan bod.

Het diepe, intense, niet-seksuele, onbaatzuchtige gevoel van liefde dat veel mensen hebben voor hun partner of hun kinderen – en ook voor hun hond – was tot twintig jaar terug een onderwerp waar(neuro)psychologen zich liever verre van hielden. Het is uitermate lastig te definiëren wat deze liefde precies is en het is nog lastiger om te bestuderen, zelfs bij mensen en zeker bij dieren. Het is voor een groot deel te danken aan een klein diertje, een woelmuis, dat de neurobiologische achtergrond van sociaal affectief gedrag en monogamie bij dieren en mensen steeds verder ontrafeld wordt. Twee ondersoorten van de woelmuis, de prairie vole en de montane vole lijken in alles op elkaar, maar vertonen op het sociale vlak een opmerkelijk verschil. Prairie voles zijn monogaam. Het mannetje en het vrouwtje verzorgen samen de jongen en blijven hun hele leven bij elkaar. Zelfs als het vrouwtje overlijdt, gaat het mannetje geen nieuwe verbintenis meer aan. De montane vole daarentegen is verre van monogaam en vormt ook geen gezin. Door verschillen tussen deze woelmuizen te onderzoeken, kwam aan het licht dat met name twee neuropeptides, oxytocine (vooral bij vrouwelijke dieren) en vasopressine (vooral bij mannelijke dieren) zorgen voor de verschillen. Monogamie zoals bij de prairiewoelmuis is vrij uitzonderlijk in het dierenrijk, maar ook bij minder monogame diersoorten, zoals de mens en de hond, spelen oxytocine en vasopressine een belangrijke rol bij de mate waarin dieren aan elkaar hechten, empathisch zijn, voor elkaar zorgen en liefde en affectie tonen. Onderzoekers van dieren, zoals Panksepp en van mensen, zoals Zeki, hebben aangetoond dat daarbij ook bepaalde duidelijk aanwijsbare structuren in de hersenen geactiveerd zijn. Zij spreken van het CARE-hersensysteem (Panksepp) en het LOVE-hersensysteem (Zeki).

Oxytocine en vasopressine zijn echter zeker niet alleen verantwoordelijk voor de activatie van het CARE-systeem. Ook andere neurotransmitters en neuropeptides, zoals dopamine en endogene opioïden, spelen een belangrijke rol. Hoewel bij alle zoogdiersoorten die tot nu toe zijn onderzocht, sprake is van een vergelijkbaar werkend CARE-systeem, is de precieze werking ervan nog voor het grootste deel onbekend. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen diersoorten, maar ook tussen individuen binnen een diersoort. Panksepp vermoedt daarom dat de verhoudingen tussen allerlei neuropeptiden, zoals oxytocine en opioïden, en de hoeveelheden waarin ze in de hersenen aanwezig zijn, bepalend zijn voor de wijze waarop verzorgend en liefdevol gedrag in meer of juist mindere mate tot uiting komt.

Door de onderzoekingen van Zeki (2008) die bij mensen een HATE-hersensysteem ontdekte dat vlak bij het LOVE-systeem ligt, is het waarschijnlijk dat ook bij zoogdieren gevoelens van liefde onder bepaalde omstandigheden óók haat kunnen oproepen.

Tekst: Elian Hattinga van ‘t Sant

 

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/8. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email
Bekijk ook