De 5 grootste puppy problemen en hoe je ze voorkomt

Het grootbrengen van een pup blijkt uit onderzoek voor veel kersverse hondeneigenaren even heftig als een baby in huis. Een pup is schattig en aandoenlijk, maar ook veel werk.

 

Met deze 5 puppy problemen krijgen veel puppy eigenaren te maken in de eerste periode:

  1. Plasjes in huis
  2. Pup piept ‘s nachts
  3. Niet graag alleen gelaten willen worden
  4. Bijten
  5. Niet willen wandelen

 

Een pup goed opvoeden tot een probleemloze huisgenoot, is niet zo simpel. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hoe kan je voorkomen dat je deze dingen een probleem worden?

 

1. Je pup plast in huis

Krijg je een pup, dan is deze in zo’n beetje alle gevallen nog onzindelijk. Dat wil zeggen: je pup weet niet waar hij wel en niet moet poepen en plassen. Zonder de juiste begeleiding, plast en poept een hond gewoon in huis. Daar ligt dus een taak voor jou als puppy ouder, om je hond te leren wat nu precies de bedoeling is. Wanneer je je hond iets nieuws leert, doe je dat nooit door te straffen. Maar hoe dan wel? Zorg allereerst dat je je pup heel veel keren per dag de plek aanbiedt waar hij mag plassen en poepen. Zorg dat dit een plek heel dicht bij je huis is. Is je pup net wakker? Til hem direct op en breng hem naar die plek. Want zodra je pup na een slaapje in beweging komt, moet hij plassen. Beloon je pup als hij op die plek plast of poept. Zie je je hond in huis rondjes draaien (lees: een plekje zoeken om te poepen) of door de hurkjes gaan (lees: plassen), til hem dan direct op en neem hem mee naar dé plek waar jij wilt dat hij plast en poept. Houd dit een tijdje goed vol en de kans is groot dat je pup binnen no-time zindelijk is.

 

2. Je pup piept en jankt de hele nacht

Ok, stel je voor: jij wordt meegenomen door onbekende mensen, die je meenemen naar een plek die je niet kent, ver weg van je familie en je vertrouwde huis. Hoe zou je je voelen? De overgang van het nest naar jouw huis, is voor je pup een stressvolle gebeurtenis. Zorg dus dat je de eerste nachten bij je pup in de buurt slaapt. Zo bied je hem zoveel mogelijk veiligheid en vertrouwen. Maak een knusse slaapplek voor je pup en ga ervan uit dat je pup de eerste nachten ook naar buiten moet om te plassen of poepen. Wordt je pup dus ’s nachts wakker en onrustig, neem hem dan mee naar de plek waar hij mag plassen en poepen. Piept hij ’s nachts omdat hij zijn vertrouwde omgeving mist? Stel hem gerust, aai hem en praat tegen hem.

 

3. Je pup kan niet alleen blijven

Honden zijn van nature roedeldieren. Het instinct vertelt hen dat je vooral bij de groep moet blijven, dat is het meest veilig. Alleen thuisblijven is voor een hond dus tegennatuurlijk. Dit zal je je pup dan ook moeten aanleren. Heel geleidelijk. Ga er dus niet vanuit dat je na een week hele dagen naar je werk kunt gaan en dat je pup zich dan thuis prima redt. Los van het feit dat je pup nog regelmatig zal moeten poepen en plassen, kan hij niet zomaar langere tijd alleen thuisblijven. Zelfs even naar een andere ruimte in huis gaan, kan met een pup in eerste instantie een uitdaging zijn. Laat je je pup te lang alleen, dan kan hij verlatingsangst ontwikkelen. Hij zal dus het vertrouwen moeten krijgen dat je steeds weer terugkomt, door dit in heel kleine stapjes aan te leren en op te bouwen naar gelang jouw pup zich vertrouwd voelt tijdens jouw afwezigheid.

 

4. Je pup bijt in alles, ook in jou!

Pups verkennen de wereld met hun bek en moeten hun gebit nog wisselen, de perfecte combinatie om overal in te willen bijten. Zo ook in handen, kleren, meubels, etc. Met vlijmscherpe puppytandjes. Het goede nieuws? Ga je hier goed mee om, dan stopt dit gedrag vanzelf zodra je pup deze fase ontgroeit. Je hoeft dit gedrag dus niet ‘af te leren’, je moet het alleen in goede banen leiden. Dat wil zeggen: gebruik je handen niet als speelgoed, draag niet je mooiste en duurste kleren als je met de pup bent, verwijder spullen waar je erg aan gehecht bent uit de buurt van de pup en bied je pup vooral veel dingen aan waar hij wél in mag bijten. Overprikkeling, bijvoorbeeld door te weinig goede rust, kan het bijten verergeren. Ook de darmparasiet Giardia, waar pups door een lage weerstand soms vatbaar voor zijn, kan leiden tot extremer bijtgedrag.

 

5. Je pup loopt niet mee

Wandelen met een pup stelt vaak nog niet voor veel. In die zin: verwacht geen eindeloze bos- of strandwandelingen. Een pup vindt het vaak heel spannend om te wandelen. Het huis is de veilige haven en de boze buitenwereld is niet aantrekkelijk. Je zult je pup dus een beetje moeten uitnodigen om kennis te maken met allerlei dingen die hij buiten tegen zal komen de rest van zijn leven. Het voordeel is ook dat jonge pups vaak snel wennen. Zorg vooral dat je pup goede ervaringen opdoet. Laat hem dus zeker verkennen, maar dwing hem niet naar dingen toe te gaan die hij eng vindt. Wil je pup niet wandelen, trek hem dan niet mee. Til hem liever naar het einde van de straat en wandel terug naar huis. Dat lukt vaak heel goed. Vanwege de fysieke ontwikkeling en belasting, mogen pups nog geen lange wandelingen maken.

 

 

Jouw pup een goede start?

Er is nog heel veel meer te vertellen over de juiste omgang met (en opvoeding van) een pup. Wil je jouw pup een goede start geven? Volg dan een goede puppy cursus. Meer informatie vind je hier.

 

 

Over de auteur

Judith Fick is eigenaresse van Hondentaak en helpt hondeneigenaren bij het verbeteren van het gedrag van hun hond. Zelf heeft ze twee honden uit Spanje met uitdagende gedragingen. Judith werkt met moderne trainingsmethodes en is gediplomeerd en geaccrediteerd hondengedragstherapeute met de nodige ervaring. Kijk op Hondentaak.nl voor meer informatie en gedrag verbeterende cursussen.

4/5 - (1 stemmen)

Deel bericht

Bekijk ook