Schuddende hond

Uitschudden

Als honden nat zijn, ontdoen ze hun vacht van water door zich uit te schudden, beginnend bij hun kop en eindigend bij hun staart. Maar ook honden die niet nat zijn, schudden zich regelmatig uit; als er zand in hun vacht zit of als hun haren verkeerd zitten na bijvoorbeeld een worstelspelletje met een andere hond of na lekker rollen in het gras.

Het uitschudden waarvan een fysieke reden niet direct evident is, wordt tegenwoordig in de populaire literatuur en op internet nu eens gerekend tot de overspronggedragingen, dan weer gerangschikt onder stresssignalen of zelfs kalmerende signalen. Hoewel de theorieën achter deze interpretaties van elkaar verschillen, is de bindende gedachte dat de hond negatieve stress ervaart wanneer hij dit gedrag vertoont. Hij wordt verondersteld in innerlijke tweestrijd te zijn (oversprong), spanning van zich af te schudden (stresssignaal) of zichzelf tot rust te brengen (kalmerend signaal).

Een van de zeer weinige wetenschappelijke onderzoeken waarin het zich uitschudden van honden wordt genoemd, is een onderzoek naar acute stress bij honden dat eind jaren ’90 van de vorige eeuw is gedaan aan de Universiteit Utrecht door Bonne Beerda c.s. In de onderzoeken werden tien honden onderworpen aan een zes stressoren waarvan men aannam of waarvan gebleken was dat ze de honden negatieve stress bezorgden. Drie daarvan werden niet door een mens toegediend (een elektrische schok, een hard geluid van 120 decibel en een met papier gevulde vuilniszak die vanaf het plafond naar beneden viel). Drie stressoren betroffen handelingen door een mens (de hond aan de halsband met een riem naar beneden trekken, het tegen de grond duwen van de hond en het drie keer openen van een paraplu vlak voor zijn snoet). Daarbij was de tester uitgedost met een masker.

Bij het onderzoek werden gedragingen genoteerd en de hartslag en de cortisolwaarden aan de hand van speeksel meermalen gemeten. Bij alle zes de stressoren ging de hartslag altijd fors omhoog, maar de cortisolwaarden niet altijd. Uitschudden werd voornamelijk waargenomen wanneer de gemaskerde tester de stressoren toediende en dan vooral wanneer hij ze daarbij fysiek had aangeraakt. Bij het openen van de paraplu schudden de honden zich namelijk iets minder vaak uit dan bij het trekken aan de halsband en het tegen de grond duwen. Omdat er bij deze door een mens toegediende stressoren geen spectaculaire verhoging van de cortisolwaarden werd gemeten, worstelden de onderzoekers met de interpretatie van het uitschudden. Enerzijds constateerden ze dat het een aanwijzing was voor acute stress. Omdat de honden zich echter uitschudden als de gemaskerde tester wegging uit de testruimte, zou het misschien geen aanwijzing zijn voor stress, maar een teken zijn van opluchting. En misschien was het wel zo dat de honden alleen hun haren op hun plek schudden nadat die door de war geraakt waren door de aanrakingen van de tester. Vooral dit laatste stuitte, gezien de weinig prettige testhandelingen, op veel ongeloof in de hondenwereld. De voor de meeste hondenbezitters onlogische draai die de onderzoekers aan uitschudden gaven, hangt wellicht niet alleen met de niet-verhoogde cortisolwaardes samen, maar ook met hun uitleg dat de honden in aanwezigheid van de tester ‘submissief gedrag’ vertoonden; iets dat in de toen gangbare visie niet goed te rijmen viel met stress.

Inmiddels is door uitgebreid onderzoek naar stress bij dieren en mensen duidelijk geworden dat het ontbreken van verhoogde cortisolwaardes geen indicatie is voor het ontbreken van stress. Uitschudden wordt ook bij andere diersoorten, zoals apen, waargenomen, voornamelijk in sociale situaties waarbij meestal sprake is van sociale dreiging of een dreigend conflict. Opluchting voor het uitblijven van iets akeligs (zoals fysieke schade) of het goed doorstaan van iets onprettigs is dus, zoals Beerda c.s ook al suggereerden, een zeer waarschijnlijke verklaring. Over de mate waarin een dier daarbij (nog) stress ervaart, zegt het echter weinig. Dat is, zo blijkt steeds uit onderzoek – ook bij Beerda c.s. – heel erg aan de individuele persoonlijkheid en stressgevoeligheid van ieder dier (en mens) gebonden. Misschien zijn er dus best honden die even hun haren recht schudden, zoals James Bond een stofje van zijn onberispelijke maatpak afveegt nadat hij door een schurk is vastgepakt, waar anderen, die het bijna in hun broek hebben gedaan van angst, het spreekwoordelijke zweet van hun voorhoofd vegen.

Tekst: Elian Hattinga van ‘t Sant.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email