Tibetaanse Terrier

Tibetaanse Terrier

In oude geschriften, documenten en boeken of op prenten, schilderijen en oude foto’s is de geschiedenis van honden vastgelegd. En dan vooral het werk dat ze doen. Meegaan op jacht, het drijven en hoeden van een kudde, het bewaken van huis en hof en het gezelschap houden van de mens. Elke maand gunt ONZE HOND de lezer een inkijkje in de rijke historie van een rashond. Deze maand de Tibetaanse Terrier.

De Tibetaanse Terriër is geen terriër (Rasgroep 3), maar een herdershondje (Rasgroep 1). Echter, in geen van beide rasgroepen is hij terug te vinden want de F.C.I. deelt hem in bij rasgroep 9, de Gezelschapshonden. Wie hem de naam terriër heeft toegedicht is niet meer te achterhalen maar het zouden de Engelsen kunnen zijn, die zich al sinds de achttiende eeuw met Tibet bemoeien en het land in 1903 en 1904 met het Brits-Indische leger binnenvallen.

‘HET DAK VAN DE WERELD’
Voor de vroege historie van de Tibetaanse Terriër moeten we naar Tibet, ook wel ‘Het dak van de wereld’ genoemd. Tibet is nu een autonome regio in de Volksrepubliek China en grenst aan Bhutan, Nepal, India, Myanmar en de rest van China. Al sinds het begin van onze jaartelling worden de hondjes, die nu Tibetaanse Terriërs heten, gehouden in Boeddhistische kloosters, waar ze dienstdoen als waakhondjes. Echter, de literatuur vermeldt dat ze ook als herdershondjes zijn gebruikt bij de kuddes van nomadische volkeren in deze regio. Die met een witte vacht zijn het meest gevraagd; zij vallen immers niet op in een land dat driekwart van het jaar onder de sneeuw ligt. Bij de kuddes gebruikt men de grote Tibetaanse Mastiff, die zijn mannetje staat bij de aanvallen van beren en wolven. Voor het drijven en hoeden zijn kleinere, wendbare hondjes nodig, die waarschuwen voor aanvallers van de kudde.

Het is de gewoonte dat aan hooggeplaatste geestelijken en adellijke personen na hun bezoek aan Tibet een hondje als cadeau wordt meegegeven. Niet zomaar als cadeau, maar als geluksbrengers. Voordat ze het land verlaten worden de honden gezegend. Aan het einde van de negentiende eeuw komen er verschillende kleine hondjes vanuit Tibet naar Engeland, die door The Kennel Club onder verschillende namen in het stamboek worden ingeschreven. De reden waarom ze terriërs worden genoemd is mij niet bekend, want ze vertonen geen enkele terriëreigenschap, zoals bij voorbeeld de jacht onder de grond. Wel wordt er in de namen een link gelegd met de streek van herkomst, zoals bij voorbeeld Llasa (hoofdstad van Tibet), Bhutan (een land tussen China en India), Kashmir (een gebied verspreid tussen in India, Pakistan en China) en het land Tibet zelf.

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/2. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email