OH3_COCKER-SPANIEL-PUP-0050

Engelse Cocker Spaniel

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Dit keer de vrolijke, kwispelende Engelse Cocker.

De Engelse Cocker Spaniel is van oorsprong een jachthond waarvan de geschiedenis heel ver terug gaat. Al in de tiende eeuw werden er honden beschreven met een spanielachtig uiterlijk. Zij werden ingezet als hulp bij de jacht op veerwild. In die tijd jaagde men voornamelijk met netten of met roofvogels, zoals valken, getraind om vogels uit de lucht te plukken. Bij de jacht met het net moest de hond voor de vogels gaan liggen als hij die in het vizier had gekregen. Dan trokken de jagers het net zowel over de hond als over de vogels heen en de buit was binnen. Tijdens de jacht met een stootvogel werd er van de hond verwacht dat hij de vogels uit de dekking en de lucht in joeg, het zogenaamde ‘opstoten’. Later, toen men steeds meer gebruik ging maken van het geweer, werd er van de Spaniel verwacht dat hij het aangeschoten wild opzocht en apporteerde. De naam Cocker is waarschijnlijk afgeleid van de Woodcock, de Engelse benaming voor houtsnip, één van de vogels waarop gejaagd werd, terwijl Spaniel een verbastering is van Español, wat zou suggereren dat ze een Spaanse herkomt hebben. Hoe precies weet niemand, maar uiteindelijk zijn de diverse Spaniels in Engeland terecht gekomen, waar zij zich uitsplitsten in verschillende types, waarvan de Engelse Cocker Spaniel er één is.

Karakter

De gemiddelde Cocker beschikt over een opgeruimd karakter met een onverwoestbaar goed humeur, dat vrijwel niet kapot te krijgen is en een staart die overuren maakt. Voorwaarde daarvoor is wel dat de hond in zijn jeugd een goede socialisatie ondergaat.

De gemiddelde Cocker hangt erg aan zijn baasje, soms zelfs op het plakkerige af. Verwar zijn aanhankelijkheid echter niet met afhankelijkheid. Hoewel hij een zachtaardig en gevoelig karakter heeft, kan de Cocker bij tijd en wijle best een tikje uitdagend zijn en beschikt hij over een zeer duidelijke eigen wil.

Buiten is het een enorme actieveling maar ook binnen is het niet altijd een ‘kalm zeetje’. Waar de baas gaat, is de Cocker ook, altijd bang een pleziertje of activiteit te missen. Het is een energieke hond die vaak tot op hoge leeftijd speels blijft. Altijd in voor een spelletje. Dat maakt hem ook voor kinderen tot een prima kameraadje. Uiteraard altijd onder toezicht van een volwassene, want de Cocker wil wel spelen maar is zeker geen speelgoed.

Let wel op want sommige Cockers kunnen nogal bezitterig zijn met voorwerpen die ze als eigendom beschouwen (zie verderop in dit artikel) en dat kan met kinderen in de buurt een risico vormen. Tegen vreemden is de Cocker vrijwel altijd vriendelijk al kan een enkel exemplaar zich wat terughoudend opstellen. Met andere huisdieren gaat hij meestal uitstekend om en datzelfde geldt voor andere honden. De Cocker zoekt over het algemeen de confrontatie niet op en is al helemaal geen vechtersbaas.

Door zijn makkelijke formaat is de Cocker ook heel goed op een appartement te houden mits er met zijn meer dan gemiddelde behoefte aan beweging rekening gehouden wordt. Let er op dat de hond zich niet gaat vervelen, want dan zou het zomaar kunnen dat hij dingen gaat vernielen of een blaffer wordt. En dat terwijl de Cocker over het algemeen geen luidruchtige hond is. Hij kan wél aanslaan als hij denkt dat het nodig is. Dat maakt hem niet gelijk een goede waakhond want de kans is groot dat hij een potentiële onverlaat daarna gezellig een likje komt geven.

De goede Cocker Spaniel voelt zich op heel wat plaatsen thuis en is ook geschikt voor mensen die voor het eerst beginnen aan een hond – zeker als het om een meerkleurig exemplaar gaat. Over het algemeen zijn eenkleurige Cockers namelijk vaak wat moeilijker op te voeden en te trainen dan hun bontgekleurde rasgenoten.

Opvoeding

Vrijwel alle pups hebben iets vertederend maar de ‘aahhhh’-factor van de Cockerpup ligt wel heel erg hoog. Met zijn droopy-ogen, lange ‘wimpers’, trieste blik en lange oren pakt hij iedereen in met een strik eromheen. En daar zit dus het angeltje bij de opvoeding van een Cockertje in wording. Hij is te gewoon te schattig! Daarom wordt er te vaak een oogje dichtgeknepen en komt hij ‘heel schattig’ overal mee weg. Die trieste blik is echter alleen maar de buitenkant van een innerlijk heel opgewekt en extravert hondje.

Met dat in je achterhoofd is de opvoeding van een Cocker niet zo’n zware opgave want dit ras is intelligent en heel erg graag met de baas bezig. Het is absoluut ongewenst en zeker niet nodig om hard op te treden tegen een Cocker. Hij is vrij gevoelig en zachtaardig en een harde aanpak maakt hem onzeker, afstandelijk, angstig en soms zelfs agressief. Een consequente aanpak is echter wel een vereiste want anders manipuleert het slimme hondje je binnen de kortste keren in de rondte.

Tekst: Jolien Schat | Foto: Alice van Kempen.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email