Leonberger

De Leonberger

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer een grote, stoere mensenvriend: de Leonberger.

Historie van de Leonberger

Er doen vele verhalen de ronde over het ontstaan van dit ras, maar welke nou precies op waarheid berust zal wel altijd een raadsel blijven. Zo wordt beweerd dat de Prins van Metternich in het begin van de zeventiende eeuw al Leonbergse honden gefokt zou hebben als waakhond. De Leonberger is vernoemd naar het middeleeuwse stadje Leonberg in Duitsland, en omdat heel veel honden in die tijd werden aangeduid met de naam van stad of streek waar zij leefden, is het heel goed mogelijk dat het hier om heel andere honden ging. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Leonberger in het midden van de negentiende eeuw is gecreëerd door de Leonbergse wethouder, boer en aannemer Heinrich Essig. Geïnspireerd door de afbeelding van leeuwen in het stadswapen van Leonberg, wilde hij honden fokken die op leeuwen leken.

Volgens de overlevering maakte hij daartoe gebruik van de Newfoundlander, de Sint Bernard, de Berghond van de Pyreneeën en plaatselijke grote, bruine boerenhonden. Hij schonk een aantal van zijn honden aan belangrijke personen, zoals de tsaar van Rusland, leden van het Engelse hof, Napoleon de derde en de graaf van Bismarck. Daarmee bezorgde hij zijn ras binnen korte tijd een behoorlijke faam. Of hij dat deed om de eer of zuiver om er goed aan te verdienen, is niet bekend. Overigens wordt er vanuit een andere hoek zwaar getwijfeld aan of Essig daadwerkelijk aan de wieg van de Leonberger heeft gestaan. Het is ook mogelijk dat zijn eerste honden gewoon uit het Zwitserse Sint Bernardklooster kwamen. Daar probeerde men rond die tijd door middel van kruisingen met New Foundlanders, hun door hondenziekte gedecimeerde bestand aan Sint Bernards weer op sterkte te krijgen. De honden die niet voldeden aan de eisen van de monniken werden weggegeven. Misschien zag Essig alleen maar een gelegenheid om er een aardige cent aan over te houden. In zijn eerste leugen is de zichzelf baron noemende – hoewel hij helemaal niet van adel was – Heinrich Essig in ieder geval niet gestikt.

Leonberger pupOndanks hun bekendheid kregen de Leonbergers vaak slechte kritieken. Ze werden weggezet als bastaards en de officiële kynologie moest niets van de Leonberger weten. De in die tijd bekende kynoloog Richard Strebel noemde de Leonberger zelfs een illusie omdat ‘een hond waarvan het ras niet is vast te stellen altijd nog een Leonberger genoemd kan worden’. Desondanks was de Leonberger in hogere kringen ongekend populair. Pas aan het begin van de twintigste eeuw werd er een rasstandaard opgesteld. Dat voorkwam echter niet dat het ras tijdens de eerste wereldoorlog vrijwel van de aardbodem verdween. In 1922 werd er een vereniging opgericht om het er bovenop te helpen. Dat is hen gelukt al werd er ras in de volgende wereldoorlog voor de tweede keer geminimaliseerd. Wederom lukte het om het bestand aan Leonbergers weer op peil te krijgen. En, hoewel de Leonberger (gelukkig) nooit een modehond is geworden, zijn er nu meer dan voldoende liefhebbers van het ras om hun toekomst zeker te stellen.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/3. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

 

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email