Beauceron met pup

De Beauceron

Diverse taken zorgden voor een grote diversiteit aan rassen. Ieder ras heeft zijn eigen specialiteit. Hoe zijn die rassen tegenwoordig, bijvoorbeeld als gezinshond? Welke karaktertrekken hebben ze, en waar blinken ze in uit? Deze keer een minder bekende herdershond: de Beauceron.

In de binnenlanden van Frankrijk loopt al eeuwenlang een herdershond rond, wiens belangrijkste taak bestond uit het bewaken en verdedigen van de schaapskudden. Net als veel andere oude landrassen, is deze hond waarschijnlijk lange tijd naamloos door het leven gegaan. Het was ‘gewoon een herdershond’, een hond die zijn kost moest verdienen met hard werken. Over dit soort honden werd in die tijd weinig tot niets gedocumenteerd. Niet alleen omdat men wel wat anders te doen had dan verhaaltjes over honden schrijven, maar ook omdat een groot deel van de boerenbevolking nog analfabeet was. Als hij al een naam had, dan was het die van ‘Bas-Rouge’ ofwel roodkous, vanwege zijn roodgekleurde onderbenen. Pas later werd er over deze ongecompliceerde werker mondjesmaat het één en ander op schrift gesteld.

Waarschijnlijk deelt dit ras zijn voorouders met een ander Frans herdershondenras, de Briard, ook al ziet die er heel anders uit met zijn weelderige lange vacht. In 1809 werden beide herdershonden in een handboek over landbouw beschreven. De Briard werd hierin genoemd voor het werken in vlakke en onbeboste gebieden, met name overdag. Het andere type werd ingezet in bergachtige landschappen met dichte begroeiing en werd ‘s nachts bij de Briards gevoegd ter bescherming van de kudden tegen de wolven, die toen nog in grote aantallen in Frankrijk voorkwamen. Deze hond werd niet bij name genoemd, maar werd beschreven als: groot, met een stevige, dichte vacht, zwarte neus en rode lippen. Naar alle waarschijnlijkheid werden hier dus de voorouders van de Beauceron beschreven. Dezelfde honden waren, nog steeds naamloos, ook te zien in 1863, op de allereerste Franse hondententoonstelling. De naam ‘Berger de Beauce’ wordt voor het eerst gebruikt in 1888, door Piere Megnin, een dierenarts in het Franse leger. De Beauceron had in die tijd een langere vacht dan nu en rechtopstaande oren.

Tijdens de eerste wereldoorlog kwamen er maar zeer weinig Beaucerons ter wereld maar sneuvelden er velen. Deze honden werden volop door het Franse leger werden ingezet als ijlbode, rode kruishond, beveiliger, om mijnen op sporen en als patrouillehond, waarbij niet werd geschuwd de honden tijdens aanvallen in te zetten. Tegenwoordig is de populariteit van de Beauceron in zijn eigen land groot. Daar doet hij nog steeds dienst als leger- en politiehond, maar ook zie je hem nog als herdershond bij de schaapskudden.

Beauceron

Karakter De Beauceron

De Beauceron is geen glamourhond. Hij ligt veel liever in de modder in de tuin dan op een luxe kussen bij de verwarming. Weliswaar is hij heel goed te houden als huis- en gezinshond, maar dan moet er wel aan zijn behoefte aan actie en beweging tegemoet gekomen worden. Al toont hij zijn affectie niet altijd demonstratief, toch hangt Roodkous erg aan zijn eigen mensen en heeft hij een grote behoefte aan menselijk contact. Hij kan wel in een kennel gehouden worden, maar maakt toch echt liever deel uit van het gezin. Vaak is één persoon zijn favoriet, maar de rest van het gezin wordt ook in zijn grote hart gesloten. Voor jonge kinderen is het misschien niet het meest geschikte ras want hij kan een tikje te lomp zijn of ontwijkt ze juist. Oudere kinderen kunnen er een prima speelkameraad aan hebben, mits ze geleerd hebben niet over zijn grenzen heen te gaan.

Tekst: Jolien Schat | Foto’s: Alice van Kempen

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/2. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email