hond achter tralie

Rasbepaling asielhonden dikwijls incorrect

Aan de hand van de Wisdom Panel DNA-test voor honden hebben onderzoekers Clive Wynne, Lisa Gunter en Rebecca Barber van Arizona State University onderzocht of de rasbepaling van asielhonden doorgaans correct is. Zij pasten de test toe op meer dan 900 honden. Uit de resultaten bleek dat er veel meer genetische diversiteit onder de asielhonden voorkwam dan verwacht. Van alle onderzochte honden bleken er slechts 45 (minder dan 5%) raszuiver, terwijl er 125 rassen werden vertegenwoordigd in het onderzoek. De meest voorkomende rassen die werden geïdentificeerd in de genetische tests waren de Amerikaanse Staffordshire Terrier, Chihuahua en Poedel. Het gemiddelde aantal rassen in elke hond was drie, hoewel het niet ongebruikelijk was om honden met vijf rassen in hun genetische samenstelling te vinden.

Deze genetische resultaten werden vervolgens vergeleken met de rasbepalingen die door het asielpersoneel werden gedaan op basis van het uiterlijk. De overeenkomsten tussen beide identificatiemethodes waren ronduit teleurstellend; in een derde van de gevallen bleek het personeel niet in staat het ras – of een van de maximaal vijf rassen – van een hond te bepalen. Het nauwkeurigheidspercentage van het identificeren van twee rassen in de genetische blauwdruk van een hond lag slechts rond de 10%. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat pogingen om de afkomst van een hond te bepalen op basis van fysieke verschijning in veel gevallen simpelweg niet veel meer is dan puur giswerk.

Bron: Gunter L.M., Barber R.T., & Wynne C.D.L. (2018). A canine identity crisis: Genetic breed heritage testing of shelter dogs. PLoS ONE.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email