Zittende hond

‘Waarom lig ik niet gewoon in Spanje op een strand?’

Met hun drie honden dagtochten en meerdaagse wandelingen in de bergen maken. Voor Marco en Ageeth Bos is er niets mooiers dan dat. Vanwaar die fascinatie?

Ze zaten nog op de middelbare school, toen de vonk oversprong tussen Marco Bos en Ageeth Timmerman. Korte tijd later, tijdens een gezamenlijke vakantie, ontdekten ze, min of meer bij toeval, nog een gedeelde passie: wandelen. Ageeth: ‘In die tijd hadden we een oude auto met een haperende startmotor. We hadden niet veel geld, en besloten dus maar zoveel mogelijk te voet te doen. Zodoende merkten we noodgedwongen dat je op een wandeling veel meer ziet. We kwamen erachter dat er overal hele wandelnetwerken lagen, klaar om door ons tweeën ontdekt te worden.’ Marco: ‘Die eerste wandelingen deden we nog zonder hond. Maar algauw zeiden we tegen elkaar: zou het niet mooi zijn als we ook een lekker actieve hond bij ons hadden?’

Dalmatiër Ageeth: ‘Toen we gingen samenwonen, namen we eerst katten. In die tijd werkten we allebei vijf dagen buitenshuis en dan is een hond niet handig.’ Marco: ‘Dat veranderde toen ik als zelfstandig bouwkundig tekenaar thuis kon gaan werken en Ageeth een parttime baan in een apotheek kreeg. Op die manier lag de weg vrij om een hond te nemen.’ Dat werd de Dalmatiër Kayo. Marco: ‘In mijn jeugd woonde er een Dalmatiër bij mij in de buurt. Dat vond ik zo’n mooie hond, dat we besloten er ook eentje te nemen.’ Ageeth: ‘Behalve mooi, is de Dalmatiër ook een sportieve hond. Fietsen, hardlopen, wandelen, je kunt er alles mee doen. Kayo was al een volwassen reu van drie, toen we hem in 1997 kregen.’ Marco: ‘Voor ons een goede leerschool, want het was geen gemakkelijke klant.’ Ageeth: ‘Hij kon niet goed overweg met andere honden en was argwanend tegenover andere mensen.’

Eetlust
Wie de website van Marco en Ageeth bezoekt, ontdekt dat Kayo nóg een bijzondere karaktertrek had: zijn enorme eetlust. Marco schrijft daarover: ‘Kayo deed alles voor voer en had nog wel eens rare streken. Zo at hij een frituurpan leeg die iemand buiten had gezet. Dat leek ons niet zo goed voor hem, dus naar de dierenarts. Die gaf Kayo een braakmiddel. ‘s Avonds ging hij tijdens de wandeling in volle sprint terug naar de dierenkliniek …. Om het prakje dat hij buiten had uitgespuugd weer naar binnen te werken. Hij dook ook eens op de kop in een vuilniszak bij het clubgebouw van de scouting om de overgebleven oliebollen op te vreten … Helaas zaten er kapotte kerstballen tussen, dus wij weer met hem naar de dierenarts.’ Ageeth: ‘Ooit lag er in het bos een lekke plastic voetbal. Om er vanaf te zijn, schopten we dat ding in de sloot, want Kayo had zijn zinnen op die bal gezet. Een paar jaar later liepen we daar weer. Ineens deed Kayo zijn neus in de lucht en sprintte er vandoor. Naar die sloot. Wat bleek? Men had die sloot uitgebaggerd waardoor die bal weer tevoorschijn was gekomen. Zat Kayo trots met die bal middenin de modder…’

Bergen
Gegrepen door het wandelvirus namen ze de hond al gauw mee op pad. Ageeth: ‘Dat maakt het extra leuk. Ik kan me wandelen zonder onze hond nu niet meer voorstellen. Wat zeker meespeelt, is dat onze honden het ook leuk vinden. Een van onze honden, Kate, is al wat ouder. Thuis treuzelt ze nogal bij het uitlaten, maar in de bergen loopt ze voorop. Andere omgeving, andere geurtjes, spannender allemaal.’ Marco: ‘Als het even kan gaan we naar de bergen. Vanaf dat ik kind was fascineren bergen me al. In mijn jeugd ging ik met mijn ouders ook altijd de bergen in, maar aan wandelen deden ze niet. Voor Ageeth en mij is er niks mooiers dan wandelen in de bergen. In eerste instantie gingen we nog naar de Ardennen, maar al snel volgde Oostenrijk. Inmiddels zijn we al zo’n twintig keer in Nockberge geweest. Los van de natuurlijke schoonheid is dat gebied makkelijk te belopen. Meestal gaan we in het voor- of najaar, om de zomerse drukte te vermijden. Al is het ook dan geen Kalverstraat.’

Springer Spaniel Behalve Oostenrijk hebben Marco en Ageeth intussen ook diverse andere landen bezocht, waaronder Zwitserland, Italië, Spanje, Frankrijk, Slovenië, Noorwegen en Schotland. En na drie Dalmatiërs (Kayo, Roxanne en Noa) deed in 2007 de eerste Engelse Springer Spaniel haar intrede in huize Bos. Het geluk was van korte duur. Linn overleed in 2012, pas vijf jaar oud. Maar in Kate, Jools en Reese heeft ze drie waardige opvolgers. Vanwaar de overstap van de Dalmatiër naar dit ras? Marco: ‘Je hebt wat minder gedoe met andere honden.’ Ageeth: ‘Als je op een smal bergpad loopt, is het handig als je geen gesodemieter hebt. Om die reden nemen we na Kayo ook steeds teven. Je zou kunnen zeggen dat de Engelse Springer Spaniel, zowel qua karakter als qua formaat, voor ons de ideale wandelhond is. Al dacht ik laatst wel, toen we in een plensbui belandden: waarom hebben we geen korthaar genomen?’ Marco: ‘Ook als je in de sneeuw gaat wandelen, is dat lange haar een drama. Maar dat zijn kleine minpunten. Weet je, in principe is vrijwel elke hond geschikt voor wandelingen in de bergen. Je moest eens weten hoeveel Teckels we daar tegenkomen. De enige rassen die je er niet veel ziet, zijn honden met korte snuiten.’ Ageeth: ‘Op vier poten kunnen honden zoveel meer dan wij op twee benen. Je staat er werkelijk versteld van waartoe ze in staat zijn.’ Marco: ‘Op sommige sites lees je dat een bepaald gebied niet geschikt is voor honden. Bijvoorbeeld vanwege het klauterwerk. Misschien gaan wij daar ver in, maar honden kunnen echt heel veel. Voor ons ligt de grens bij stalen trappen. En als we ze in korte tijd een paar keer op een rots moeten tillen, gaan we gewoon terug. Als we het niet vertrouwen, keren we om.’ Ageeth: ‘Als wij even niet zien waar we naartoe moeten, lopen we achter Kate aan. Die speurt wel op waar de meeste mensen hebben gelopen. Eén keer bracht ze ons naar een dood schaap, maar verder weet ze altijd het eenvoudigste en meestbelopen pad te vinden.’

Kapstok
Sinds 1998 legt Marco hun tochten en ervaringen vast in tekst en beeld op de website timbos.nl. ‘Het was aanvankelijk een kapstok voor mijn foto’s. Vooral voor onszelf en de familie. Inmiddels staan er ook tips voor andere wandelaars op. Wat je wel en niet moet doen met je hond, hoe je risico’s kunt vermijden. Zeg maar: antwoord geven op vragen waar wij zelf tegenaan liepen, want als je googlet kom je verrekte weinig tegen. Verder staan er wandelervaringen van anderen op, al gebeurde dat vooral in het begin, want tegenwoordig zet iedereen het op Facebook. Of we wel eens hebben overwogen zakelijk iets te doen met onze wandelwoede? Op commerciële basis wandelreizen aanbieden, bedoel je? Er is zeker vraag naar dat soort tochten, individueel en in groepsverband, maar op het moment dat je probeert om van je hobby je werk te maken, is het afgelopen met de hobby.’ Marco vervolgt: ‘Tijdens onze huwelijksreis hebben we de honden bij Ageeth’s ouders achtergelaten en zijn we met een gids door Lapland gaan lopen. Vrij snel had ik iets van: wat die man doet, zou ik zelf niet willen doen. Sommige deelnemers waren niet vooruit te branden. Met een stel fanatiekelingen zou ik best de bergen in kunnen, maar niet met personen die je op sleeptouw moet nemen. Bovendien heb je de verantwoordelijkheid voor die mensen. Ik zou dan zelf niet meer genieten van mijn aanwezigheid in de bergen.’

Geen wifi
‘Op jaarbasis zitten we gemiddeld zo’n zes weken in de bergen. En daarnaast gebruiken we de weekenden,’ zegt Ageeth. ‘Geen wifi, even lekker helemaal weg van de wereld en de dagelijkse beslommeringen. In wezen ben je de hele dag bezig met niks, behalve met vooruit komen en ervoor zorgen dat je – althans op een meerdaagse wandeling voldoende eten en drinken bij je hebt. Per dag gaat er aan ons eigen eten en hondenvoer ongeveer een kilo af van het gewicht dat we meetorsen. Marco start met ongeveer 22 kilo, ik met circa 17.’ Marco: ‘Zeker op zo’n meerdaagse wandeling heb ik het idee dat je de band met je honden nog versterkt. Omdat je alles samen doet.’ Ageeth: ‘Meer dan vijf overnachtingen achtereen is voor ons niet haalbaar, omdat het qua gewicht niet kan. Ooit hebben we zes overnachtingen achtereen gedaan. Toen hadden de honden rugzakjes op, maar dat doen we niet meer. Soms hoor je wel: “Ik hoef zijn rugzak maar te pakken of de hond komt enthousiast op me afgestormd”, maar dat was bij ons absoluut niet zo.’ Marco: ‘Wel nemen we schoentjes voor de honden mee. Als ze slijtage aan de voetzooltjes hebben, moet je wel, maar er is geen schoen die fatsoenlijk past. We hebben dure schoenen gehad met vibram zolen. Na een uur staken de nagels door de schoenen heen.’

Spaans strand Aan welke wandeling denken ze nog vaak terug? Marco: ‘Voor mij spreken de overgangen van de Hardangervidda in Noorwegen het meest tot de verbeelding. Een natuurgebied van ongeveer achtduizend vierkante kilometer en de grootste hoogvlakte van Europa.’ Ageeth: ‘Er zijn dagen dat je niemand tegenkomt, zo groot is het. Het doet je beseffen hoe onbelangrijk je bent. Je leert daar relativeren.’ Marco: ‘dat landschap rolt tot aan de horizon, en het gaat maar door.’ Ageeth: ‘De laatste keer zijn we er helaas finaal weggeregend. Sneeuw, hagel, we hebben alles gehad. Doorweekt waren we, en je krijgt het niet meer droog. Op zulke momenten denk ik wel eens: waar ben ik aan begonnen? Dan mopper ik in mezelf: waarom lig ik niet gewoon in Spanje op een strand?’ Marco: ‘Ik heb dat met de midgets (kleine muggen) in de Schotse Hooglanden. Die drijven je tot waanzin. Je wordt lek gestoken. Gelukkig hebben de honden er minder last van.’ Ageeth: ‘Ondanks dat alles weten we echter: op een Spaans strand zouden we ons stierlijk vervelen. Bovendien geeft het, ongeacht het weer, veel voldoening als je op een wandeling hebt bereikt wat je wilde.’ Marco: ‘Zolang het kan, blijven we dan ook wandelen met de honden. Als we daar op oudere leeftijd vanwege fysieke achteruitgang minder toe in staat zijn, lopen we gewoon minder ver. In Nockberge kun je tot in lengte van jaren doorgaan.’ Ageeth: ‘In Noorwegen kwamen we een stel tegen dat al veertig jaar over de Hardangervidda liep. Nou, dan kunnen wij in Oostenrijk nog even vooruit.’ Marco: ‘Ierland staat nog op ons verlanglijstje. En buiten Europa? We vliegen niet. We doen alles met de camper. Dan vallen er al enkele continenten af. Ook het voormalige Oostblok mijden we. In landen als Slowakije komen nog wolven en beren voor. Zulke gebieden zoeken we niet op. Bovenal moet het veilig zijn. Voor ons en voor de honden.’

Tekst: Eimer Wieldraaier en Emilie Pieters |Foto’s: Marco en Ageeth Bos.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email