Teckel

Interview Esteban Rivas: ‘Het dier is menselijker dan we dachten’

Sommigen hebben een missie. Bij hem is dat zeker het geval. Zijn missie luidt: laten zien dat dieren intelligenter en gevoeliger zijn dan lang werd aangenomen en die visie delen met een breed publiek, zodat we de gangbare morele opvattingen over onze omgang met dieren heroverwegen. In gesprek met psycholoog en filosoof dr. Esteban Rivas.

In januari 2013 richtte Esteban Rivas het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap (IDFW) op. Die naam wekt de indruk van pittige kost voor de niet-universitair geschoolde medemens, maar volgens de in Amsterdam wonende Rivas kan iedereen die geïnteresseerd is in de manier waarop men in wetenschap en filosofie over dieren denkt, en in de manier waarop dit denken zich ontwikkelt, deelnemen aan de door hem gegeven lezingen, seminars en cursussen over dit onderwerp. Een speciale vooropleiding is (meestal) niet nodig. Voorbeelden van onderwerpen die hij behandelt, zijn: ‘taalonderzoek met mensapen, dolfijnen en honden’, ‘de intelligentie van honden en katten’, ‘het vraagstuk van bewustzijn bij dieren’ en ‘het gevoelsleven van dieren’. Ook komen vragen aan de orde als: ‘hoe moeten mensen met dieren omgaan’ en ‘wat betekent onze huidige en zich steeds verder ontwikkelende kennis over mensen en dieren voor onze ideeën over wat het is om mens te zijn’. Recent gaf Rivas de cursussen ‘Slimme honden! De intelligentie van honden’ en ‘Bewustzijn, gevoelens en emoties bij honden’.

Veganist

Wat dreef de in 1966 geboren Rivas om als zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan en waar ligt de bron van zijn bovengemiddelde belangstelling voor de relatie mensdier? Esteban Rivas: ‘Dan moet je teruggaan tot mijn puberteit. In de jaren tachtig was er veel dierenactivisme. Denk aan een club als Lekker Dier (tegenwoordig Wakker Dier geheten). Tv-zenders brachten documentaires over de toestanden in de bio-industrie. Als puber ben je extra ontvankelijk voor dat soort signalen. Je trekt bestaande ideeën over de inrichting van de wereld in twijfel. Ook ik deed dat. Ik sloot me aan bij organisaties als de Nederlandse Bond tot Bestrijding van de Vivisectie (het huidige Proefdiervrij) en Bont voor Dieren. Na het zien van een documentaire over de behandeling van dieren in de bio-industrie – terwijl er in principe geen enkele noodzaak is om dieren te consumeren om gezond te blijven – besloot ik vegetariër te worden. Een jaar later ging ik nog een stap verder en werd ik veganist, nadat ik had gehoord dat de stiertjes, die immers later geen melk zullen produceren, direct na hun geboorte worden geslacht. Bij haantjes gebeurt hetzelfde. Sindsdien ben ik veganist gebleven, al hou ik me buitenshuis niet zo strikt aan die leefwijze, omdat onze wereld nou eenmaal niet echt ingericht is voor veganisten.’

Rentmeesters

Die passie voor dieren was niet een gevolg van het feit dat vader en moeder Rivas zich liefdevol omringden met huisdieren? ‘Helemaal niet. Mijn vader komt uit Spanje. Hij was een conservatieve man, die eigenlijk priester had willen worden. Toen dat er niet in bleek te zitten, ging hij naar Nederland en leerde daar een vrouw kennen die ook streng-katholiek was. Beiden hanteerden de opvatting dat dieren voor ons mensen geschapen waren, maar dat we daar als goede rentmeesters wel netjes mee om dienden te gaan.’ ‘Ik ben geboren in Nijmegen. Op mijn vijfde werd geconstateerd dat ik allergisch was voor haren en veren van dieren. De hamsters die we als huisdieren hadden, gingen direct de deur uit. Nadien kwam er geen huisdier meer. Gelukkig ben ik in de puberteit over die allergie heen gegroeid. Op mijn zeventiende ben ik het huis uitgegaan, en vervolgens heb ik zonder problemen honden en katten gehad. Die heb ik nu niet meer omdat mijn werk dat niet toestaat, en dan moet je er niet aan beginnen.’

GeloofEsteban Rivas en hond

Puur uit interesse naar de vraagstukken die tijdens die opleidingen behandeld werden, pakte Rivas twee studies op: psychologie en filosofie. Al aan het begin van zijn studie kwam hij tot de ontdekking hoe de meeste psychologen dachten over dieren. Een visie die hij niet deelde. ‘Ze deden bijvoorbeeld moederdeprivatieonder – zoek bij jonge makaken en slaapdeprivatie bij ratten. Mijn professor in die tijd zei dat je wetenschappelijk gezien geen uitspraak mag doen over het innerlijk van het dier. En dat er geen bewijs is voor een beleving in het dier. De vraag of het dier iets kan voelen als pijn of plezier was voor hem als behaviorist irrelevant. Zijn standpunt luidde: dat is een kwestie van geloof. De een gelooft dat dieren wel iets voelen, de ander gelooft dat niet. Volgende stap in zijn denktrant was: als dit een kwestie van geloof is, moet je dat geloof niet aan een ander opdringen. De morele implicatie van dit stand – punt is dat het geoorloofd is om dierproeven te doen. Die ervaring, eind jaren tachtig, maakte mij duidelijk dat er ook in de wetenschappelijke wereld nog volop werk aan de winkel was om aan te tonen dat dieren wel toch dat lekkers als hij denkt dat die persoon het niet kan zien? En wat doet de hond als het volkomen donker is in die ruimte? In het laatste geval blijken veel honden te gaan ‘stelen’. Maar voordat honden durven te gaan ‘stelen’, vertonen ze enige aarzeling. Met name als het lekkers verlicht is. Blijkbaar trekken honden de conclusie dat de mens dan het ‘stelen’ kan zien, met alle mogelijke consequenties van dien. Veel hondenbezitters zal dat vertrouwd in de oren klinken, maar wat mij genoegen doet is dat dit soort volkswijsheden nu ook wetenschappelijk worden bevestigd.’

Uniek

‘Anders gezegd: we kunnen meer en meer spreken in termen van “mijn hond begrijpt mij” of “mijn hond voelt mijn stemming aan”. In de wetenschap wordt langzaam maar zeker duidelijk hoeveel meer er aanwezig is in allerlei dieren. Niet alleen bij de dieren die tot dan toe werden bestudeerd, zoals mensapen, dolfijnen en olifanten, maar ook bij andere diersoorten. Met als gevolg dat diverse concepten die we tot nu toe als uniek menselijk zagen, bij een heleboel dieren aanwezig blijken te zijn. Ons oude wereldbeeld van de mens als kroon op de schepping staat in dat opzicht op losse schroeven. Het laatste boek van de bioloog Frans de Waal heet: ‘Zijn wij slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?’ Veel van wat lange tijd als uniek menselijk werd gezien blijkt niet langer uniek menselijk te zijn. Natuurlijk blijven er verschillen bestaan – zoals taal – maar je kunt gerust zeggen dat de mens dierlijker is dan we veronderstelden. En omgekeerd is het dier menselijker dan wij dachten. Zo vreemd vind ik dat persoonlijk ook niet, want de biologie leert ons dat de mens geen door God geschapen wezen is, maar het resultaat van de evolutie in het dierenrijk.’

Optimist

Wat zouden onderzoeksresultaten als deze op langere termijn kunnen betekenen voor onze omgang met dieren? Gaan we uiteindelijk toe naar een maatschappij waar vlees eten not done is, zoals roken nu ook min of meer als asociale bezigheid wordt gezien? Ook varkens en koeien blijken immers intelligenter en gevoeliger te zijn dan aanvankelijk gedacht. Als dat besef wijdverbreid raakt, gaan de slachthuizen dan dicht? Rivas: ‘Ik zou hopen van wel, maar dat we die kant daadwerkelijk opgaan, durf ik niet te beweren. In deze kapitalistische maatschappij staat veel in het teken van consumeren en entertainment. Aan de andere kant: over de Partij voor de Dieren werd in het begin nogal lacherig gedaan, maar deze politieke partij wordt wel steeds serieuzer genomen. Ik ben een optimist, zie ook wel dat we vooruitgang boeken in onze omgang met dieren, maar ben er niet van overtuigd dat het onomkeerbaar die kant opgaat. Het enige wat ik kan doen is onze toenemende kennis over dieren bij zoveel mogelijk mensen tussen de oren zien te krijgen. Het liefst zou ik willen dat iedereen die een hond aanschaft bij mij de cursus over de intelligentie van honden gaat volgen. Deze cursus is gebaseerd op het boek van Brian Hare, De wijsheid van honden.

In die cursus – een soort hoorcollege met mogelijkheid tot vragen en discussie – bespreek ik de hoofdlijnen van een kwart eeuw hondenonderzoek. Met veel aandacht voor sociale cognitie, fysieke intelligentie, taalonderzoek en empathie. In dat laatste verband kun je denken aan een vraagstuk als: kunnen honden rouwen? Overigens hebben we het in dit gesprek steeds over honden in het algemeen, terwijl je te maken hebt met diverse rassen. Dat doe ik bewust, want afgezien van specifieke genetisch overgeërfde gedragingen zoals het jachtinstinct, kun je op het gebied van gevoelens, Toestemming ‘Vijfentwintig jaar geleden heb ik zelf voor het laatst een hond gehad. Zoals gezegd, is het voor mij op dit moment, gezien mijn werk, gewoon niet praktisch een hond te hebben. Gelukkig zie ik bij vrienden voldoende honden. En op straat.’ Waarvan akte, want als we aan het eind van het gesprek naar buiten lopen, is een buurvrouw juist bezig haar hondje uit te laten. Op de vraag of ze toestemming geeft dat het diertje op de foto gaat met haar buurman, zegt ze volmondig ‘ja’. Gelukkig heeft de viervoetige hoofdpersoon in kwestie er ook geen bezwaar tegen, want dat moet je altijd maar afwachten. Zeker bij zo’n intelligent beestje als dat buurhondje.

Tekst en foto’s: Eimer Wieldraaier en Emilie Pieters | Introfoto: Kynofocus.nl

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email