Doodle. Foto Alice van Kempen

Met de handen in het haar van de Doodle

(Labra)Doodles zijn niet meer weg te denken in het straatbeeld. Veel mensen zien in de Doodle een ideale gezinshond of zelfs hulphond. Inmiddels zijn er vele types, met een enorme diversiteit aan looks en karakters. En met een, meestal, niet-verharende doodle-vacht, die behoorlijk wat tijd en aandacht vraagt.

De eerste kruisingen tussen de Labrador en de Poedel – de Labradoodles – waren vaak ruwharig. Riant grote honden waren het ook, door de ‘bastaardkracht’. Hun vrij korte, ruwe vacht verhaart echter en dat paste niet bij de wens van het fokken van een niet-verharend type hond. Dus er werd teruggefokt op de Poedel en/of er werden rassen als Spaniel en Wheaten Terrier ‘toegevoegd’. De niet-verharende vacht werd bereikt, maar daarmee ontstonden ook de problemen bij het onderhoud.

Vachttypen
De terugkruising naar de Poedel bracht een wollige, verende vacht. De kruising met de Golden Retriever gaf een wat meer sluikere vacht en alle bijmengingen van andere rassen maken de vacht minder of meer eenvoudig te onderhouden. Ook de vachttypen kregen ‘doodlenamen’ namelijk curly, fleece (voor het sluikere haar) en curlyfleece of wavycurly voor alles daartussenin. Een vuistregel is: meer haar per vierkante centimeter betekent meer onderhoud voor de eigenaar. In de basis is het noodzakelijk om elke individuele haar een goede verzorging te bieden, van de aanzet tot de haarpunt. Alleen dan kan klitvorming voorkomen worden. Een rechte haar kan een andere aanpak nodig hebben dan een gekrulde haar. De duur die daaraan besteed moet worden varieert van twee uur per week tot twee uur per dag … Mede afhankelijk van de lengte van de vacht, natuurlijk. Inmiddels neemt de variatie in ‘oodles’ nog steeds toe. Naast de (Australian) Labradoodle (ook in midi of minivarianten) zien we onder andere Goldendoodle, Boefdoodles, Shepadoodles, Bernerdoodles en Multidoodles, maar de hoeveelheid vacht is altijd ‘veel’ of ‘meer dan veel’.

Bezuiniging
Het lijkt er wel eens op dat er na de aanschaf van de Doodle geen budget meer is voor de broodnodige vachtverzorging. Dit is pertinent verkeerde zuinigheid, waar de hond écht onder kan lijden. Je doet je Doodle vooral een plezier met een kapsel dat bij de lifestyle van hond en eigenaar past. Bij een actief leven past een korter kapsel en voor een Doodle die graag poseert en die netjes is op zichzelf kan voor een langer kapsel gekozen worden.

Tekst: Rosita Compagner voor Groomers Europe. Foto: Alice van Kempen

Het hele artikel lees je in Onze Hond 2019/6. Wil je nooit meer iets missen van Onze Hond? Neem dan een abonnement.

Deel bericht

Share on facebook
Share on print
Share on email